Datum beslissing:17-11-2000
Datum publicatie:17-11-2000
Type procedure:Cassatie
Rechtsgebied:Civiel overig
Linken als:
http://nl.vlex.com/vid/39376531
Id. vLex: VLEX-39376531
Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días
LJN: AA8358, Hoge Raad, C99/103HR
17 november 2000
Eerste KamerNr. C99/103HRHoge Raad der NederlandenArrestin de zaak van:[Eiser] wonende te [woonplaats],EISER tot cassatie,advocaat: mr. J.C. van Oven,t e g e nB.C.E. BOUW B.V., gevestigd te Ede,VERWEERSTER in cassatie,advocaat: mr. R.S. Meijer.1. Het geding in feitelijke instantiesEiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 8 september 1995 verweerster in cassatie - verder te noemen: Bouw - gedagvaard voor de Kantonrechter te Wageningen en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Bouw te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 300.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 januari 1992, onder aftrek van de betaalde voorschotten ad ƒ 175.000,-- tot de dag der algehele voldoening alsmede een belastinggarantie voor de hoofdsom van ƒ 300.000,--.Bouw heeft de vorderingen bestreden.De Kantonrechter heeft bij vonnis van 20 november 1996 Bouw veroordeeld om ter zake van immateriële schade aan [eiser] te betalen ƒ 200.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 januari 1992, te rekenen over de openstaande saldi na de betaalde, op genoemd bedrag in mindering te brengen voorschotten ad ƒ 175.000,-- tot de dag der algehele voldoening. Voorts heeft de Kantonrechter het meer of anders gevorderde afgewezen.Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Arnhem. [eiser] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.Bij vonnis van 10 december 1998 heeft de Rechtbank, rechtdoende in hoger beroep, in het principaal en in het incidenteel hoger beroep het bestreden vonnis bekrachtigd.Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.2. Het geding in cassatieTegen het vonnis van de Rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.Bouw heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.De conclusie van de Advocaat-Generaal Spier strekt tot verwerping van het beroep.3. Beoordeling van het middel3.1 Het gaat in cassatie om het volgende.Aan [eiser], geboren in 1973, is op 13 januari 1992 tijdens zijn werk een ongeval overkomen, dat tot bijzonder ernstig, blijvend letsel heeft geleid. Bouw is aansprakelijk voor de door [eiser] als gevolg van dat ongeval geleden en nog te lijden schade. In de onderhavige procedure vordert [eiser] vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van ƒ 300.000,--. De Kantonrechter heeft deze vordering toegewezen tot een bedrag van ƒ 200.000,--. De Rechtbank heeft het vonnis van de Kantonrechter bekrachtigd.3.2 Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld.Het gaat in deze procedure om de begroting van de naar billijkheid vast te stellen vergoeding voor het niet in vermogensschade bestaande nadeel dat is geleden door een persoon die als g...Probreer vLex 3 dagen GRATIS
Alle juridische informatie van Nederland inclusief:
Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..
3
dagen Gratis toegang
Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan