Kort geding van Gerechtshof Leeuwarden, March 15, 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2011/03/15
Uitgevende instantie::Gerechtshof Leeuwarden
SAMENVATTING

Aannemer huurt damwanden ten behoeve van een nieuwbouwproject. In overleg met zijn opdrachtgever verwijdert de aannemer de damwanden niet. Opdrachtgever betaalt in het kader van meer-minderwerk een vergoeding. Aannemer failleert. Eigenaar damwanden vordert vergoeding van de opdrachtgever. In geschil is of er sprake is van ongegronde verrijking dan wel natrekking.

 
GRATIS UITTREKSEL

Arrest d.d. 15 maart 2011

Zaaknummer 200.026.950/01

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

Handelsmaatschappij Gooimeer B.V.,

gevestigd te Almere,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: Gooimeer,

advocaat: mr. P. van Schravendijk, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

De publiekrechtelijke rechtspersoon/het openbaar lichaam

Universitair Medisch Centrum Groningen,

gevestigd te Groningen,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: UMCG,

advocaat: mr. T.S. Plas, kantoorhoudende te Groningen.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 28 januari 2009 door de rechtbank Groningen.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 24 februari 2009 is door Gooimeer hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van UMCG tegen de zitting van 4 maart 2010.

Het petitum in de dagvaarding luidt als volgt:

alsdan op nader aan te voeren gronden te horen eisen en concluderen, dat het het Gerechtshof te Leeuwarden moge behagen het vonnis van de Rechtbank Groningen van 28 januari 2009, tussen partijen gewezen onder zaak-/rolnummer 96910/HAZA 07-795, te vernietigen en opnieuw rechtdoende bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van Gooimeer alsnog toe te wijzen, voor zover mogelijk met verbetering van de gronden, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van deze procedure, in beide instanties

Gooimeer heeft in de conclusie van de memorie van grieven haar eis gewijzigd. Deze luidt na de wijziging als volgt:

bij arrest, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. het Vonnis van de Rechtbank Groningen van 28 januari 2009, tussen partijen gewezen onder zaak-/rolnummer 96910/HA ZA 07-795, te vernietigen; en

primair

2. deze zaak te verwijzen naar de Rechtbank Groningen, maar naar een andere kamer daarvan dan de kamer, die het Vonnis heeft gewezen, om, rekening houdend met: a) de in hoger beroep ingediende stukken; b) het in deze door uw Hof te wijzen arrest en c) de in eerste aanleg onder zaak-/rolnummer 96910/HA ZA 07-795 door partijen ingediende stukken, deze zaak in eerste aanleg te beslissen, zoals door Gooimeer verzocht in haar in eerste aanleg bij de Rechtbank Groningen ingediende stukken;

subsidiair

3. opnieuw rechtdoende, de vorderingen van Gooimeer alsnog toe te wijzen, voor zover mogelijk onder verbetering van gronden;

primair en subsidiair

4. met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van de procedure in beide instanties.

Bij memorie van antwoord is door UMCG verweer gevoerd met als conclusie:

"Op grond van het bovenstaande verzoekt AZG uw Hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

  1. primair Gooimeer B.V. niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering in hoger beroep;

  2. subsidiair het vonnis van de Rechtbank Groningen van 28 januari 2009, tussen partijen gewezen onder rolnummer 96910/ HA ZA 07-795, te bevestigen, zonodig met verbetering van gronden;

  3. meer subsidiair de vorderingen van Gooimeer B.V. af te wijzen.

    Primair, subsidiair en meer subsidiair Gooimeer B.V. te veroordelen in de kosten van de procedure in beide instanties."

    Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

    De grieven

    Gooimeer heeft twaalf grieven opgeworpen.

    De beoordeling

    Ten aanzien van de feiten

  4. Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2.1 tot en met 2.15 van genoemd vonnis van 28 januari 2009 is geen grief ontwikkeld, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan. Het hof zal hierna die feiten herhalen, aangevuld met enige feiten die in hoger beroep eveneens als vaststaand hebben te gelden.

    1.1. Gooimeer drijft een onderneming als groothandel in huur en verhuur van stalen damwanden en daarmee verband houdende materialen.

    UMCG exploiteert als rechtsopvolger van het Academisch Ziekenhuis Groningen, verder te noemen het AZG, te Groningen een ziekenhuis.

    1.2. Ter uitvoering van het project "Nieuwbouw Cluster Noordpunt van het Academisch Ziekenhuis" hebben het AZG als opdrachtgever en [B.V. 1] (hierna: [B.V. 1]) als aanneemster op 29 maart 2001 een overeenkomst gesloten met betrekking tot de bouw van een voorzieningengebouw alsmede een ondergrondse parkeergarage op het terrein van het AZG. Op grond van deze aannemingsovereenkomst was [B.V. 1] verantwoordelijk voor de gehele uitvoering van de bouw.

    1.3. De bouwwerkzaamheden hebben in april 2001 een aanvang genomen. [B.V. 1] heeft voor de huur, plaatsing en het naderhand weer verwijderen van stalen damwanden mondeling een overeenkomst gesloten met [B.V. 2] (hierna: [B.V. 2]). [B.V. 2] heeft, ten behoeve van de uitvoering van de door haar met [B.V. 1] gesloten overeenkomst, op 18 juni 2001 damwanden van Gooimeer gehuurd. Vervolgens heeft [B.V. 2] deze damwanden geplaatst in een bouwkuip op het terrein van het AZG.

    1.4. In een kostenraming van [B.V. 1] van 6 juli 2001 inzake het onderhavige werk bij het AZG staat onder 1.10 vermeld:

    'koopaandeel damwand wegens niet mogen trekken volgens Fugro (brief 29-06) 803=108kg/m2 schets'

    1.5. [B.V. 1] heeft de bouw in november 2002 opgeleverd. De gebruikte damwanden zijn in de grond achtergebleven.

    1.6. Op 3 februari 2003 is [B.V. 1] in staat van faillissement verklaard.

    1.7. Op 12 februari 2003 heeft [B.V. 2] een brief aan de curator in het faillissement van [B.V. 1] gestuurd waarin zij de curator vraagt of hij de huurovereenkomst ter zake van de damwanden wenst te continueren. Ook heeft [B.V. 2] aan de curator de mogelijkheid geboden de damwanden te kopen. In de brief staat geschreven:

    'Op grond van bedoeld huurcontract is de eigendom van de betreffende damwanden altijd bij ons gebleven.'

    1.8. Bij brief van 13 februari 2003 heeft [B.V. 2], onder verwijzing naar en met een afschrift van de brief aan de curator van 12 februari 2003, het AZG meegedeeld dat zij tot verwijdering van de damwanden zou overgaan indien de curator de huurovereenkomst met betrekking tot de damwanden niet gestand zou doen. Voorts heeft zij het AZG de damwanden te koop of te huur aangeboden.

    1.9. De curator heeft bij brief van 20 februari 2003 de huurovereenkomst tussen [B.V. 1] en [B.V. 2] opgezegd.

    1.10. Op 21 maart 2003 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [werknemer AZG], hoofd bouwzaken van het AZG (hierna: [werknemer AZG]) en [directeur B.V. 2], statutair directeur van [B.V. 2] (hierna...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT