Datum beslissing:06-08-2001
Datum publicatie:13-12-2001
Type procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechtsgebied:Vreemdelingen
Linken als:
http://nl.vlex.com/vid/39101520
Id. vLex: VLEX-39101520
Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días
Bewaring / strafrechtelijk voortraject / verzending stukken.
De vreemdeling bezit de Tsjechische nationaliteit. De vreemdeling is opgeroepen in persoon ter zitting te verschijnen, maar hij is niet ter zitting verschenen. Hoewel een transportorder is gegeven, is de vreemdeling niet naar de rechtbank vervoerd. De rechtbank overweegt dat deze omstandigheid niet voor risico van betrokkene behoort te komen. Nu de vreemdeling niet binnen de termijn van artikel 94, tweede lid, tweede volzin, door de rechtbank kan worden gehoord, oordeelt de rechtbank dat de bewaring in strijd is met die bepaling. De bewaring dient daarom te worden opgeheven. Verder acht de rechtbank het onwenselijk dat de gedingstukken niet conform de richtlijnen vreemdelingenkamer zijn toegezonden aan de gemachtigde van de vreemdeling. De rechtbank kent hieraan niet de gevolgen toe die de gemachtigde wenst te zien. De bewaring is reeds opgeheven zodat latere toezending aan de gemachtigde niet leidt tot verlenging van de inbewaringstelling en naar het oordeel van de rechtbank ook anderszins niet gezegd kan worden dat de vreemdeling door latere toezending in een nadelige positie is komen te verkeren. De geuite grief dat het strafrechtelijk voortraject onrechtmatig zou zijn treft naar het oordeel van de rechtbank geen doel. Onder verwijzing naar recente jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is de rechtbank van oordeel dat nu de bevoegdheid tot aanhouding wegens het plegen van een winkeldiefstal geen bij of krachtens de Vw 2000 toegekende bevoegdheid betreft, deze grief niet kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Na de strafrechtelijke aanhouding is voldoende gebleken dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verblijft, hetgeen door de gemachtigde niet is betwist. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de bewaring van de vreemdeling, afgezien van het feit dat hij niet tijdig door de rechtbank kon worden gehoord, rechtmatig was. De bewaring als zodanig levert daarom geen grond op voor schadevergoeding. Het niet tijdig horen kan slechts tot schadevergoeding leiden indien de bewaring voortduurt na de dag waarop de termijn van artikel 94, tweede lid, tweede volzin, Vw 2000, is verstreken. Deze termijn eindigt op 19 juni 2001, terwijl ook op die datum de bewaring is opgeheven. Gelet hierop is er geen aanleiding voor toekenning van schadevergoeding. Beroep gegrond, afwijzing verzoek tot schadevergoeding.LJN: AD7074, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 01/24790
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
sector bestuursrechtvreemdelingenkamer, enkelvoudig__________________________________________________UITSPRAAKingevolge artikel 8:77 Algemene wet bestuursrechtberoep vrijheidsontnemende maatregel__________________________________________________Reg.nr : AWB 01/24790 VRWETInzake : A, CRV nummer 1305169981, verblijfplaats onbekend, hierna te noemen de vreemdeling, gemachtigde mr. J. van Bennekom, advocaat te Amsterdam,tegen : de Staatssecretaris van Justitie, verweer...Probreer vLex 3 dagen GRATIS
Alle juridische informatie van Nederland inclusief:
Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..
3
dagen Gratis toegang
Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan