Voorlopige voorziening+bodemzaak van Gerechtshof 's-Gravenhage, 7 juli 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 7 juli 2009
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Vernietiging wegens benadeling voor meer dan een kwart. Als peildatum voor de waardering geldt het moment van de feitelijke verdeling, ook na een vernietiging van de verdeling.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector familie

Zaaknummer : 105.006.122

Rolnummer (oud) : c07/257

Rolnummer rechtbank : 154312/HA ZA 01-859

arrest van de familiekamer d.d. 7 juli 2009

inzake

[de man],

wonende te Spijkenisse,

appellant,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. L.M. Baltazar de Seixas, kantoorhoudend te Spijkenisse

tegen

[de vrouw],

wonende te Zoetemeer,

geïntimeerde,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. G.O. Perquin, kantoorhoudend te Zoetemeer

Het verdere verloop van het geding

Bij arrest van dit hof van 30 januari 2008 is de man toegelaten tot het leveren van bewijs door middel van het horen van getuigen van zijn stelling dat de vrouw haar recht op vernietiging wegens benadeling voor meer dan een kwart heeft prijsgegeven.

Op 22 mei 2008 heeft het getuigenverhoor plaatsgevonden.

De man heeft op 21 oktober 2008 een memorie na enquête genomen.

De vrouw heeft op 18 november 2008 een memorie na enquête genomen.

De partijen hebben hun procesdossier aan het hof overgelegd en arrest gevraagd.

De verdere behoordeling van het hoger beroep.

De bewijsopdracht.

  1. Het hof is van oordeel dat de man niet is geslaagd in zijn bewijsopdracht dat de vrouw haar recht op vernietiging wegens benadeling voor meer dan een kwart heeft prijsgegeven.

  2. De [getuige] heeft verklaard:

    ” [de vrouw] was niet erg spraakzaam tegen mij. [de vrouw] heeft niet met mij gesproken over het feit dat zij in het kader van de verdeling van de goederen met [de man] is benadeeld.”

  3. Door de vrouw is bij conclusie na enquête gesteld: dat zij ten aanzien van de verdeling van de goederen, waaronder de woning, niets kenbaar heeft gemaakt aan [de getuige].

  4. Gezien de verklaring van de [getuige] in samenhang bezien met die van de vrouw acht het hof het niet aannemelijk dat de vrouw over de verdeling van de goederen met de getuige heeft gesproken.

  5. Uit de gewisselde stukken volgt dat de man jurist is en de vrouw juridisch niet is geschoold. Voorts heeft de vrouw gesteld dat zij de man altijd de man heeft vertrouwd. Zij heeft er ook op vertrouwd dat hij de waarheid sprak toen hij haar vertelde dat na de echtscheiding alles aan hem toekwam. Gezien de feitelijke gang van zaken acht het hof het aannemelijk dat de vrouw met die wetenschap het echtscheidingsconvenant heeft getekend. Onder deze omstandigheden mocht de man er niet op vertrouwen dat de vrouw afstand heeft gedaan van haar recht op vernietiging wegens benadeling voor meer dan een kwart.

    Peildatum waardering

  6. Het hof begrijpt het betoog van de man aldus, dat voor de waardering van het woonhuis – in het kader van de verdeling van de goederen na de vernietiging – uitgegaan moet worden van de waarde van het woonhuis op het moment dat partijen met elkaar het convenant sloten. In dit...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT