LJN: AH9395, Gerechtshof Amsterdam, 00/01652

Gerechtshof

Datum beslissing:04-06-2003
Datum publicatie:03-12-2004
Type procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied:Belasting
Linken als: http://nl.vlex.com/vid/39076135
Id. vLex: VLEX-39076135

Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días

Gesponsorde links:


Samenvatting:

00/01652 - 4/6/03 - 3e MK

Toepassing van de regeling tegemoetkoming buitenlandse bronbelasting voor fiscale b.i.'s (art. 28, lid 1, onderdeel b, Wet Vpb jo. art. 6 BBI).

1. Er is sprake van een met het EG-recht strijdige belemmering van het vrije kapitaalverkeer met Duitsland en Portugal voor zover voor de berekening van de tegemoetkoming de bron-heffing op dividenden uit Duitsland en/of uit Portugal niet in aanmerking wordt genomen.

2. Voorts is sprake van een verboden belemmering voor zover de tegemoetkoming wordt verlaagd naarmate de b.i. aandeelhouders heeft die niet in Nederland, maar wel binnen de EU woonachtig of gevestigd zijn.

3. Ten slotte is de regeling in strijd met artikel 1 van de BRK en met de non-discriminatie-artikelen van de verdragen met de Verenigde Staten en Zwitserland, omdat ook een verlaging van de tegemoetkoming plaatsvindt naarmate de b.i. aandeelhouders heeft die in die landen woonachtig of gevestigd zijn.

Het Hof neemt de verboden belemmeringen/discriminatie weg door de Duitse en Portugese bronbelasting alsnog in aanmerking te nemen en door de tegemoetkoming te berekenen als waren alle aandeelhouders in Nederland woonachtig of gevestigd.

Extract:

LJN: AH9395, Gerechtshof Amsterdam, 00/01652

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Derde Meervoudige Belastingkamer

UITSPRAAK

op het beroep van X N.V. te Z, belanghebbende,

tegen

een uitspraak van het Hoofd van de Belastingdienst te P, de inspecteur.

1. Loop van het geding

Van belanghebbende is ter griffie een beroepschrift ontvangen op 3 mei 2000, ingediend door drs. A te Q als gemachtigde en aangevuld bij schrijven van 9 juni 2000.

Het beroep is gericht tegen de uit-spraak van de inspecteur, gedagtekend 30 maart 2000, betref-fende de beschikking vaststelling tegemoetkoming ter zake van in het boekjaar 1997/1998 buiten Nederland door inhouding geheven belasting.

Aan belanghebbende is met dagtekening 25 mei 1999 een beschikking verstrekt op grond van artikel 28, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb) juncto artikel 6, tweede lid, van het Besluit beleggingsinstellingen (hierna: BBI), houdende een tegemoetkoming ten bedrage van f 418.013.

Na bezwaar tegen de beschikking is deze bij de bestreden uitspraak gehandhaafd.

Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak van de inspecteur en, uiteindelijk, tot vaststelling van het bedrag van de tegemoetkoming op, primair, f 622.006 dan wel, subsidiair, f 581.349 dan wel, meer subsidiair, f 518.270 dan wel, nog meer subsidiair, f 501.682 dan wel, uiterst subsidiair, f 468.890.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek, met aanvulling daarop, ingediend. De inspecteur heeft een conclusie van dupliek ingezonden.

Ter zitting van 11 september 2002 zijn verschenen de gemachtigde, alsmede mr. B namens de inspecteur, tot haar bijstand vergezeld van mr. C. De gemachtigde heeft vóór de zitting een "tien-dagenstuk ex artikel 8:58 Awb" ingezonden. De inspecteur heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt waarvan een kopie aan deze uitspraak is gehecht.

Het Hof rekent alle hiervoor genoemde stukken tot de stukken van dit geding.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Belanghebbende is opgericht op ............. en is een vennootschap met veranderlijk kapitaal in de zin van artikel 2:76a van het Burgerlijk Wetboek.

Zij is gevestigd in Amsterdam en aldaar aan de beurs genoteerd.

Het boekjaar van belanghebbende loopt van 1 oktober tot en met 30 september. Het eerste, verlengde boekjaar is geëindigd op 30 september ......

2.2. Belanghebbende heeft blijkens haar statuten ten doel het beleggen van gelden in effecten en andere vermogensbestanddelen, met inbegrip van verbruiklening van effecten, zodanig dat de risico's daarvan worden gespreid teneinde de aandeelhouders van belanghebbende in de opbrengst te doen delen. Zij is voor de heffing van de vennootschapsbelasting aangemerkt als beleggingsinstelling in de zin van ...



Activeer nu uw gratis proefperiode

Vraag aan

Hulp nodig? Neem contact met ons op

Probreer vLex 3 dagen GRATIS

Alle juridische informatie van Nederland inclusief:

  • Doctrine
  • Jurisprudentie
  • Wetgeving
  • Nieuws en economie

Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..

3

dagen Gratis toegang



Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan

Gesponsorde links:


Andere documenten:
LJN: AO7104, Raad van State, 200305734/1 | Besluit van 17 augustus 2004 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsonges... | LJN AU7997 Raad van State 200505156/1 | LJN AU6211 Raad van State 200500840/1 | Bridge | Third Choice Is a No1 Saviour Magnificent Mcgregor an Unlikely Ace for Ra... | amts bus crushes youth [ahmedabad] | The Batter Team Wins | I Saw My Father and Murdered Girl Having Sex [Eire Region] | Jambos Discover Cap Calls Can Hurt | Gbp660,000 Move Will Help Carers | Get in Step for Sick Children Hospital Do the Malin Move and Raise Cash for Kidney Kids Appeal | Agency information collection activities proposals submissions and approvals,