LJN: AD6148, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 00/71945

Rechtbank

Datum beslissing:27-02-2001
Datum publicatie:26-11-2001
Type procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied:Vreemdelingen
Linken als: http://nl.vlex.com/vid/39100989
Id. vLex: VLEX-39100989

Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días

Gesponsorde links:


Samenvatting:

Bewaring / VRK.

De bewaring van de vreemdeling, van gestelde Turkse nationaliteit en geboren in 1983, is reeds opgeheven aangezien verweerder de eerder gedane toezegging dat de vreemdeling op korte termijn overgeplaatst zou worden naar de jeugdafdeling van het huis van bewaring in Tilburg niet heeft kunnen nakomen. In geschil is of de bewaring eerder had moeten worden opgeheven en of er aanleiding is schadevergoeding toe te kennen. De rechtbank is van oordeel dat zij bevoegd is te oordelen over de wijze van tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring. De rechtbank verwijst in dit verband naar REK-uitspraak AWB 94/2296 van 11 mei 1994 en het bepaalde in artikel 34a, vijfde lid, Vw. In artikel 37, sub c, van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK) staat vermeld dat de staten die partij zijn, waarborgen dat ieder kind dat van zijn vrijheid is beroofd, wordt behandeld met menselijkheid en met eerbied voor de waardigheid inherent aan de menselijke persoon, en zodanig dat rekening wordt gehouden met de behoeften van een persoon van zijn of haar leeftijd. Met name wordt ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd, gescheiden van volwassenen tenzij het in het belang van het kind wordt geacht dit niet te doen. In casu staat vast dat de vreemdeling niet gescheiden was van volwassenen in het huis van bewaring.

In de memorie van toelichting is gewezen op het voorbehoud dat bij artikel 10 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) is gemaakt in verband met mogelijke capaciteitsproblemen. In de memorie van toelichting is verder opgenomen dat de clausule aan het slot van onderdeel c van artikel 37 VRK luidt 'behalve in uitzonderlijke gevallen', hetgeen de mogelijkheid openlaat kinderen tijdelijk gezamenlijk met volwassenen te detineren in geval van onverwachte pieken. Een voorbehoud als is gemaakt ten aanzien van het IVBPR is derhalve in deze niet nodig. De Raad van State heeft er in haar advies op gewezen, dat de clausule aan het slot van onderdeel c van artikel 37 'behalve in uitzonderlijke gevallen' betrekking heeft op het recht van ieder kind op het onderhouden van contact met zijn of haar familie door middel van correspondentie en bezoeken en niet op het bepaalde dat met name ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd, wordt gescheiden van volwassenen tenzij het in het belang van het kind wordt geacht dit niet te doen". In het nader rapport wordt ingestemd met de door de Raad van State voorgestane uitleg van artikel 37, onder c. Voorts wordt het advies van de Raad van State om in het voorstel van Rijkswet een daartoe strekkend voorbehoud op te nemen gevolgd en in de toelichting op artikel 37 in deze zin aangepast. Desondanks is in de Rijkswet van 24 november 1994, houdende goedkeuring van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, het voorbehoud ten aanzien van het niet gescheiden houden van een kind dat van zijn vrijheid is beroofd van volwassenen, bij onverwachte pieken, alleen gemaakt voor de Nederlandse Antillen en Aruba. Het beroep dat verweerder op dit voorbehoud heeft gemaakt gaat derhalve niet op. Ook de overige argumenten van verweerder kunnen niet afdoen aan de onderhavige verdragsverplichting. Beroep gegrond.

Extract:

LJN: AD6148, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 00/71945

UITSPRAAK

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

sector bestuursrecht

vreemdelingenkamer, enkelvoudig

__________________________________________________

UITSPRAAK

ingevolge artikel 8:77 Algemene wet bestuursrecht

juncto artikel 34a Vreemdelingenwet

__________________________________________________

Reg.nr: AWB 00/71945 VRWET

Inzake: A, verblijfplaats onbekend, hierna te noemen de vreemdeling,

gemachtigde mr. H.C. van Asperen, advocaat te Rotterdam,

tegen:de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. A. van de Burgt, ambtenaar ten departem...



Activeer nu uw gratis proefperiode

Vraag aan

Hulp nodig? Neem contact met ons op

Probreer vLex 3 dagen GRATIS

Alle juridische informatie van Nederland inclusief:

  • Doctrine
  • Jurisprudentie
  • Wetgeving
  • Nieuws en economie

Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..

3

dagen Gratis toegang



Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan

Gesponsorde links:


Andere documenten:
LJN: BJ3267, Rechtbank Rotterdam, 284808 / HA ZA 07-1367 | LJN AZ3133 Centrale Raad van Beroep 04/4471 NIOAW | LJN: AB0420, Gerechtshof Leeuwarden, 1260/98 | ljn: al6179, rechtbank zwolle, 75801 / ha za 02-459 | Rs 100 Cr Riding On Sanjay Dutt [India] | England Admits Abu Abuse | Flight Death Boy Is Buried with Brother | Warnock Tells Chelsea: I Can Be New Jose | sharp fulham deny travel-sick baggies a road to recovery ; in associatio... | Blue Chip Values Keep Flying the Standard Flag | Applications D Stephen Sorensen | Man Dies in Flat Blaze | ncp all set to get 2 more berths in union cabinet [mumbai]