Datum beslissing:30-01-2004
Datum publicatie:02-02-2004
Type procedure:Cassatie
Rechtsgebied:Civiel overig
Linken als:
http://nl.vlex.com/vid/39228441
Id. vLex: VLEX-39228441
Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días
30 januari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/272HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n de publiekrechtelijke rechtspersoon HET WATERSCHAP MARK EN WEERIJS, rechtsopvolger onder algemene titel van het Waterschap De Boven-Mark, gevestigd te Ulvenhout, gemeente Breda, VERWEERDER in cassatie, advocaten: mrs. J.G. de Vries Robbé en J.A.M.A. Sluysmans.
1. Het geding in feitelijke instanties...LJN: AN7825, Hoge Raad, C02/272HR
30 januari 2004
Eerste KamerNr. C02/272HRJMH/ATHoge Raad der NederlandenArrestin de zaak van:[eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],EISERES tot cassatie,advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,t e g e nde publiekrechtelijke rechtspersoon HET WATERSCHAP MARK EN WEERIJS, rechtsopvolger onder algemene titel van het Waterschap De Boven-Mark, gevestigd te Ulvenhout, gemeente Breda,VERWEERDER in cassatie,advocaten: mrs. J.G. de Vries Robbé en J.A.M.A. Sluysmans.1. Het geding in feitelijke instantiesEiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploten van 22 juli 1994 het Waterschap de Boven-Mark, zijnde de rechtsvoorganger van het Waterschap Mark en Weerijs (thans verweerder in cassatie) en de publiekrechtelijke rechtspersoon naar Belgisch recht Watering De Beneden-Mark, gevestigd te Hoogstraten, België gedagvaard voor de rechtbank te Breda en - na vermindering van eis bij conclusie van repliek - gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:1. te verklaren voor recht dat ieder der gedaagden, het Waterschap en de Watering, onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres] door het niet-tijdig schoonmaken en onderhouden van de Leijloop als bedoeld in het lichaam van deze dagvaarding;2. ieder der gedaagden, het Waterschap en de Watering, hoofdelijk te veroordelen, des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten, tot betaling van de door [eiseres] geleden vermogensschade ten bedrage van voorshands ƒ 90.804,75, althans een zodanig bedrag als naar het oordeel van de rechtbank die vermogensschade bedraagt, waaronder ook te rekenen zijn de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid ad thans te bepalen pro memorie, alsmede de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte ten bedrage van ƒ 2.063,69, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente over d...Probreer vLex 3 dagen GRATIS
Alle juridische informatie van Nederland inclusief:
Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..
3
dagen Gratis toegang
Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan