Datum beslissing:16-06-2009
Datum publicatie:06-07-2009
Type procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied:Straf
Linken als:
http://nl.vlex.com/vid/59811429
Id. vLex: VLEX-59811429
Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días
Rechtbank Rotterdam: PROMIS
Medewerker politie wordt ervan verdacht tegen betaling informatie uit de politieregisters te hebben verschaft aan derden.Verdediging stelt zich op het standpunt dat niet bewezen is dat er informatie is overgedragen en dat er is betaald.Gebleken is dat verdachte steeds kort na ontvangst van een sms met (persoons)gegevens inlogt in het politiesysteem, er verhuld gesproken wordt over betaling en er veel moeite wordt gedaan om tot een relatief ontmoeting te komen, die door anderen niet mag worden gezien. De rechtbank gaat ervan uit dat de ontmoetingen dienden om enerzijds de informatie over te dragen en anderzijds de betaling te ontvangen.LJN: BJ1562, Rechtbank Rotterdam, 10/775006-08
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector strafrechtParketnummer: 10/775006-08Datum uitspraak: 16 juni 2009TegenspraakVonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:VERDACHTE,geboren op [..] te Rotterdam,ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [..]raadsman mr. [….], advocaat te [..].ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTINGHet onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 juni 2009.TENLASTELEGGINGAan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.De onder 1 tot en met 12 ten laste gelegde feiten komen er - kort gezegd - op neer dat de verdachte zich in de periode van 1 september 2007 tot en met 28 november 2008 meermalen heeft laten omkopen/meermalen informatie heeft verstrekt aan derden waarvoor de verdachte geld heeft ontvangen/gevraagd alsmede dat hij de door hem door dat misdrijf verkregen gelden heeft witgewassen.EIS OFFICIER VAN JUSTITIEDe officier van justitie heeft gerekwireerd tot:- vrijspraak van het onder 2 primair en 11 ten laste gelegde;- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 subsidiair, 3 primair, 4 primair,5 primair, 6 primair, 7 primair, 8 primair, en 9 primair, 10 primair en 12 ten laste gelegde;- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest.MOTIVERING VRIJSPRAAKHet onder 2 primair en 11 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De officier van justitie heeft dit ook gevorderd, terwijl door de raadsman vrijspraak van alle ten laste feiten is bepleit.ONTVANKELIJKHEID VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE EN OVERIGE VERWERENI. De raadsman heeft het volgende aangevoerd.- Observatie en tapbeslissingen.Uit de inhoud van het proces-verbaal van observatie en de verklaringen van de observanten 14 en 91 tegenover de rechter-commissaris blijkt dat de observanten verschillend verklaren over hetgeen zij hebben gezien. Bovendien staan de in het proces-verbaal van observatie opgenomen waarnemingen haaks op hetgeen de observanten hierover hebben verklaard bij de rechter-commissaris. De verklaringen van de observanten zijn aantoonbaar onjuist, in ieder geval op het punt dat waargenomen zou zijn dat overdracht heeft plaatsgevonden van het bankbiljet van € 200,-.Uit het strafdossier blijkt dat tijdens de verhoren aan de verdachte is voorgehouden dat deze overdracht wel is gezien. Verdachte is door deze aantoonbaar onjuiste voorstelling van zaken op een ongeoorloofde wijze onder druk gezet. Om die reden dient het Openbaar Ministerie terzake van onderzoek 1 niet-ontvankelijk te worden verklaard.De voormelde onjuiste voorstelling van zaken is bovendien ook verwoord in de aanvragen tot verlenging van bevelen tot het opnemen van telecommunicatie na 8 oktober 2008 en deze zijn derhalve door de rechter-commissaris ten onrechte verleend.Het Openbaar Ministerie dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging van die feiten die steunen op het telecommunicatiemateriaal dat is verkregen na 8 oktober 2008, althans nadat de onjuiste voorstelling van zaken in de desbetreffende aanvragen was weergegeven. Bewijsmateriaal dat nadien middels telecommunicatie is verkregen dient dan ook buiten beschouwing te blijven.- Belangenafweging tussen inbreuken persoonlijke levenssfeer en aanhouding/voortduren beperkingen.Op 8 oktober 2008 stelt het observatieteam strafbaar handelen tussen verdachte en medeverdachte te hebben waargenomen. Daarop had direct tot aanhouding moeten worden overgegaan. Uit het dossier blijkt niet van een bijzonder opsporingsbelang om dat niet te doen. Vervolgens wordt er nog zeven weken lang inbreuk gemaakt op de privacy van verdachte door stelselmatig zijn telefoon te tappen en hem te observeren. Ook om die reden moet het Openbaar Ministerie niet- ontvankelijk worden verklaard voor alle feiten die verdachte over de periode na 8 oktober 2008 ten laste zijn gelegd.De verdediging plaatst verder kanttekeningen bij de voortduring van de beperkingen. Ac...Probreer vLex 3 dagen GRATIS
Alle juridische informatie van Nederland inclusief:
Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..
3
dagen Gratis toegang
Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan