Datum beslissing:10-07-2009
Datum publicatie:22-07-2009
Type procedure:Hoger beroep
Rechtsgebied:Sociale zekerheid
Linken als:
http://nl.vlex.com/vid/61249478
Id. vLex: VLEX-61249478
Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días
Herziening intrekking en terugvordering toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Ingevolge artikel 11a van de TW is het Uwv verplicht de toeslag in te trekken of te herzien onder andere indien de toeslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uwv besluiten geheel of gedeeltelijk van intrekking of herziening af te zien.Vast staat dat [ex-echtgenoot] in de in geding zijnde periode inkomsten uit arbeid heeft ontvangen, hetgeen er toe geleid heeft dat aan appellante aanvankelijk tot een te hoog bedrag en per 7 april 1997 ten onrechte toeslag is verleend. Aan het bepaalde in artikel 11a is dan ook voldaan, zodat het Uwv verplicht was de uitkering te herzien c.q. in te trekken. De Raad volgt niet het standpunt van appellante dat [ex-echtgenoot] vanaf 1999 niet meer bij haar woonde. De ex-echtgenoot stond gedurende de gehele in geding zijnde periode ngeschreven. Ten aanzien van de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering bepaalt artikel 20, eerste lid, van de TW dat het Uwv verplicht is hetgeen onverschuldigd aan uitkering is betaald terug te vorderen. Het vierde lid van artikel 20 van de TW geeft het Uwv, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, de bevoegdheid geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. De stelling van appellante dat zij dubbel gestraft wordt omdat enkel van haar en niet van [ex-echtgenoot] wordt teruggevorderd slaagt niet. De Raad voegt daaraan toe dat het Uwv bij de terugvordering van een op grond van de TW verleende toeslag de bijzondere bepalingen van de TW moet toepassen en niet de algemene bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor wat betreft de verjaringstermijn van terugvorderingen van onverschuldigd betaalde toeslag sluit de Raad aan bij de in het BW neergelegde verjaringstermijnen voor vorderingen uit onverschuldigde betaling. Inzake hetgeen appellante heeft aangevoerd met betrekking tot de aanwezigheid van dringende redenen om van terugvordering af te zien overweegt de Raad dat appellante weliswaar door de terugvordering in een moeilijke situatie is beland maar deze situatie is niet zodanig dat sprake is van onaanvaardbare consequenties.
LJN: BJ3262, Centrale Raad van Beroep, 06/4474 TW + 06/4475 TW + 06/4476 TW + 06/4477 TW + 06/4478 TW
06/4474 TW, 06/4475 TW, 06/4476 TW, 06/4477 TW en 06/4478 TW
Centrale Raad van BeroepMeervoudige kamerU I T S P R A A Kop de hoger beroepen van:[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 16 juni 2006, 05/2417 en 05/2415, 05/2416, 05/2418 en 05/2419 (hierna: aangevallen uitspraken),in de gedingen tussen:appellanteende Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).Datum uitspraak: 10 juli 2009I. PROCESVERLOOPNamens appellante is mr. A.P.L. Pinkster, advocaat te Amsterdam, in hoger beroep gekomen.Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2009. Appellante is in persoon verschenen, bijgesta...Probreer vLex 3 dagen GRATIS
Alle juridische informatie van Nederland inclusief:
Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..
3
dagen Gratis toegang
Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan