-
Bestuurdersaansprakelijkheid: crediteur wist van zorgelijke financiële situatie bij aangaan overeenkomst.
-
Aanbesteding. Inschrijver makt een rekenfout die ernstige financiële consequenties heeft. Mogen de gemeenten de inschrijver onverkort aan de overeenkomst houden? Nee. Partijen hadden een oplossing moeten zoeken.
-
Collectieve actie van stichting bestaande uit deelnemers aan Koersplan, een spaarkasovereenkomst, waarbij de deelnemers een periode inleg betaalden, die werd gestort in een gezamenlijke spaarkas waarmee werd belegd. Geen wilsovereenstemming tussen Spaarbeleg, thans Aegon, en de deelnemers over de hoogte van de overlijdensrisicopremie die deel uitmaakte van de overeenkomst. Invulling van die leemte in de overeenkomst door bepaling van een redelijke premie, met als uitgangspunt een Aanbeveling van de Ombudsman Financiële Dienstverlening. Misleidende informatie in de contractsdocumentatie over de hoogte van de overlijdensrisicopremie en het te bereiken eindkapitaal.
-
- Rijkswet van 22 juni 2001 tot goedkeuring van de op 26 mei 1997 te Brussel totstandgekomen Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn (Trb. 1997, 249), van het op 19 juni 1997 te Brussel totstandgekomen Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (Trb. 1997, 251), van het op 27 januari 1999 te Straatsburg totstandgekomen Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie (Trb. 2000, 130) en van het op 5 mei 1998 te Straatsburg totstandgekomen Statuut betreffende de Groep van Staten tegen corruptie (Trb. 2000, 131) (Goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie II)
-
Effectenlease. Beroep op dwaling verworpen. Tekortkoming Dexia in nakoming zorgplicht. Lease-overeenkomst legde onaanvaardbare zware financiële last op contractuele wederpartij. Omvang verplichting Dexia tot schadevergoeding. Hof past uitgangspunten toe die zijn neergelegd in richtinggevende arresten van 1 december 2009 (LJN BK4978, LJN BK4981, LJN BK 4982 en LJN BK4983).
-
Effectenlease. Tekortkoming Dexia in nakoming zorgplicht. Lease-overeenkomst legde onaanvaardbare zware financiële last op contractuele wederpartij. Omvang verplichting Dexia tot schadevergoeding. Hof past uitgangspunten toe die zijn neergelegd in richtinggevende arresten van 1 december 2009 (LJN BK4978, LJN BK4981, LJN BK 4982 en LJN BK4983).
-
artikel 49a WRO (oud); artikel 104 GW; HR 2 mei 2003, NJ 2003, 485 (Nunspeet-arrest); HR 1 juni 2012; LJN: BU5609; 6:228 BW; 6:229 BW; artikel 7:17 BW
Gemeente vordert onder meer veroordeling van gedaagde tot betaling van € 88.756,87 ter compensatie van door de gemeente aan derden vergoede planschade op grond van de tussen de gemeente en gedaagde gesloten overeenkomst in het kader van de Ruimte voor Ruimte-regeling.
Anders dan gedaagde aanvoert is die overeenkomst niet nietig, niet vernietigbaar op grond van dwaling of misbruik van omstandigheden en niet ontbonden. Dat partijen geen afspraak tot verdeling van de planschadekosten hebben gemaakt is niet in strijd met de wet en evenmin kan worden gezegd dat gedaagde niet voor het risico op planschade is gewaarschuwd. Wel is dit aspect van ...
... overeenkomst, waarbij zij tevens de financiële afwikkeling regelen. b) Een ingrijpende wijziging ...
-
Effectenlease. Tekortkoming Dexia in nakoming zorgplicht. Lease-overeenkomst legde onaanvaardbare zware financiële last op contractuele wederpartij. Omvang verplichting Dexia tot schadevergoeding. Hof past uitgangspunten toe die zijn neergelegd in richtinggevende arresten van 1 december 2009 (LJN BK4978, LJN BK4981, LJN BK 4982 en LJN BK4983).
-
Effectenlease-overeenkomst. Dwaling, schending zorgplicht, schade, eigen schuld, onaanvaardbaar zware financiële last.
-
Overeenkomst tot financiële dienstverlening. Verzwaarde zorgplicht.
Nadat gedaagde de overeenkomst tot financiële dienstverlening heeft ingetrokken, vordert eiseres betaling van de in de overeenkomst genoemde vergoeding van 1% van de hoofdsom. Gedaagde voert aan, dat partijen zijn overeengekomen dat hij de opdracht vrijblijvend zou ondertekenen en dat eiseres eerst na een telefonische bevestiging van gedaagde met haar werkzaamheden verder zou gaan.
De kantonrechter is van oordeel dat eiseres gedaagde expliciet en volledig had dienen te informeren en hem op alle consequenties van de overeenkomst, waaronder het feit dat hij de opdracht niet meer kosteloos zou kunnen intrekken, had moeten wijzen. Nu niet is gesteld of gebleken dat dit is gebeurd, is de kantonrechter van oordeel dat in de g...