• Centrale Raad van Beroep

Nieuwste documenten

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Beëindiging ZW-uitkering. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapportage op inzichtelijke en overtuigende wijze de medische beperkingen van appellant onderbouwd. Gelet op de voorhanden medische gegevens heeft de bezwaarverzekeringsarts naar het oordeel van de Raad terecht geconcludeerd dat appellant op de datum in geding in staat was tot het verrichten van het eigen werk.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Herziening en terugvordering WW-uitkering. Oplegging boete. Schending inlichtingenverplichting. Volgens vaste rechtspraak (zie onder meer CRvB 20 februari 2013, LJN BZ1802) is in een situatie als de onderhavige, waarin een uitkeringsgerechtigde heeft nagelaten een volledige opgave te doen van zijn werkzaamheden en van de gewerkte uren zelf geen registratie heeft bijgehouden, aanvaardbaar dat het Uwv een schatting maakt van de omvang van die werkzaamheden. Het risico dat die schatting ten nadele van betrokkene uitvalt komt voor diens rekening en risico, mits door het Uwv voldoende en zorgvuldig onderzoek is verricht om tot een vaststelling te komen die de werkelijkheid zo dicht mogelijk benadert.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Geen recht op WIA-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de FML. Aannemelijk dat appellante in staat is om de voor haar geduide functies te vervullen.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Het Uwv heeft de UGM-uitkering (Uitkeringswet gewezen militairen) terecht in mindering gebracht op de WW-uitkering van betrokkene. Onbetwist is dat de hoogte van de UGM-uitkering hoger is dan het voor betrokkene vastgestelde recht op WW-uitkering, zodat terecht is bepaald dat de WW-uitkering niet aan betrokkene wordt uitbetaald.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Verlies van werknemerschap en WW-recht voor het aantal uren dat appellante werkzaamheden verricht. Het BSR is een ideële instelling waarvan de uitvoerende werkzaamheden worden verricht door onbetaalde medewerkers, die werkzaam zijn voor een per medewerker overeengekomen aantal uren per week en volgens een vooraf vastgesteld rooster. De werkzaamheden zijn van juridisch-adviserende aard en worden gecoördineerd door een betaalde kracht. De rechtbank heeft uit de aard van de werkzaamheden en de structuur waarbinnen die bij BSR plaatsvinden terecht afgeleid dat dit werkzaamheden zijn die tot het verlies van werknemerschap leiden. Appellante zou weliswaar geen loon ontvangen voor het werk bij BSR, maar dat neemt niet weg dat voor de werkzaamheden die zij zou gaan verrichten in het maatschappe...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Tussenuitspraak. De Raad verbindt aan de vaststelling in 7.3.1 de conclusie dat de bestreden besluiten gebrekkig zijn gemotiveerd. Hij ziet aanleiding het Uwv opdracht te geven dit gebrek te herstellen en uitgaande van hetgeen de Raad in deze uitspraak heeft overwogen nader te motiveren of en zo ja, op grond van welke wettelijke bepaling(en), rekening houdend met de Insolventierichtlijn, de weigering van uitkeringen aan appellanten stand kan houden. Indien de in de bestreden besluiten opgenomen weigering zich niet met de artikelen 3 en 4 van de Insolventierichtlijn laat verenigen, zal voor ieder van de appellanten nader moeten worden vastgesteld in hoeverre op grond van artikel 64, eerste lid, van de WW nog recht bestaat op overneming van aanspraken in verband met de geëindigde dienstbe...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Aanvraag WAO-uitekring terecht buiten behandeling gesteld, aangezien appellant ook in bezwaar niet heeft voldaan aan het verzoek om nadere gegevens en informatie te verstrekken. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het Uwv niet over voldoende gegevens en bescheiden beschikte om tot behandeling en beoordeling van de aanvraag van appellant over te gaan en dat de door het Uwv aan appellant gevraagde aanvullende gegevens noodzakelijk zijn om zijn recht op WAO-uitkering te kunnen beoordelen. Er zijn voorts geen aanknopingspunten op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat appellant redelijkerwijs niet in staat is geweest om de gevraagde ontbrekende gegevens binnen de gestelde hersteltermijn te verstrekken.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Huishoudelijke verzorging (HV) voor onbeperkte duur in de vorm van een pgb van € 300,24 per vier weken. Het college heeft ten onrechte geen tijd geïndiceerd voor de organisatie van het huishouden. Hierbij is van belang dat het college in de periode tot 10 oktober 2009 wel tijd heeft geïndiceerd voor de dagelijkse organisatie van het huishouden. Appellante is sinds 2002 alcoholverslaafd. Haar huisarts heeft aangegeven dat zij bij tijd en wijle geestelijk instabiel is. Gelet op deze omstandigheden had een onderzoek naar de noodzaak van HV op dit onderdeel niet achterwege mogen blijven. Dit betekent dat het bestreden besluit in zoverre niet in stand kan blijven wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. De Raad draagt het college op om het gebrek in het bestrede...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Intrekking en terugvordering WW-uitkering. Boete. Niet gemelde werkzaamheden als zelfstandige. Schending inlichtingenverplichting. Het bedrag van de boete is evenredig aan de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van appellant.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    WIA-uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 40%. Voldoende medische onderbouwing. De gronden die appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht, zijn in essentie een herhaling van de gronden in eerste aanleg. De rechtbank heeft deze gronden besproken en gemotiveerd geoordeeld waarom ze niet kunnen slagen. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank hieromtrent en maakt deze tot de zijne.

Aanbevolen documenten

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 7 mei 2013

    Schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten. Voldaan aan de connexiteitseis. De beweerdelijk door appellante geleden materiële schade in de vorm van gederfde verkoopopbrengst van de woning en de beweerdelijk door haar geleden inkomensschade kunnen voor zelfstandige vergoeding in aanmerking...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 2 mei 2013

    Intrekking van de bekwaamheidsverklaring van een verpleegkundig centralist. 2) Bekwaamheidsverklaring als vereiste bij de aanstelling. 3) Ontslag wegens het verlies van een aanstellingsvereiste. Dubbel hoger beroep. 1) Er ontbreekt een besluit over de intrekking van de bekwaamheidsverklaring en...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 21 mei 2013

    Intrekking en terugvordering bijstand. Periode 1) Beoordelingsperiode. Toereikende feitelijke grondslag voor de conclusie dat appellant in de periode van 9 september 2009 tot 10 juni 2010 onvolledige en/of onjuiste informatie over zijn woon- en leefsituatie heeft verstrekt. Periode 2) Voor de...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 6 maart 2013

    Vaststelling indicatie. Persoonlijke verzorging: De Raad ziet geen grond om aan te nemen dat BJZ de gebruikelijke zorg die van ouders mag worden gevergd bij de persoonlijke verzorging van appellant te ruim heeft genomen. Appellant heeft zijn standpunt dat bij hem persoonlijke verzorging voor een...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 25 maart 2013

    Dubbel hoger beroep. Tussenuitspraak. De Raad bepaalt - evenals de rechtbank ’s-Gravenhage eerder deed - dat de Minister van Defensie in deze zaak niet voldeed aan de op hem als werkgever rustende zorgplicht. Daarom is de minister ook verantwoordelijk voor door de Dutchbat III-militair (“Dutchbatter...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 27 maart 2013

    Herziening en terugvordering WW-uitkering. 2) Boete. De stelling van appellant dat hij zijn re-integratiecoach volledig op de hoogte heeft gesteld van zijn werkzaamheden als zelfstandige vindt geen steun in de gedingstukken. Als gevolg van het feit dat appellant al in juni 2006 werkzaamheden als...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 4 april 2013

    Weigering voordracht voor benoeming tot rechter. Beroep van verweerder op niet-ontvankelijkheid bezwaar faalt. Verweerder is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat het negatieve advies niet op onvoldoende gronden berust. Dit brengt mee dat het besluit van 20 maart 2012 niet door de daaraan...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 23 mei 2013

    Tussenuitspraak. Functiebeschrijving. Functiewaardering. Inschaling. (Geen) beloningsbeslissing. Geen sprake van te laat ingediend bezwaar. Geen duidelijke beschrijving van de procedure van besluitvorming en de rechtsbescherming. Appellant heeft aangevoerd dat hij, als enige van de inspecteurs...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Tussenuitspraak. De Raad verbindt aan de vaststelling in 7.3.1 de conclusie dat de bestreden besluiten gebrekkig zijn gemotiveerd. Hij ziet aanleiding het Uwv opdracht te geven dit gebrek te herstellen en uitgaande van hetgeen de Raad in deze uitspraak heeft overwogen nader te motiveren of en zo ja,...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 13 maart 2013

    Met de (nadere) regeling van de aard, omvang en inhoud van de aanspraken op AWBZ-zorg is de regelgever niet buiten de grenzen van zijn bevoegdheid getreden. De omstandigheid dat die aanspraken daardoor naar de groep van verzekerden en omvang zijn beperkt, maakt dat, hoe schrijnend dat ook kan zijn...