Datum beslissing:27-03-2007
Datum publicatie:15-05-2007
Type procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied:Belasting
Linken als:
http://nl.vlex.com/vid/39470156
Id. vLex: VLEX-39470156
Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días
Het in te delen product is een door middel van ultrafiltratie van bier verkregen kleurloze, niet schuimende en drinkbare vloeistof, die niet naar bier smaakt of ruikt, maar wel naar alcohol ruikt. Belanghebbende is van mening dat het product moet worden ingedeeld in post 2203 00 10 van de GN. De inspecteur is de mening toegedaan dat indeling in post 2208 90 99 moet volgen. Naar het oordeel van de Douanekamer ontbeert het product de karakteristieke eigenschappen van bier als geur, smaak, kleur en schuimen. Het kan dus niet als bier van mout in post 2203 worden ingedeeld. Daarnaast dient het onderhavige product louter als ingredient voor mixdranken, dit brengt met zich dat het niet kan worden aangemerkt als drank in de zin van post 2206. Indeling in post 2208 90 99 van het GDT. Het product voldoet geheel aan de bewoordingen van die post. Beroep ongegrond.
LJN: BA5184, Gerechtshof Amsterdam, 04/03978
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
DOUANEKAMERUitspraakin de zaak nr. 04/3978 DKde dato 27 maart 20071. De procedure1.1. Op 14 september 2004 is bij de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: de Douanekamer) een beroepschrift ingekomen ingediend door mr. A en B, C Belastingadviseurs N.V. te D, namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z, belanghebbende, welk beroep is aangevuld bij brief van 24 november 2004. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst/Douane P (hierna: de inspecteur) van 12 augustus 2004, nr. xxxx, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de bindende tariefinlichting, gedagtekend 31 december 2003, kenmerk NL-RTD-xxxx, ongegrond werd verklaard.1.2. Van belanghebbende is door de griffier een griffierecht van € 273,-- geheven. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van de Douanekamer van 20 februari 2007, gehouden te Amsterdam. Namens belanghebbende zijn verschenen F, G, beiden werkzaam bij C en H, werkzaam bij belanghebbende. Namens de inspecteur zijn verschenen I en J, alsmede K van het Douane Laboratorium van de Belastingdienst. Belanghebbende en de inspecteur hebben ieder een pleitnota overgelegd en voorgelezen, waarvan de inhoud als hier opgenomen geldt. Bij de pleitnota van de inspecteur is een bijlage opgenomen, van welke bijlage belanghebbende kennis heeft kunnen nemen en waarover zij zich heeft kunnen uitlaten. De douanekamer rekent beide pleitnota's en evenvermelde bijlage tot de stukken van het geding. De inspecteur heeft een monster van het in geding zijnde product getoond.2...Probreer vLex 3 dagen GRATIS
Alle juridische informatie van Nederland inclusief:
Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..
3
dagen Gratis toegang
Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan