Voorlopige voorziening+bodemzaak van Centrale Raad van Beroep, 27 april 2011

Datum uitspraak:27 april 2011
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Weigering terug te komen van rechtensonaantastbare besluiten, inhoudende herziening en terugvordering WW-uitkering, aangezien verzoekers aangemerkt zijn als grensarbeider, berust op goede gronden. Kortsluiting. Geen nieuwe feiten of omstandigheden. De stelling van verzoekers dat de werkgever geen Duits bedrijf is, is geen feit, dat het terugkomen van de oorspronkelijke besluiten rechtvaardigt. De ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

11/1638 WW, 11/1639 WW-VV, 11/1640 WW, 11/1641 WW-VV, 11/1642 WW, 11/1643 WW-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

U I T S P R A A K

als bedoeld in de artikelen 8:84, tweede lid, en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet naar aanleiding van de verzoeken om voorlopige voorziening van:

[Verzoeker 1], wonende te [woonplaats 1], (verzoeker 1), [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats 2], (verzoeker 2), [Verzoeker 3], wonende te [woonplaats 2], (verzoeker 3), (hierna allen tezamen: verzoekers)

in verband met de hoger beroepen van:

verzoekers

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo van 11 maart 2011, 11/6 , 11/7, 11/8, 10/1350, 10/1351 en 10/1352 (hierna: aangevallen uitspraak),

in de gedingen tussen:

verzoekers

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 27 april 2011.

  1. PROCESVERLOOP

    Namens verzoekers is hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak en is tevens een verzoek om het treffen van voorlopige voorzieningen gedaan.

    Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2011. Verzoekers hebben zich laten vertegenwoordigen door H. van den Noort. Het Uwv is niet verschenen.

  2. OVERWEGINGEN

    1.1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Beroepswet hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

    1.2. Ingevolge artikel 8:86 van de Awb en artikel 21 van de Beroepswet kan de voorzieningenrechter, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, tevens onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

    1.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak en dat ook overigens geen sprake is van beletselen om tevens onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

    2.1. Verzoekers zijn vanaf 1 september 2003 werkzaam geweest voor [naam werkgever]. Begin 2004 zijn zij ontslagen. Verzoekers hebben daarop een aanvraag ingediend voor een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW). Het Uwv heeft aan verzoekers een WW-uitkering toegekend.

    2.2. Eind 2005 heeft het Uwv bij, op verschillende data afgegeven, besluiten de in 2004 aan verzoekers toegekende WW-uitkeringen herzien. Daarbij is overwogen dat verzoekers grensarbeider zijn en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT