LJN: BJ5133, Hoge Raad, CPG 08/03521

Hoge Raad der Nederlanden

Datum beslissing:22-06-2009
Datum publicatie:14-08-2009
Type procedure:Cassatie
Rechtsgebied:Belasting
Linken als: http://nl.vlex.com/vid/63785952
Id. vLex: VLEX-63785952

Acceda a este documento
y pruebe vLex GRATIS durante 3 días

Gesponsorde links:


Samenvatting:

Conclusie PG:

Aan belanghebbende, woonachtig in Nederland is een naheffingsaanslag belasting van personenauto's en motorrijwielen opgelegd ter zake van het gebruik maken van de weg met een Jaguar die was voorzien van een Belgisch kenteken. Rechtbank Breda vernietigt de naheffingsaanslag omdat niet aannemelijk is geworden dat de auto bestemd was voor duurzaam gebruik in Nederland. Zowel belanghebbende als de Inspecteur stelt hoger beroep in. Het Hof kent aan beide ingestelde hoger beroepen een zaaknummer toe en doet twee uitspraken. De onderhavige conclusie heeft betrekking op het door belanghebbende ingestelde hoger beroep. Belanghebbende meent dat de rechtbank hem ten onrechte niet een vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten heeft toegekend. Het Hof oordeelt dat een schending van het gemeenschapsrecht door de Inspecteur geen bijzondere omstandigheid oplevert voor afwijking van de forfaitaire proceskostenvergoeding. Deze regeling vormt geen ongeoorloofde beperking van de toegang tot het gemeenschapsrecht. Het Hof kent wel een hogere proceskostenvergoeding toe door uit te gaan van een hogere wegingsfactor en vanwege door de gemachtige verrichte (hulp)werkzaamheden waarvoor de rechtbank geen bedrag in aanmerking had genomen.

Belanghebbende stelt beroep in cassatie in en voert drie klachten aan.

A-G van Hilten memoreert eerst haar eerder ingenomen standpunt dat een procedure betreffende één naheffingsaanslag één zaak betreft waarin het Hof slechts één uitspraak kan doen (conclusie van 31 oktober 2008 voor zaaknr. 07/11210). Het Hof had het hoger beroep van belanghebbende in één uitspraak moeten behandelen tezamen met de uitspraak naar aanleiding van het door de Inspecteur ingestelde hoger beroep.

Wat de eerste klacht betreft wijst de A-G op twee uitspraken van de Hoge Raad (civiele en belastingkamer) waarin hij oordeelde dat een onjuist bevonden standpunt van een bestuursorgaan op zichzelf geen bijzondere omstandigheid oplevert die een afwijking van de forfaitaire proceskostenvergoeding rechtvaardigt (HR 17 december 2004, BNB 2005/239 en HR 7 oktober 2005, BNB 2005/374). Bijkomende omstandigheden zijn nodig voor een hogere vergoeding dan de forfaitaire. Het moet dan gaan om de situatie dat een rechtzoekende belemmerd wordt zijn aan het gemeenschapsrecht ontleende rechten te effectueren. De A-G betwijfelt of deze gevallen zich in rechte voor zullen doen omdat de belastingplichtige die daadwerkelijk belemmerd wordt, geen beroep op bijzondere omstandigheden kan doen.

In de zaak D (C-376/03) kwam het HvJ EG niet toe aan de beantwoording van de voorwaardelijk gestelde vraag van Hof 's-Hertogenbosch over de verenigbaarheid van de proceskosten-regeling met het Europese recht. In de zaak Clean Car Service (C-472/99) heeft het HvJ EG zich uitgelaten over de vergoeding van kosten van partijen in het hoofdgeding die zijn gemaakt in verband met de prejudiciële procedure. De getoetste Oostenrijkse regeling voorzag daar niet in. Het HvJ EG overwoog dat dit bij gebreke van een gemeenschapsregeling een aangelegenheid is van het interne recht van de lidstaten. De nationale rechter moet wel het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel in acht nemen. Volgens de A-G zal het oordeel van het HvJ EG niet anders zijn als het gaat om vergoeding van de kosten in verband met de nationale procedure.

De tweede klacht faalt eveneens. Het Hof was anders dan belanghebbende meent niet verplicht te motiveren waarom het nu niet en destijds (in de zaak D) wel prejudiciële vragen stelde. Het Hof is sowieso niet verplicht om vragen te stellen aan het HvJ EG omdat tegen zijn uitspraak een rechtsmiddel kan worden aangewend (art. 234 EG).

De derde klacht tot slot ziet op het door het Hof geschatte bedrag voor de (hulp)werkzaamheden van de gemachtigde. Het betreft een feitelijk oordeel dat in cassatie niet op zijn juistheid kan worden getoetst. De klachten kunnen niet tot cassatie leiden.

Extract:

LJN: BJ5133, Hoge Raad, CPG 08/03521

Derde kamer - uitspraak volgt

Nr. 08/03521

Derde kamer (A)

Proceskosten

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

MR. M.E. VAN HILTEN

ADVOCAAT-GENERAAL

Conclusie van 22 juni 2009 inzake:

X

tegen

de staatssecretaris van Financiën

1. Inleiding

Nadat Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag belasting van personenauto's en motorrijwielen had vernietigd, stelde zowel belanghebbende als de Inspecteur hoger beroep in. Deze conclusie betreft de uitspraak op het door belanghebbende ingestelde hoger beroep en de vraag of een schending van Europees recht door de Inspecteur(1) een bijzondere omstandigheid oplevert om af te wijken van de forfaitaire proceskostenvergoeding.

2. Feiten en procesverloop

2.1. Belanghebbende woonde - tot half maart 2005 - in Nederland. Hij drijft een eenmanszaak, met kantoren in Nederland en België. (Reeds) gedurende de periode dat belanghebbende in Nederland woonachtig was, beschikte hij over een personenauto van het merk Jaguar, X-type, welke auto voorzien was van een Belgisch kenteken.

2.2. Bij beschikking van 26 april 2004 is aan belanghebbende op grond van artikel 14 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 juncto artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit belasting personenauto's en motorrijwielen 1992 vergunning verleend om met vorenvermelde personenauto in Nederland van de weg gebruik te maken voor de overbrugging van zijn woonplaats naar zijn in het buitenland gelegen vaste werkplaats. Volgens de vergunning dient de afstand langs de daarvoor gebruikelijke en in het algemeen kortste route te worden afgelegd.

2.3. Op 21 september 2004 is geconstateerd dat belanghebbende in Nederland van de weg gebruik heeft gemaakt. In haar nader te melden uitspraak is de Rechtbank er veronderstellenderwijs vanuit gegaan dat dit geb...



Activeer nu uw gratis proefperiode

Vraag aan

Hulp nodig? Neem contact met ons op

Probreer vLex 3 dagen GRATIS

Alle juridische informatie van Nederland inclusief:

  • Doctrine
  • Jurisprudentie
  • Wetgeving
  • Nieuws en economie

Probeer vLex 3 dagen zonder verplichtingen en kijk waarom u vLex nodig heeft..

3

dagen Gratis toegang



Als u al cliënt van vLex bent, Hier verder gaan

Gesponsorde links:


Andere documenten:
LJN: AF5479, Gerechtshof 's-Gravenhage, 2200324802 | ljn: bd6037, rechtbank haarlem, 06/5297 en 06/5298 | ljn: ba7290, rechtbank 's-gravenhage, awb 06/46419 en awb 06/46423 | ljn: af4583, rechtbank 's-gravenhage, awb 02/6402 | your newspaper | leinster happy to cut out fancy stuff | Doctors' Chief Is 'Unreasonable' On Top-Up Care | Cadbury Gets Teeth Into Turkish Chewing Gum with Pounds 225m Buy ; in Brief | The Travellersa Allowances Amendment Order 2008 Note | Environmental Protection Agency, | Suu Kyi s Illegal Visitor Flies Home to Us After Prison Deal [Edition 3] | Now Political War Over Nandigram Rape [India] | Ndlovu v. Canada (Minister of Citizenship and Immigration), 2004 FC 575 (2004)