Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Maastricht, Sector kanton, 19 januari 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:19 januari 2011
Uitgevende instantie::Sector kanton
SAMENVATTING

Zorgplicht bank.Geen sprake van schending van de zorgplicht. In casu kan niet onverkort aansluiting worden gezocht bij de rechtspraak die is ontwikkeld over de zorgplicht van banken bij het aangaan van beleggingsovereenkomsten en contracten van aandelenlease, doch dient te worden aangehaakt bij de jurisprudentie met betrekking tot (krediet)overeenkomsten, waarin een minder vergaande zorgplicht... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Heerlen

Zaak/rolno: 371884 CV EXPL 10-2659

conc: YT

Vonnis van de kantonrechter d.d. 19 januari 2011

Inzake:

Naamloze vennootschap ABN Amro Bank N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: J.L.G. Jeukens, gerechtsdeurwaarder te Heerlen;

tegen:

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde,

in persoon verschenen.

HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE:

Naar aanleiding van het door de kantonrechter op 20 oktober 2010 gewezen tussenvonnis heeft eiseres een akte genomen, daarbij haar eis verminderd en producties overgelegd. Gedaagde heeft een antwoordakte genomen en daarbij een productie overgelegd.

De inhoud van de hiervoor genoemde stukken geldt als hier ingelast.

Daarna is uitspraak bepaald waarvan het vonnis is gesteld op heden.

DE VERDERE BEOORDELING:

Uit de door eiseres genomen akte is de kantonrechter gebleken dat eiseres bij de berekening van de rente geen reke-ning heeft gehouden met de betalingen van gedaagde en dat eiseres in dat kader haar vordering heeft verminderd met een bedrag van € 1.480,51. Nu gedaagde de hoogte van de vordering niet, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft weersproken staat, met inachtneming van het in de tussenvonnissen van 20 juni 2010 en 20 oktober 2010 overwogene, voorts in rechte vast dat de hoofdsom van de onderwerpelijke vordering ziet op een bedrag € 540,48 en dat de rente vanaf 20 september 2005 tot 19 februari 2010 € 1.616,65 bedraagt.

Gelet op de vermindering van eis en de daaraan ten grondslag gelegde reden zal de kantonrechter de incassokosten, met inachtneming van de inhoud van rapport voorwerk II, toewijzen tot een bedrag van € 357,00 en de overige kos-ten ad € 294,00 als onvoldoende gemotiveerd onderbouwd afwijzen. De kantonrechter merkt hierbij nog op dat de overige kosten, voor zover deze betrekking zouden hebben op buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, deze kosten geacht worden te zijn begrepen in de buitengerechtelijke incassokosten en om die reden al niet naast de bui-tengerechtelijke incassokosten toewijsbaar zijn.

Wat de zorgplicht van de bank betreft, merkt de kantonrechter het volgende op.

Gedaagde heeft gesteld dat eiseres haar zorgplicht heeft geschonden door hem een bankrekening met een daar-aan gekoppelde creditcard te verstrekken. Volgens gedaagde had eiseres op grond van de toepasselijke bank-voorwaarden inlichtingen moeten inwinnen over zijn inkomenspositie en de aflossingscapaciteit, gelet op de verplichtingen die hij op zich nam...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT