Datum beslissing:01-03-2006
Datum publicatie:09-03-2006
Type procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied:Vreemdelingen
Linken als:
http://nl.vlex.com/vid/39431733
Id. vLex: VLEX-39431733
Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días
Artikel 1F VSV / Azerbeidzjan.
Eiser was in de periode 1991 tot 1995 lid van de OMON. Hij had de rang van sergeant en maakte deel uit van de speciale eenheid van lijfwachten van commandant Rovshan Javadov. Hij was betrokken bij het conflict in Nagorno Karabach in de jaren 1991 en 1992. Eiser heeft verklaard uitsluitend in het rayon Fizuli, gelegen zuidoostelijk van de enclave, te hebben gevochten. Verweerder gaat er op basis van enkele in internationale tijdschriften gepubliceerde artikelen van uit dat eiser betrokken is geweest bij mensenrechtenschendingen die met name in het kader van "Operatie Ring" door OMON zijn gepleegd. Eiser wordt in verband gebracht met deportaties van Armeense burgers. Deze artikelen noemen echter andere gebieden, waar de mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden, dat het rayon waar eiser stelt te hebben gevochten. Het algemene ambtsbericht van juli 2004 over Azerbeidzjan geeft aan dat niet alle OMON strijders zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen en dat niet bekend is welke detachementen dat hebben gedaan. Uit een individueel ambtsbericht blijkt dat OMON actief is geweest in de Gazakh regio in Azerbeidzjan (noordwestelijk van de enclave). Eisers specifieke activiteiten zijn, blijkens dit ambtsbericht, niet te achterhalen. De rechtbank concludeert dat verweerder in redelijkheid wel knowing participation, maar geen personal participation heeft kunnen aannemen. Het enkele lidmaatschap van OMON en de bij eiser veronderstelde kennis van de doelstellingen van OMON, alsmede het volgen van trainingen voor operaties in de verdedigingszone, zijn onvoldoende om persoonlijke betrokkenheid van eiser bij mensenrechtenschendingen te kunnen aannemen. Beroep gegrond.LJN: AV3957, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 04/35017
RECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE
nevenzittingsplaats Groningenvreemdelingenkamermeervoudige kamerRegistratienummer: Awb 04/35017U I T S P R A A KIn het geschil tussen:Ageboren op [...] 1964van Azerbeidzjaanse nationaliteit,V-nummer 070.207.9242eiser,gemachtigde: mr. E. Ebes, juridisch medewerker bij de Stichting Rechtsbijstand Asiel Noordoost-Nederland te Zwolle,en DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE,(Immigratie- en Naturalisatiedienst),te 's-Gravenhage,verweerder,vertegenwoordigd door mr. R. van der Horn, ambtenaar ten departemente.Ontstaan en loop van het gedingOp 25 november 2002 heeft eiser een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij het bestreden besluit van 13 juli 2004 heeft verweerder afwijzend op de aanvraag beslist.Bij beroepschrift van 3 augustus 2004 heeft eiser tegen de hiervoor genoemde beschikking op nader aan te voeren gronden beroep ingesteld. Bij brieven van 29 september 2004 en 24 januari 2006 zijn nadere gronden van beroep ingediend.Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift aan de rechtbank toegezonden.De griffier heeft de van verweerder ontvangen stukken aan eiser toegezonden en hem in de gelegenheid gesteld om nadere gegevens te...Probreer vLex 3 dagen GRATIS
Alle juridische informatie van Nederland inclusief:
Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..
3
dagen Gratis toegang
Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan