in Centrale Raad van Beroep › Hoger beroep
in vLex Nederland

38908 resultaten voor Centrale Raad van Beroep › Hoger beroep

  • Beoordeling vLex
  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Intrekking en terugvordering WW-uitkering. Boete. Niet gemelde werkzaamheden als zelfstandige. Schending inlichtingenverplichting. Het bedrag van de boete is evenredig aan de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van appellant.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    WIA-uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 40%. Voldoende medische onderbouwing. De gronden die appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht, zijn in essentie een herhaling van de gronden in eerste aanleg. De rechtbank heeft deze gronden besproken en gemotiveerd geoordeeld waarom ze niet kunnen slagen. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Geen recht op een WIA-uitkering. Appellant kan niet in het standpunt worden gevolgd dat op grond van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb de rechtbank zelf in de zaak had moeten voorzien. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het bestreden besluit uiteindelijk voldoende zorgvuldig is voorbereid. Ook in hoger beroep heeft appellant zijn standpunt, dat zijn beperkingen zijn onderschat, niet met

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Weigering terug te komen van het besluit waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 35 tot 45%. Geen nieuwe medische feiten of veranderde omstandigheden die op de datum in geding nog niet bekend waren.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Appellante wordt geschikt geacht voor haar eigen werk. Blijkens de rapportage van de verzekeringsarts van 18 augustus 2010 dient rekening te worden gehouden met het feit dat appellante haar rug nog niet zwaar dient te belasten, met name niet zwaar tillen en niet frequent voorover buigen. Daarbij geniet de aanwezigheid van vertredingsmogelijkheden de voorkeur. Indien hiermee rekening wordt...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Geen recht op WIA-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Het Uwv mocht bij het bepalen van de mate van arbeidsongeschiktheid uitgaan van de rapportages van de (bezwaar) verzekeringsarts. Appellante wordt met de vastgestelde beperkingen in staat geacht de haar voorgehouden functies te vervullen, zodat het verlies aan verdiencapaciteit minder is dan 35%.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Beëindiging WW-uitkering, wegens niet aanvaarden van passend werk. Anders dan het Uwv en de rechtbank is de Raad van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van een concreet aanbod aan appellant van passende arbeid. Gelet op het feit dat het Uwv in de bezwaarfase al herhaaldelijk navraag heeft gedaan bij BBZ over de inhoud van het sollicitatiegesprek, het aanbod van BBZ aan...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Het Uwv heeft de UGM-uitkering (Uitkeringswet gewezen militairen) terecht in mindering gebracht op de WW-uitkering van betrokkene. Onbetwist is dat de hoogte van de UGM-uitkering hoger is dan het voor betrokkene vastgestelde recht op WW-uitkering, zodat terecht is bepaald dat de WW-uitkering niet aan betrokkene wordt uitbetaald.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Ter uitvoering van de tussenuitspraak (LJN BZ4447) heeft het Uwv op 12 april 2013 een nieuw besluit genomen en het dagloon van appellant aan de hand van de beschikbare informatie over appellants arbeidsverleden en inkomen vastgesteld op € 154,84. Het Uwv heeft in het besluit van 12 april 2013, bij gebreke van voldoende controleerbare objectieve gegevens, een inschatting gemaakt van het gedeelte...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voldoende zorgvuldig en volledig is geweest. Terecht is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat er geen aanleiding is te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van de verzekeringsartsen van het Uwv dat er geen aanleiding is meer beperkingen aan te nemen dan reeds in de FML van 15 mei 2007 zijn opgenomen.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Toekenning loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA-uitkering). Geen sprake van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Nu de psychische situatie van appellant, zoals ook ter zitting bevestigd, nauw verweven is met de aard en gevolgen van zijn fysieke aandoening, heeft de bezwaarverzekeringsarts zich terecht op het standpunt gesteld dat verbetering van de

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Intrekking ZW-uitkering. Weigering. Weigering WIA-uitkering toe te kennen. In deze procedure staat uitsluitend de geschiktheid van appellant op 11 juli 2011 voor ten minste één van de in het kader van de Wet WIA geduide functies ter discussie. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit oordeel is gebaseerd. De in hoger beroep door appellant overgelegde...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Wat appellant ter onderbouwing van zijn hoger beroep heeft aangevoerd vormt in essentie een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd met betrekking tot de medische onderbouwing van het bestreden besluit en heeft de rechtbank terecht niet tot het oordeel geleid dat de medische grondslag van het bestreden besluit ondeugdelijk is. De bva zag in de verkregen informatie van de behandelend...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Aanvraag WAO-uitekring terecht buiten behandeling gesteld, aangezien appellant ook in bezwaar niet heeft voldaan aan het verzoek om nadere gegevens en informatie te verstrekken.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Toekenning WGA-uitkering. Gelet op de door partijen ingenomen standpunten, dient in hoger beroep de vraag te worden beantwoord of de arbeidsongeschiktheid van appellant moet worden geacht volledig en duurzaam te zijn, zodat hij op grond van artikel 47 van de Wet WIA recht heeft op een IVA-uitkering in plaats van een WGA-uitkering. Inzichtelijk en overtuigend is gemotiveerd dat appellant met...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Beëindiging ZW-uitkering. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapportage op inzichtelijke en overtuigende wijze de medische beperkingen van appellant onderbouwd. Gelet op de voorhanden medische gegevens heeft de bezwaarverzekeringsarts naar het oordeel van de Raad terecht geconcludeerd dat appellant op de datum in geding in staat was tot het verrichten van het eigen werk.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Herziening en terugvordering WW-uitkering. Oplegging boete. Schending inlichtingenverplichting. Volgens vaste rechtspraak (zie onder meer CRvB 20 februari 2013, LJN BZ1802) is in een situatie als de onderhavige, waarin een uitkeringsgerechtigde heeft nagelaten een volledige opgave te doen van zijn werkzaamheden en van de gewerkte uren zelf geen registratie heeft bijgehouden, aanvaardbaar dat het...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Geen recht op WIA-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de FML. Aannemelijk dat appellante in staat is om de voor haar geduide functies te vervullen.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Het Uwv heeft de UGM-uitkering (Uitkeringswet gewezen militairen) terecht in mindering gebracht op de WW-uitkering van betrokkene. Onbetwist is dat de hoogte van de UGM-uitkering hoger is dan het voor betrokkene vastgestelde recht op WW-uitkering, zodat terecht is bepaald dat de WW-uitkering niet aan betrokkene wordt uitbetaald.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Verlies van werknemerschap en WW-recht voor het aantal uren dat appellante werkzaamheden verricht. Het BSR is een ideële instelling waarvan de uitvoerende werkzaamheden worden verricht door onbetaalde medewerkers, die werkzaam zijn voor een per medewerker overeengekomen aantal uren per week en volgens een vooraf vastgesteld rooster. De werkzaamheden zijn van juridisch-adviserende aard en worden...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Tussenuitspraak. De Raad verbindt aan de vaststelling in 7.3.1 de conclusie dat de bestreden besluiten gebrekkig zijn gemotiveerd. Hij ziet aanleiding het Uwv opdracht te geven dit gebrek te herstellen en uitgaande van hetgeen de Raad in deze uitspraak heeft overwogen nader te motiveren of en zo ja, op grond van welke wettelijke bepaling(en), rekening houdend met de Insolventierichtlijn, de...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Aanvraag WAO-uitekring terecht buiten behandeling gesteld, aangezien appellant ook in bezwaar niet heeft voldaan aan het verzoek om nadere gegevens en informatie te verstrekken. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het Uwv niet over voldoende gegevens en bescheiden beschikte om tot behandeling en beoordeling van de aanvraag van appellant over te gaan en dat de door het Uwv aan appellant

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

    Huishoudelijke verzorging (HV) voor onbeperkte duur in de vorm van een pgb van € 300,24 per vier weken. Het college heeft ten onrechte geen tijd geïndiceerd voor de organisatie van het huishouden. Hierbij is van belang dat het college in de periode tot 10 oktober 2009 wel tijd heeft geïndiceerd voor de dagelijkse organisatie van het huishouden. Appellante is sinds 2002 alcoholverslaafd. Haar...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 18 juni 2013

    Aanvraag bijsatnd buiten behandeling gesteld. Verzochte gegevens niet tijdig ingeleverd. In de passage betreffende de hersteltermijn, is duidelijk kenbaar gemaakt dat appellant de gevraagde gegevens vóór 3 juli 2009 dient aan te leveren en dat daarbij tevens is meegedeeld dat de termijn waarbinnen het college de aanvraag van appellant moet afhandelen is verlengd tot 17 juli 2009. Voor zover...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 18 juni 2013

    Intrekking en terugvordering bijstand. Appellant is in het kader van een politie-aktie aangehouden en geverbaliseerd als illegaal taxichauffeur (snorder). Schending inlichtingenverplichting. Werkzaamheden als snorder niet gemeld. Oncontroleerbare inkomsten met als gevolg dat het recht op bijstand niet is vast te stellen. In dit verband is mede van belang dat appellant ook in 2010 reeds op...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 18 juni 2013

    Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van de opslag van huisraad, op de grond dat onzeker is of en in welke omvang de kosten zich zullen voordoen en dat overigens de kosten van opslag niet opwegen tegen de waarde van de huisraad. Door appellant zijn geen objectieve, controleerbare bescheiden overgelegd. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De Raad onderschrijft...

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 18 juni 2013

    Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand. Appellant heeft na het ontstaan van de schuld beschikt over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Dit betekent dat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder g, van de WWB aan bijstandsverlening in de weg staat.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 18 juni 2013

    Proces-verbaal van mondelinge uitspraak. Herziening IOAW-uitkering naar die van een alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen op de grond dat de inwonende dochter van appellante op achttien jaar is geworden. Het systeem van de Ioaw, zoals neergelegd in hoofdstuk II, paragrafen 1 en 2, en in het bijzonder in artikel 9 van de Ioaw, biedt geen mogelijkheid om in de hoogte

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 18 juni 2013

    Intrekking bijstand. Bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante de LBV niet heeft gemachtigd om namens haar op te treden en appellante, of de LBV, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, dit verzuim niet binnen de gestelde termijn heeft hersteld. Het college was op grond van artikel 6:6 van de Awb bevoegd het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.

  • Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 18 juni 2013

    Herziening en terugvordering bijstand. Stortingen op bankrekeningen. De ouders van appellante hebben beiden ieder voor zich diverse betalingen aan appellante gedaan. Het bestuur heeft deze bedragen terecht op grond van artikel 31, eerste lid, van de WWB gerekend tot de middelen van appellante waarmee bij de verlening van bijstand rekening had moeten worden gehouden. Geen sprake van toename van...

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien