Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank 's-Gravenhage, Haarlem, 22 april 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:22 april 2011
Uitgevende instantie::Haarlem
SAMENVATTING

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval, een afweging van belangen gemaakt die in rechte niet houdbaar is. Een eerlijke afweging van de belangen van de Nederlandse staat bij het voeren van een restrictief toelatingsbeleid en de belangen van eiseres en haar kinderen om het gezinsleven, in het nabij zijn van hun Nederlandse grootouders, in Nederland te... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Nevenzittingsplaats Haarlem

zaaknummer: AWB 10/37926 (beroep)

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 22 april 2011

in de zaak van:

[eiseres]

geboren op [geboortedatum], van Indonesische nationaliteit,

eiseres,

gemachtigde: mr. H. Langenberg, advocaat te Utrecht,

tegen:

de Minister van Buitenlandse Zaken,

verweerder,

gemachtigde: mr. B.J. Pattiata, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te ’s-Gravenhage.

  1. Procesverloop

    1.1 Bij besluit van 14 juni 2010 heeft verweerder de aanvraag van 15 april 2010 van eiseres tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘uitoefenen van gezinsleven conform artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)’ afgewezen.

    1.2 Bij besluit van 6 oktober 2010 (het bestreden besluit) heeft verweerder het tegen het besluit van 14 juni 2010 door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

    1.3 Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

    1.4 Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

    1.5 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 maart 2011. Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

    1.6 Nadat het onderzoek ter zitting op 4 maart 2011 is gesloten, heeft de rechtbank op 11 maart 2011, na een verzoek van eiseres, besloten het onderzoek in de zaak te heropenen.

    1.7 Verweerder is vervolgens in de gelegenheid gesteld te reageren op het door eiseres op 9 maart 2011 overgelegde arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 maart 2011 in de zaak van Zambrano tegen de (Belgische) Rijksdienst voor de Arbeidsvoorziening (kenmerk C-34/09). Verweerder heeft op 5 april 2011 schriftelijk gereageerd. Op die reactie heeft eiseres op 14 april 2011 schriftelijk gereageerd. Daarna heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en met instemming van partijen besloten om de zaak zonder nadere zitting af te doen.

  2. Overwegingen

    2.1 Bij de beoordeling van het beroep betrekt de rechtbank de volgende feiten. Eiseres is op 9 juli 1993 in Indonesië getrouwd met de heer J. [naam], een destijds in Nederland wonende man met de Nederlandse nationaliteit. Na het huwelijk is zij samen met de heer [naam] in Nederland gaan wonen. In die tijd heeft eiseres hier te lande rechtmatig verbleven en gewerkt tot oktober 2000. Op 18 februari 1996 is uit het huwelijk tussen eiseres en de heer [naam] in Nederland een dochter geboren, genaamd [naam]. Vanwege de toenmalige werkzaamheden van de heer [naam], die als inkoper werkzaam was bij de firma [naam], is het gezin in oktober 2000 naar Indonesië vertrokken. Daar is uit het voormelde huwelijk op 18 juli 2001 een zoon geboren, genaamd [naam]. Beide kinderen, [namen], hebben zowel de Nederlandse als de Indonesische nationaliteit. Volgens...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT