jurisprudentie planschade

  • Receive alerts:
  • by e-mail
    Your information will be added to a database with the sole purpose of serving your subscription. This database is the exclusive property of vLex Networks S.L. and will never be shared with any other company. By sending your request you accept the Data Protection Policy of vLex Networks S.L.
  • via RSS

395 documents for jurisprudentie planschade
  • Planschade Noord-Zuidlijn. Wijziging jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) op 30 mei 1997, LJN: AN5428, over de bindendheid van een dwarsprofiel. Bij een omslag in de jurisprudentie moet de nieuwe lijn geacht worden altijd al zo te zijn geweest. Dit betekent concreet dat het Uitbreidingsplan zich niet verzette tegen verdiepte aanleg van de trambaan. Nu het Uitbreidingsplan verder al voorzag in een verkeerstracé van 50 meter breed is door het nieuwe bestemmingsplan geen sprake van een relevante planologische wijziging. Onjuiste referentieperiode. Tussenuitspraak. Nader advies schadecommissie.

  • Bindend advies; planschade; Eiser is sedert 1996 eigenaar van een onroerende zaak. In 2002 is door de gemeente bouwvergunning verleend voor de bouw van een manege pal achter het perceel van eiser, met vrijstelling op grond van de WRO. Eiser dient een verzoek tot planschade in, welk verzoek de gemeente afwijst. Na bezwaar door eiser adviseert een bezwaarcommissie van de gemeente om toch planschade toe te kennen en een bindend adviseur in te schakelen die rekening houdt met de oordelen van de bezwaarcommissie. De gemeenteraad neemt dit advies over. Het bindend advies becijfert de planschade op € 10.000,-. Uit eigener beweging meldt de bindend adviseur dat de bezwaarcommissie zich bij haar oordeel dat toch planschade toegekend moet worden, heeft gebaseerd op uitgangspunten die strijdig zij...

    ... de - bepalend geachte - bestendige jurisprudentie. Zodat daar in de advisering conclusies en/of ...

  • Bij besluit van 26 mei 2009 heeft het college een aanvraag van de maatschap om schadevergoeding op grond van artikel 30 van de Reconstructiewet concentratiegebieden (hierna: de Rwc) afgewezen.

    ... als een verzoek om vergoeding van planschade heeft behandeld. Daartoe voert de maatschap aan ... te leiden dat de in de wet en de jurisprudentie gestelde vereisten voor vergoeding van planschade ...

  • Planschade door vrijstellingsbesluit bedrijventerrein. Nog geen bouwvergunning verleend. Verweerder heeft planschade verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Jurisprudentie sluit uit dat een vrijstellingsbesluit zelfstandig appelabel is. Ten aanzien van infrastructurele werken op het perceel is de aanleg echter niet afhankelijk van te verlenen bouwvergunning. Verweerder kan dan ook vaststellen of eiser schade lijdt. Dat geldt ook voor de delen van het plan waarvoor nog geen bouwvergunning is verleend, maar waarvan kan worden aangenomen dat eiser nu al een zekere schade lijdt. Verweerder had het verzoek om planschade ook in zoverre in behandeling moeten nemen, teneinde te onderzoeken of aanleiding bestaat om een voorschot te verlenen.

  • Compensatie planschade door eiseres gedurende een periode van twee jaar alsnog de mogelijkheid te bieden bouwaanvraag in te dienen teneinde vijf zomerhuizen te realiseren; niet voldaan aan samenstel van voorwaarden conform jurisprudentie AbRS; beroep gegrond.

  • Compensatie planschade door eisers gedurende een periode van twee jaar alsnog de mogelijkheid te bieden bouwaanvraag in te dienen teneinde maximaal drie zomerhuizen te realiseren; niet voldaan aan samenstel van voorwaarden conform jurisprudentie AbRS; beroep gegrond.

  • De rechtbank stelt vast dat de in de tussenuitspraak aan het bestreden besluit klevende gebreken met de nadere motivering van verweerder van 1 juni 2012 zijn hersteld. De rechtbank is van oordeel dat met de nadere aanvulling van de adviseur, gelezen in samenhang met de nadere reacties van de taxateur, de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde advisering thans voldoende inzicht biedt in de feiten en omstandigheden die de conclusie dragen dat eiser door de planologische wijziging een planschade heeft geleden ter hoogte van het door verweerder vastgestelde bedrag. Van concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van de deskundigenadviezen die aan het bestreden besluit ten grondslag zijn gelegd, die op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie ...

  • Planschadevergoeding anderszins verzekerd? In de overeenkomst tot verkoop van het onderhavige stuk grasland is niet op enigerlei wijze aangegeven dat in de overeengekomen grondprijs van NLG 50,- per m² een compensatie voor nadelige gevolgen van woningbouw ter plaatse is opgenomen. Op zichzelf behoeft echter het ontbreken van een dergelijke aanwijzing niet te leiden tot de conclusie dat de vergoeding van planschade niet met de overeenkomst is verzekerd. Gelet op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State - zie de uitspraken van 3 augustus 2005, LJN: AU0430 en 15 maart 2006, LJN: AV5061 - moet immers bij de beantwoording van de vraag of de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd, als hier aan de orde, rekening worden gehouden met alle releva...

  • Verzoek om planschade in verband met het plaatsen van een antennemast ten behoeve van mobiele telefonie/UMTS. Van belang daarbij zijn slechts de ruimtelijke gevolgen en de objectief te verwachten overlast. Subjectieve elementen, zoals onbestemde angst van toekomstige kopers voor vermeende gezondheidsrisico’s die worden toegekend aan zendmasten, spelen daarbij geen rol. De rechtbank verwijst hiervoor naar de vaste jurisprudentie van de Afdeling onder meer de uitspraak van 21 oktober 2009, LJN: BK0823. De mogelijkheid om ingevolge artikel 43, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woningwet gelezen in samenhang met het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb) vergunningsvrij een antenne-installatie aan te brengen in de mast, die door het vrijstellings...

  • en w. van Haarlemmermeer hebben een tijdelijke vrijstelling van de gebruiksbepalingen van een bestemmingsplan verleend voor de vestiging van een noodfiliaal van een supermarkt. De eigenaar van een naburige supermarkt stelt hierdoor een aanzienlijk omzetverlies te hebben geleden. Zijn verzoek om vergoeding van planschade wordt afgewezen. De rechtbank stelt vast dat de verleende vrijstelling niet heeft geleid tot vergroting van de bebouwingsmogelijkheden van het perceel. Alleen de gebruiksmogelijkheden zijn gewijzigd. Het is vaste jurisprudentie dat bij de beoordeling van de vraag of een verzoeker is komen te verkeren in een planologisch nadeliger situatie, slechts ruimtelijke gevolgen relevant zijn. Schade die voortvloeit uit toename van concurrentie, komt niet in aanmerking voor verg...

ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2014, vLex. All Rights Reserved.

Contents in vLex Netherlands

Explore vLex

For Professionals

For Partners

Company