Cassatie van Hoge Raad, June 25, 2010

Datum uitspraak:2010/06/25
Uitgevende instantie::Hoge Raad

25 juni 2010

Eerste Kamer

08/04964

EE/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,

t e g e n

EMMAPLEIN REAL ESTATE B.V.,

gevestigd te Groningen,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Emmaplein.

  1. Het geding in feitelijke instanties

    Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

    1. de vonnissen in de zaak 81376/HA ZA 05-722 van de rechtbank Groningen van 26 oktober 2005 en 19 april 2006,

    2. het arrest in de zaak 107.001.134/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 9 september 2008.

    Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

  2. Het geding in cassatie

    Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

    Tegen Emmaplein is verstek verleend.

    De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

    De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

  3. Beoordeling van de middelen

    De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

  4. Beslissing

    De Hoge Raad:

    verwerpt het beroep;

    veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Emmaplein begroot op nihil.

    Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 juni 2010.

    Zaaknummer: 08/04964

    Mr. Wuisman

    Roldatum: 23 april 2010

    CONCLUSIE inzake:

    [Eiser],

    eiser tot cassatie,

    advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,

    tegen

    Emmaplein Real Estate B.V.,

    verweerster in cassatie,

    niet verschenen.

    1 Feiten en procesverloop

    1.1 In cassatie kan van de volgende feiten((1)) worden uitgegaan:

    (i) Eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) heeft op 18 juni 1999 enige onroerende zaken voor een bedrag van NLG 4.000.000,- aan verweerster in cassatie (hierna: Emmaplein) verkocht.

    (ii) In een kortgeding vonnis van 16 september 1999 is Emmaplein veroordeeld om mee te werken aan de levering van de onroerende zaken aan [eiser]. In verband met eventuele schade bij Emmaplein diende [eiser] op grond van hetzelfde vonnis wel bij de levering ofwel een bedrag van NLG 400.000,- bij de notaris in depot te laten ofwel een bankgarantie van NLG 400.000,- te stellen.

    (iii) [Eiser] heeft op 24 september 1999 de Rabobank een bankgarantie doen stellen van NLG 400.000,-. Tot zekerheid van de nakoming van zijn verplichtingen jegens de bank in verband met de verleende garantie heeft [eiser] een bedrag van NLG 400.000,- gestort op een bij die bank geopende creditrekening. Voor de rekening gold een rentetarief van 1,05% per jaar.

    (iv) In een vervolgens tussen partijen bij de rechtbank Groningen gevoerde bodemprocedure heeft de rechtbank bij vonnis van 25 februari 2004 enerzijds een vordering van Emmaplein jegens [eiser] tot schadevergoeding afgewezen en anderzijds Emmaplein veroordeeld om de van de Rabobank ontvangen garantieformulieren te retourneren en aan [eiser] diens schade in verband met het stellen van de garantie te vergoeden, welke schade nader is op te maken bij staat en verder te vereffenen volgens de wet. De garantieformulieren zijn op 25 februari 2004 geretourneerd.

    1.2 [Eiser] heeft aan Emmaplein op 29 juli 2005 een schadestaat betekend. Daarin is een bedrag van € 58.282,34 opgenomen voor de schade die hij, naar hij stelt, heeft geleden als gevolg van het gedurende de looptijd van de bankgarantie niet hebben kunnen beschikken over het bedrag van NLG 400.000,-. Tot dit bedrag is [eiser] gekomen door eerst de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van NLG 400.000,- gedurende de periode van 24 september 1999 tot 25 februari 2004 te berekenen (€ 74.489,31) en daarop vervolgens in mindering te brengen de in die periode van de bank ontvangen rente over het bedrag van NLG 400.000,- (€16.206,97). Op 29 juli 2005 is [eiser] ook de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT