Herziening van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 november 2010

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:10 november 2010
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Afwijzing van de vordering tot wijziging van de tenlastelegging tijdens de procedure in herziening. Art. 476 lid 3 Sv bepaalt dat de herzieningsrechter mag veroordelen ter zake van een ander strafbaar feit dan waarop de bestreden uitspraak was gebaseerd, doch slechts indien dat strafbare feit hem oorspronkelijk mede was ten laste gelegd. Hieruit volgt dat tijdens de procedure in herziening de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Parketnummer: 20-004310-09

Uitspraak : 10 november 2010

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen, na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad in verband met de gedeeltelijke gegrondverklaring van de aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof Arnhem van 20 november 2003, parketnummer

21-001542-03 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde verblijvende in Huis van Bewaring De Weg te Amsterdam.

Herziening

De verdachte is bij voormeld arrest van het gerechtshof Arnhem ter zake van:

- diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak (feiten 1, 2, 7, 8 en 10) en

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak (feit 4) en

- het medeplegen van opzetheling (feit 6)

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek van het voorarrest.

Bij arrest van 17 november 2009, nr. S 07/12824 Hs, heeft de Hoge Raad der Nederlanden de aanvraag tot herziening van genoemd arrest gegrond verklaard, doch uitsluitend voor zover zij betrekking heeft op het onder 7 bewezen verklaarde feit, met bevel -voor zover nodig- tot opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad heeft de zaak naar dit hof verwezen, opdat de zaak op de voet van artikel 467, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering in zoverre opnieuw zal worden behandeld en afgedaan teneinde hetzij het gewijsde te handhaven hetzij met vernietiging daarvan recht te doen en daarbij mede voor de overige feiten op de voet van artikel 476, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de straf te bepalen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is – na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad – gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in herziening alsmede van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem d.d. 6 november 2003 en het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg d.d. 12 november 2002, 17 december 2002 en 25 februari 2003.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door of namens de verdachte naar voren is...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT