Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Rotterdam, June 01, 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2011/06/01
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Verzoek tot wraking toegewezen. Ontnemingsprocedure. Door onder de gegeven omstandigheden de verzoeken van de verdediging tot het horen van getuigen, welke volgens de verdediging zouden kunnen verklaren omtrent de deels legale herkomst van de gelden op de bedoelde rekeningen, zonder enig voorbehoud af te wijzen, met als motivering dat de rechtbank uitgaat van de bewezenverklaring in het vonnis -... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Uitspraak: 1 juni 2011

Zaaknummer: 376757

Rekestnummer: HA RK 11-83

Parketnummer: 10/765501-07

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoekster],

wonende te [adres],

verzoekster,

strekkende tot wraking van [namen gewraakte rechters], rechters in de rechtbank Rotterdam, sector strafrecht (hierna: de rechters).

  1. Het procesverloop en de processtukken

    Ter zitting van 8 april 2011 is door de meervoudige kamer van deze rechtbank, welke kamer alstoen werd gevormd door de rechters, behandeld de tegen verzoekster als veroordeelde aanhangig gemaakte vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

    Bij gelegenheid van die behandeling heeft de raadsvrouw van verzoekster de rechters gewraakt.

    De wrakingskamer heeft kennis genomen van het dossier van de strafzaak tegen verzoekster als verdachte, alsmede van de procedure tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen verzoekster als veroordeelde, beide dossiers met opgemeld parketnummer, waarin zich onder meer bevinden:

    - het tegen verzoekster als verdachte gewezen vonnis van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank van 12 februari 2009;

    - de tegen verzoekster als veroordeelde gerichte vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gedateerd 22 december 2010;

    - het proces-verbaal van de zitting van de meervoudige kamer voor strafzaken in deze rechtbank op 28 januari 2011;

    - de conclusie van eis van de officier van justitie in de ontnemingszaak tegen verzoekster, gedateerd 24 februari 2011, met bijlagen en

    - het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting van 8 april 2011.

    Verzoekster, haar raadsvrouw, de rechters, alsmede de officier van justitie zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

    De rechters zijn in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechters hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt.

    Ter zitting van 19 mei 2011, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen: verzoekster, haar raadsvrouwe mr. C.H. Zuur en de officier van justitie mr. M. Wille.

    Verzoekster is ter zitting gehoord met bijstand van mevrouw F. Topgüme, tolk in de Turkse taal.

    De raadsvrouw van verzoekster en de officier van justitie hebben ieder hun standpunt nader toegelicht. Van de zijde van verzoekster is daarbij een pleitnotitie met bijlage voorgedragen en overgelegd.

    Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de brief van de raadsvrouw van verzoekster, gedateerd 14 april 2011.

  2. Het verzoek en het verweer daartegen

    2.1

    Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoekster het volgende aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - :

    2.1.1

    De raadsvrouw van verzoekster heeft ter zitting van de meervoudige strafkamer van 8 april 2011 onder meer betoogd, ten behoeve van een verweer ter zake de hoogte van het door het Openbaar Ministerie gevorderde bedrag alsook ten behoeve van een draagkrachtverweer:

    - dat het bewezen verklaarde witwasdelict de basis vormt voor de vaststelling van wederrechtelijk verkregen voordeel;

    - dat de bewezenverklaring is gebaseerd op de vaststelling dat verzoekster de gelden op de Turkse bankrekening niet had opgegeven aan de Belastingdienst of de Sociale Dienst;

    - dat het voordeel dus niet het gehele bedrag op de Turkse bankrekening(en) is maar het fiscale voordeel dat verzoekster heeft genoten doordat zij dit vermogen niet heeft opgegeven aan de fiscus, plus eventueel vervolgprofijt van dat voordeel;

    - dat zal worden ingegaan op de stelling van het Openbaar Ministerie dat de herkomst van al dat geld in Turkije illegaal is, omdat in tegenstellling tot hetgeen het Openbaar Ministerie meent, verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt en nog aannemelijker kan maken dat de herkomst van de gelden (deels) legaal is.

    2.1.2

    Ten behoeve van de onderbouwing van de verweren is verzocht om het horen van twee getuigen, te weten de dochter en de zoon van verzoekster en is ook verzocht om stukken.

    Na beraadslaging in de raadkamer hebben de rechters de verzoeken afgewezen onder de volgende motivering: "In de hoofdzaak is witwas van gelden op de Turkse bankrekening bewezen verklaard. Omdat de getuigen en de verzochte stukken gaan over het punt van de legale herkomst van de bedragen op die rekening, worden die verzoeken afgewezen. Blijkens de bewezenverklaring in de hoofdzaak zijn die gelden van enig misdrijf afkomstig."

    2.1.3

    De raadsvrouw van verzoekster heeft de rechters vervolgens verzocht om een toelichting, omdat zij de motivering niet begreep, gezien de bewijsoverweging op pagina vijf van het vonnis van 12 februari 2009 in de hoofdzaak, voorafgaand aan de bewezenverklaring. De rechtbank overweegt in dat vonnis immers: "Gezien het bovenstaande moet geconcludeerd worden dat de gelden die gestort...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT