LJN: BD1002, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 07/38779

Rechtbank

Datum beslissing:25-04-2008
Datum publicatie:06-05-2008
Type procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied:Vreemdelingen
Linken als: http://nl.vlex.com/vid/39609666
Id. vLex: VLEX-39609666

Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días

Gesponsorde links:


Samenvatting:

Turkse onderdanen / Associatiebesluit 1/80 artikel 6 / begrip "dezelfde werkgever" / uitzendwerk / twee inleners

Vaststaat dat in de geschetste arbeidsverhouding van eiser alle drie elementen - arbeid, loonbetaling en gezagsverhouding - aanwezig zijn om eiser voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Besluit 1/80 aan te merken als werknemer. Tussen partijen is dat ook niet in geschil. Minder eenvoudig is het antwoord op de vraag wie in deze arbeidsverhouding voor de toepassing van genoemd artikel 6 als werkgever moet worden aangemerkt: het uitzendbureau, het inlenend bedrijf of wellicht beide. Geconstateerd moet worden dat binnen de arbeidsverhouding van eiser de genoemde drie elementen - arbeid, loonbetaling en gezagsverhouding - aan de werkgeverszijde zijn verdeeld over zowel het uitzendbureau als over het inlenende bedrijf. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een vorm van gedeeld werkgeverschap.

Vervolgens is de vraag hoe bij de geschetste figuur van gedeeld werkgeverschap het begrip "dezelfde werkgever" als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit 1/80 moet worden ingevuld. De rechtbank overweegt dat de hier in het geding zijnde arbeidsverhouding niet uitdrukkelijk in artikel 6 van het Besluit 1/80 is geregeld. Het begrip "dezelfde werkgever", genoemd in artikel 6, eerste lid, aanhef en eerste streepje, van het Besluit 1/80, moet echter zodanig worden uitgelegd, dat daardoor het nuttig effect van voornoemde bepaling niet verloren gaat. Daarbij is van belang dat het bepaalde in artikel 6 van het Besluit 1/80 dient te worden bezien tegen de achtergrond van het doel van de Associatieovereenkomst. Overeenkomstig vaste rechtspraak van het Hof heeft voornoemde bepaling tot doel de positie van Turkse werknemers in de gastlidstaat steeds verder te verstevigen. Uit het vereiste dat sprake moet zijn van een jaar legale arbeid bij dezelfde werkgever is af te leiden dat is beoogd te bezien of in enige mate gewaarborgd is dat sprake is van voldoende continuïteit in de arbeidsverhouding. Vanuit die gedachte is niet van belang wie precies als werkgever moet worden aangemerkt of dat sprake is van een gedeeld werkgeverschap. Evenmin is van belang hoe de arbeidsverhouding precies moet worden gekwalificeerd. Voor de toepassing van artikel 6 van het Besluit 1/80 is primair van belang dat de arbeid wordt verricht als werknemer. Daarnaast moet voldoende continuïteit in de feitelijke arbeidsverhouding zijn gewaarborgd. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in geval van het verrichten van arbeid via een uitzendbureau sprake indien de betrokken Turkse werknemer gedurende een jaar bij hetzelfde uitzendbureau en / of bij hetzelfde inlenende bedrijf heeft gewerkt en aansluitend bij datzelfde uitzendbureau en / of datzelfde inlenende bedrijf werkzaam kan blijven. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de arbeidsmarkt in een lidstaat als Nederland inmiddels wordt gekenmerkt door een grote vraag naar en aanbod van flexibele arbeid. Daarbij maken werknemers in toenemende mate de keuze om structureel op basis van een uitzendovereenkomst werkzaam te zijn. Arbeid op basis van een uitzendovereenkomst is daarmee evenzeer een algemeen aanvaarde reguliere vorm van arbeid geworden als arbeid op basis van een vaste arbeidsovereenkomst. Ook Turkse werknemers die tot de legale arbeidsmarkt behoren, zoals eiser, blijken ervoor te kiezen structureel werkzaam te zijn op basis van een uitzendovereenkomst. Tegen deze achtergrond moeten begrippen in artikel 6 van het Besluit 1/80 zo worden uitgelegd dat het voor Turkse werknemers die tot de legale arbeidsmarkt behoren mogelijk is te integreren in de arbeidsmarkt van de lidstaat van ontvangst en hun positie op die arbeidsmarkt te verstevigen door structureel arbeid te verrichten op basis van een uitzendovereenkomst. De restrictie die het eerste lid, aanhef en eerste streepje, van artikel 6 van het Besluit 1/80 stelt moet daarbij worden opgevat als het vereiste dat de betrokken Turkse werknemer gedurende een jaar werkzaam is geweest en aansluitend werkzaam kan blijven bij hetzelfde uitzendbureau dan wel bij hetzelfde inlenende bedrijf. Een andere uitleg zou er in feite toe leiden dat aan Turkse werknemers die tot de legale arbeidsmarkt behoren en die ervoor kiezen structureel op basis van een uitzendovereenkomst werkzaam te zijn, categorisch de voordelen die artikel 6 van het Besluit 1/80 in het leven roept, worden ontnomen. Die uitleg is naar het oordeel van de rechtbank in strijd met het doel van de Associatieovereenkomst en ontneemt het nuttig effect aan de toepassing van artikel 6 van het Besluit 1/80.

Het vorenstaande betekent in het onderhavige geval, waarin sprake is van een ongewijzigde situatie zowel ten aanzien van het uitzendbureau als ten aanzien van de inlener, dat eiser voldoet aan het gestelde in artikel 6, eerste lid, aanhef en eerste streepje, van het Besluit 1/80. Gelet hierop had eiser aanspraak op voortzetting van de arbeidsverhouding en, daaraan gekoppeld, verblijfsrecht. Derhalve heeft verweerder eisers aanvraag ter vaststelling van zijn uit het Besluit 1/80 voortvloeiend verblijfsrecht ten onrechte afgewezen. Beroep gegrond.

Op dezelfde datum heeft de meervoudige kamer in een zaak, waarin sprake was van een ongewijzigde situatie alleen voor wat betreft het uitzendbureau - er was sprake een uitzendbureau en twee inleners - in dezelfde zin geoordeeld (zie AWB 07/41421).

Extract:

LJN: BD1002, Rechtbank 's-Gravenhage, AWB 07/38779

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 07/38779

Uitspraak van de meervoudige kamer van 25 april 2008

inzake

[eiser],

geboren op [geboortedatum] 1975,

nationaliteit Turkse,

verblijvende te 's-Gravenhage,

eiser,

gemachtigde mr. T. Sönmez,

tegen

de staatssecretaris van Justitie,

te Den Haag,

verweerder,

gemachtigde mr. G.M.H. Hoogvliet.

Procesverloop

In deze uitspraak wordt waar nodig onder verweerder tevens verstaan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie dan wel de minister van Justitie.

Bij besluit van 12 december 2006 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het wijzigen van de beperking "verblijf bij partner [partner]" van de aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in de zin van artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in de beperking "arbeid in loondienst bij Uitzendbureau Modern B.V. op grond van het Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije (hierna: Besluit 1/80)" afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 2 oktober 2007 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

T...



Activeer nu uw gratis proefperiode

Vraag aan

Hulp nodig? Neem contact met ons op

Probreer vLex 3 dagen GRATIS

Alle juridische informatie van Nederland inclusief:

  • Doctrine
  • Jurisprudentie
  • Wetgeving
  • Nieuws en economie

Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..

3

dagen Gratis toegang



Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan

Gesponsorde links:


Andere documenten:
LJN: AO8839, Raad van State, 200401926/2 | ljn as4460 rechtbank almelo 08/000025-04 | LJN BH4458 Gerechtshof Amsterdam 200.012.391 en 200.012.387 | LJN: AE8197, Gerechtshof 's-Gravenhage, 2200282000 | Kbc Networks (Europe) Limited | five meals under $10 | pick of the night | This Is How They Rock in the Appalachians... Dixie Style | Town and Country Planning (Permitted Development) Order 1995 Direction Made Under Artic... | saints want to tempt coppell the screamer ...it s the talk of football... | Cops Sense Foul Play in Man's Death [Nagpur] | sinbinned tindall off the mark ; glos 38 edinburgh 22 | elan in prialt deal ; news in brief | Birca Limited