Hoger beroep van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, June 18, 2010

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2010/06/18
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

In geschil is de boete bij een naheffingsaanslag omzetbelasting die het gevolg is van een niet betaalde suppletie-aangifte. De inspecteur verwijt belanghebbende opzet omdat uit het doen van suppletie-aangifte bleek dat belanghebbende wist dat hij nog omzetbelasting moest afdragen. Het hof verwijst naar de eigen jurisprudentie: uitspraken van 21 november 2007 en 15 april 2008 ( LJN BC 3164 en LJN... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector belastingrecht

Eerste meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 08/00726

Uitspraak op het hoger beroep van

de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Z van de rijksbelastingdienst,

hierna: de Inspecteur,

tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 9 oktober 2008, nummer AWB 07/5279 in het geding tussen

X B.V.,

gevestigd te Y,

hierna: belanghebbende

en

de Inspecteur

betreffende na te noemen beschikking.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. Aan belanghebbende is met dagtekening 28 november 2006 onder aanslagnummer 0000.00.000.F.01.3501 over het tijdvak 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van € 15.021, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van € 7.510. Tegelijkertijd met deze naheffingsaanslag heeft de Inspecteur belanghebbende bij beschikking € 1.802 heffingsrente in rekening gebracht.

    Belanghebbende heeft alleen bezwaar gemaakt tegen de boetebeschikking. Na belanghebbende op 29 augustus 2007 te hebben gehoord, heeft de Inspecteur bij uitspraak van 2 november 2007 het bezwaar ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.

    1.2. Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van € 285.

    Bij mondelinge uitspraak heeft de Rechtbank het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar en de boetebeschikking vernietigd, de Inspecteur tot een bedrag van € 966 veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en gelast dat de Staat het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoedt.

    1.3. Tegen deze uitspraak heeft de Inspecteur hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

    1.4. Op grond van artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de Inspecteur vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

    1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 20 januari 2010 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur.

    1.6. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

    1.7. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift aan partijen is verzonden.

  2. Feiten

    Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan.

    2.1. Belanghebbende houdt alle aandelen in A B.V. (tot 1 juli 2003 B B.V. geheten), welke vennootschap op haar beurt 70% van de aandelen in C B.V. (tot 1 juli 2003 B International B.V. geheten) houdt. De broer van belanghebbende, D, SL houdt de overige 30% van de aandelen in C B.V. Op 31 oktober 2003 heeft de heer E, tot dat moment enig aandeelhouder, één aandeel in belanghebbende overgedragen aan zijn echtgenote, mevrouw F. Voorts houdt de heer E 70% van de aandelen in B SL, de overige 30% van de aandelen worden gehouden door D.

    2.2. De heer E en zijn echtgenote zijn de bestuurders van belanghebbende. Belanghebbende is op haar beurt de bestuurder van A B.V., terwijl laatstgenoemde vennootschap op haart beurt de bestuurder is van C B.V.

    2.3. Volgens de overgelegde uittreksels van de Kamer van Koophandel voor Brabant hebben de onderhavige vennootschappen de navolgende bedrijfsomschrijving:

    Belanghebbende:

    Het beheren en beleggen van vermogen

    import en export van houten meubelen

    A B.V. en C B.V.

    "Het ontwerpen en begeleiden van exclusieve interieurproducten en decoraties, hoofdzakelijk gebaseerd op glas en natuursteen voor wereldwijde projecten"

    2.4. Over het jaar 2003 heeft belanghebbende op aangifte tot een totaal bedrag van € 4.383 omzetbelasting voldaan. Volgens de door belanghebbende ingediende aangiften is dit bedrag het saldo van € 9.951 aan naar het tarief van 19% verschuldigde omzetbelasting wegens voor een bedrag van € 52.375 (exclusief omzetbelasting) verrichte leveringen en/of diensten en € 5.568 aan voorbelasting.

    2.5. De herrekende omzetbelasting die belanghebbende over het jaar 2003 verschuldigd is bedraagt € 19.404. Het verschil tussen de herrekende en de op aangifte voldane omzetbelasting, zijnde € 15.021, heeft belanghebbende in haar balansen per ultimo 2003 en 2004 als "suppletie 2003" verantwoord.

    2.6. Op 15 november 2005 respectievelijk in december 2005 heeft de gemachtigde de jaarrekening over het jaar 2003 en de concept jaarrekening over het jaar 2004 aan belanghebbende gezonden.

    2.7. Bij brief van 30 november 2005 heeft de Inspecteur aangekondigd op 13 december 2005 een bedrijfsbezoek op het bedrijfsadres van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT