Kort geding van Gerechtshof 's-Gravenhage, September 15, 2010

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2010/09/15
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Omgang, artikel 1:377a BW. Verzoek tot vaststellen van informatie- en consultatieregeling voor het eerst in hoger beroep gedaan: niet-ontvankelijk: geen gezamenlijk gezag.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Familiesector

Uitspraak : 15 september 2010

Zaaknummer : 200.045.488/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 09-3947

[appellant],

wonende te [woonplaats],

verzoeker, tevens incidenteel verweerder, in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat voorheen mr. S.C. Meijler te 's-Gravenhage, thans mr. A.C.M. van Lieshout te ’s-Gravenhage,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

verweerster, tevens incidenteel verzoekster, in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. J.H. Rodenburg te Zoetermeer.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming,

regio Haaglanden en Zuid-Holland Noord,

locatie ’s-Gravenhage,

hierna te noemen: de raad.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vader is op 30 september 2009 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van 5 augustus 2009.

De moeder heeft op 7 december 2009 een verweerschrift tevens houdende incidenteel appel ingediend.

De vader heeft op 19 januari 2010 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend, waarbij tevens een aanvullend appelrekest is ingediend.

Van de zijde van de vader zijn bij het hof op 28 oktober 2009, 6 augustus 2010 en 9 augustus 2010 aanvullende stukken ingekomen.

De raad heeft het hof bij brief van 25 mei 2010 laten weten in deze procedure geen rapporten en/of adviezen te hebben uitgebracht en om die reden niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.

Van de zijde van de moeder is bij het hof op 27 mei 2010 een aanvullend stuk ingekomen.

Op 11 augustus 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en de moeder, bijgestaan door haar advocaat. De aanwezigen hebben het woord gevoerd, de advocaat van de moeder onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotitie.

HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting staat - voor zover in hoger beroep van belang - tussen partijen het volgende vast.

Uit de affectieve relatie tussen partijen is het volgende nog minderjarige kind geboren:

[de minderjarige], geboren [in 2002] te [geboorteplaats], hierna te noemen: de minderjarige.

De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige, de minderjarige is door de vader erkend. Partijen hebben met elkaar samengewoond, zij wonen gescheiden sinds augustus 2005. De minderjarige verblijft sinds het uiteengaan van partijen bij de moeder. Tussen de vader en de minderjarige heeft omgang plaatsgevonden, die op enig moment door de moeder is stopgezet.

Bij verzoekschrift van 13 mei 2009 heeft de vader de rechtbank te ’s-Gravenhage verzocht - uitvoerbaar bij voorraad - te bepalen dat een omgangsregeling wordt vastgesteld, inhoudende dat de vader en de minderjarige eenmaal in de veertien dagen van vrijdag 16.00 uur tot zondag 18.00 uur omgang met elkaar zullen hebben en dat de minderjarige gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen bij de vader zal zijn, een en ander in onderling overleg vast te stellen. De rechtbank heeft de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT