LJN: BG4459, Gerechtshof Arnhem, 104.003.327

Gerechtshof

Datum beslissing:29-07-2008
Datum publicatie:12-02-2009
Type procedure:Hoger beroep
Rechtsgebied:Handelszaak
Linken als: http://nl.vlex.com/vid/52011381
Id. vLex: VLEX-52011381

Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días

Gesponsorde links:


Samenvatting:

Met grief 1 (en zijn akte na memorie) beoogt de curator een herbeoordeling van alle voorhanden bewijsmiddelen. Voor zover de curator zijn bezwaren tegen de (zeer uitvoerig gemotiveerde) waardering van de rechtbank heeft geconcretiseerd, bleek in het voorgaande dat die bezwaren moeten worden verworpen. Ook overigens onderschrijft het hof het oordeel van de rechtbank dat de curator er niet in geslaagd is het hem opgedragen bewijs te leveren, en maakt het dit oordeel tot het zijne. In hoger beroep heeft de curator geen nader bewijs bijgebracht, met uitzondering van een tweetal sheets uit een presentatie van een medewerker van de bank. Nu uit die presentatie noch uit de stellingen van de curator dienaangaande (zie met name de toelichting op grief 1) iets concreets naar voren komt over de wetenschap van de bank ten aanzien van de voorliggende bewijsvraag, kan zij niet tot een ander oordeel leiden. In het verlengde daarvan moet ook het aanbod van de curator (onder nr. 131 van de memorie van grieven) om de betrokken medewerker als getuige te horen worden gepasseerd, nu niet gebleken is dat die medewerker op enigerlei wijze betrokken was bij dit dossier of anderszins kennis draagt van concrete feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de in deze zaak te beantwoorden bewijsvraag.

Eveneens onder nr. 131 van de memorie van grieven heeft de curator aangeboden [D.] te horen als getuige. Dit aanbod moet worden gepasseerd, omdat een – door de curator in het geding gebrachte – schriftelijke verklaring van [D.] reeds tot de gedingstukken behoort, terwijl de curator niet heeft aangegeven wat [D.] meer of anders zal kunnen verklaren dan in die verklaring reeds is opgenomen, en hij evenmin heeft aangegeven dat er grond is thans een verklaring onder ede te prefereren boven die schriftelijke verklaring. Een en ander had – gelet op het vergevorderde stadium van de procedure en het gegeven dat omtrent de voorliggende bewijsvraag reeds schriftelijk bewijs is geproduceerd en getuigen zijn gehoord – wel op de weg van de curator gelegen. Op diezelfde grond moet ook de rest van zijn – verder niet-gespecificeerde – bewijsaanbod onder nr. 131 worden gepasseerd. Onder nr. 56 van de memorie van grieven heeft de curator ten slotte nog aangeboden te bewijzen dat de bank bekend was met andere schulden van de vennootschap. Voor zover die wetenschap ziet op meer of andere kennis dan die welke in het voorgaande reeds besproken is, moet dit aanbod worden gepasseerd, reeds omdat de curator dan in ieder geval had kunnen aangeven op welke andere schuldeisers hij doelt, zodat hij onvoldoende heeft gesteld om tot het bewijs van zijn stelling te worden toegelaten.

Extract:

LJN: BG4459, Gerechtshof Arnhem, 104.003.327

29 juli 2008

eerste civiele kamer

zaaknummer 104.003.327

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

Mr. Pieter Marius Gunning in zijn hoedanigheid van curator in de

faillissementen van de besloten vennootschappen Elma Vastgoed Ede

B.V. en Elma Vastgoed Veenendaal B.V.,

wonende te Arnhem,

appellant,

procureur: mr. J.M. Bosnak,

tegen:

de naamloze vennootschap ING Bank N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

procureur: mr. A.T. Bolt.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van de vonnissen van 21 december 2000, 20 december 2001 en 18 oktober 2006 die de rechtbank Arnhem tussen appellant (hierna ook te noemen: de curator) als eiser en geïntimeerde (hierna ook te noemen: de bank) als gedaagde heeft gewezen. Tegen de vonnissen van 21 december 2000 en 20 december 2001 heeft de bank hoger beroep ingesteld, hetgeen heeft geleid tot bekrachtiging van die vonnissen bij arrest van dit hof van 25 maart 2003. Bij arrest van 19 november 2004 (NJ 2005, 199) heeft de Hoge Raad het tegen voornoemd arrest ingestelde cassatieberoep verworpen. Van het rechtbankvonnis van 18 oktober 2006 is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 De curator heeft bij exploot van 8 januari 2007 aangezegd van vo...



Activeer nu uw gratis proefperiode

Vraag aan

Hulp nodig? Neem contact met ons op

Probreer vLex 3 dagen GRATIS

Alle juridische informatie van Nederland inclusief:

  • Doctrine
  • Jurisprudentie
  • Wetgeving
  • Nieuws en economie

Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..

3

dagen Gratis toegang



Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan

Gesponsorde links:


Andere documenten:
ljn at2836 rechtbank rotterdam 02/2164 | ljn: bg1113, hoge raad, 08/00077 | LJN: AB3136, Centrale Raad van Beroep, 99/2186 WVG | LJN BJ8549 Hoge Raad 08/00302 | The International Organisations (Immunities and Privileges) Miscellaneous Provisio... | agency information collection activities; proposals, submissions, and approvals, | life's a beach for hopkins ; star puts on the california style (and a few pounds) | Trader Fined Pounds 3000 for Fake Old Firm Jewellery | smoking 'lowers iq and raises the risk of dementia' | Hemdani Happy to Be Convinced by the Spy Who Loves Rangers | Decision Day As Bbc Staff Back Strike | New Arts Minister Makes Mod Debut | Councillor Wants Views