Voorlopige voorziening+bodemzaak van Centrale Raad van Beroep, 9 december 2010

Datum uitspraak: 9 december 2010
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Voorlopige voorziening. Kortsluiting. Het bestuur is op goede gronden tot de conclusie gekomen dat verzoeker niet aan de aan hem gestelde hoge en verzwaarde eisen heeft voldaan. Hoewel uit de beoordeling valt af te leiden dat verzoeker goed en volledig functioneert en meer aankan dan collega rechters die net hun rio-opleiding hebben afgerond, wordt tevens vermeld dat verzoeker op het moment van... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

10/5792 AW-VV + 10/6410 AW

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

U I T S P R A A K

als bedoeld in de artikelen 8:84, tweede lid, en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoeker),

in verband met het geding tussen:

verzoeker

en

het Bestuur van de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: het bestuur)

Datum uitspraak: 9 december 2010

  1. PROCESVERLOOP

    Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het bestuur van

    21 september 2010.

    Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

    Het bestuur heeft op 22 november 2010 een beslissing op bezwaar genomen (hierna: bestreden besluit). Verzoeker heeft beroep ingesteld bij de Raad tegen het bestreden besluit. Het bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

    Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 november 2010. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. J.W. Klinckhamers, advocaat te Amsterdam. Het bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.J. Boiten, advocaat te Zwolle, mr. R.S. Croll, president van de rechtbank Zwolle-Lelystad, mr. M.C.P. de Ridder, voorzitter van de sector strafrecht, en C.G. Enting, personeelsadviseur bij de rechtbank Zwolle-Lelystad.

  2. OVERWEGINGEN

    1. Bij zijn oordeelsvorming gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

      1.1. Verzoeker is per 1 januari 2008 benoemd tot rechter-plaatsvervanger (in opleiding, hierna: rio) bij de rechtbank Zwolle-Lelystad. Na het met goed gevolg afronden van de opleiding bij de sector strafrecht is verzoeker per 1 juli 2008 bij de sector civiel recht geplaatst. Wegens een onvoldoende beoordeling is de opleiding bij deze sector verlengd tot 31 maart 2009. De verlenging heeft echter niet geleid tot een voldoende beoordeling, zodat het bestuur verzoeker bij brief van 28 april 2009 heeft laten weten dat hij wegens het niet voldoen aan de gestelde opleidingseisen niet zal worden voorgedragen voor een benoeming tot rechter. Desondanks heeft het bestuur bij brief van 8 juli 2009 te kennen gegeven dat verzoeker, gelet op zijn goede beoordeling in de sector strafrecht, tot 1 januari 2011 de mogelijkheid krijgt zich te ontwikkelen tot specialist in de strafsector. Daartoe is zijn dienstverband verlengd. In de brief van 8 juli 2009 is opgenomen dat verzoeker zal worden voorgedragen voor een benoeming tot rechter indien hij excelleert op het niveau van rechter, dat wil zeggen dat hij goed en volledig functioneert als politierechter, als economisch politierechter en kinderrechter, tweede voorzitter van de meervoudige strafkamer en vaste voorzitter van de raadkamer. Afhankelijk van de uiteindelijke beoordeling zal het gerechtsbestuur besluiten verzoeker al dan niet voor te dragen. Indien hij niet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT