Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Utrecht, 12 oktober 2010

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:12 oktober 2010
Uitgevende instantie::Rechtbank Utrecht
SAMENVATTING

Verdachte heeft een hypotheekverstrekker opgelicht door op grond van valse stukken een hypothecaire lening aan te gaan en gelden te onttrekken uit het hierbij behorende bouwdepot. Namens verdachte en zijn echtgenote zijn hiertoe valse werkgeversverklaring

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16-600281-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 oktober 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

Raadsman: mr. A.C.J. Nettenbreijers, advocaat te [woonplaats].

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 28 september 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in vereniging een hypotheekverstrekker heeft opgelicht;

Feit 2: in vereniging valsheid in geschrift heeft gepleegd;

Feit 3: in vereniging de geldbedragen van € 246.442,50 en/of € 232.437,67 heeft witgewassen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten en vordert vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman is het met de officier van justitie eens dat de feiten 1 en 3 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en dat verdachte van feit 2 dient te worden vrijgesproken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Vrijspraak

De rechtbank zal verdachte van het onder 2 ten laste gelegde feit vrijspreken aangezien zij niet wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte betrokken is geweest bij het valselijk opmaken van de volgende geschriften:

- een werkgeversverklaring ten aanzien van [bedrijfsleider] met een dienstverband als bedrijfsleider sinds 1 januari 2007 bij [bedrijf 1] met een bruto jaarsalaris van € 79.080,-;

- een loonafrekening van [bedrijf 1] voor januari 2007 betreffende het salaris van [bedrijfsleider];

- een arbeidsovereenkomst tussen [bedrijf 1] en [bedrijfsleider].

4.3.2 De bewijsmiddelen

Door de rechtbank worden de volgende bewijsmiddelen gebruikt waarbij ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts wordt gebezigd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Feit 1: oplichting

Feit 3: witwassen

Zaaksdossier 9: [adres] te [woonplaats]

Nationale Nederlanden Nederland B.V. (hierna te noemen: Nationale Nederlanden) heeft op 30 maart 2007 een hypothecaire geldlening aan [verdachte] en [medeverdachte] verstrekt ten aanzien van het pand aan de [adres] te [woonplaats]. De hypotheek bedroeg € 880.000,- inclusief een bouwdepot van € 300.000,- . In het hypotheekdossier dat door Nationale Nederlanden ter beschikking is gesteld aan de politie bevinden zich de volgende documenten:

- een werkgeversverklaring ten aanzien van [verdachte] met een dienstverband als bedrijfsleider sinds 15 november 2006 bij Zalencentrum Lombok met een bruto jaarsalaris € 87.000,- van en € 6.960,- vakantietoeslag ;

- een loonstrook van Zalencentrum Lombok van de maand februari 2007 betreffende een inkomen van [verdachte] van € 7.250,- bruto per maand ;

- een werkgeversverklaring ten aanzien van [medeverdachte] met een dienstverband als recruiter sinds 8 januari 2007 bij I-People Consultancy met een bruto jaarsalaris van

- € 71.400 en € 5.712,- vakantietoeslag ;

- een loonstrook van I-People Consultancy van de maand februari 2007 betreffende een inkomen van [medeverdachte] van € 5.950,- bruto per maand ;

- een factuur van [naam] met de factuurdatum 20 april 2007, betreffende aan- en verbouwingswerkzaamheden [adres] te [woonplaats] met een totaal...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT