Cassatie van Gerechtshof Amsterdam, May 31, 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2011/05/31
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

Erfdienstbaarheid, recht op overpad. Tussen partijen bestaan ernstige conflicten over de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de erfdienstbaarheid. Geen onvoorziene omstandigheden. Tijdelijke opheffing erfdienstbaarheid indien daartegenover een vergoeding wordt betaald.

 
GRATIS UITTREKSEL

31 mei 2011

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

VIJFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende te [woonplaats], gemeente [W.],

APPELLANT,

advocaat: mr. D.D. Senders, gevestigd te Utrecht,

t e g e n

[GEÏNTIMEERDE],

wonende te [woonplaats], gemeente [W.],

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. S.M. van Luijk, gevestigd te Utrecht.

  1. Het geding in hoger beroep

    De partijen worden hierna wederom aangeduid als [appellant] respec¬tievelijk [geïntimeerde].

    Het hof heeft in deze zaak op 22 juni 2010 een arrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot aan die datum wordt verwezen naar dat arrest.

    Vervolgens heeft er op 10 januari 2011 een meervoudige comparitie plaatsgevonden teneinde het rapport dat door de door het hof benoemde deskundige [S.] is uitgebracht te bespreken. De advocaten van beide partijen hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitnotities. [appellant] heeft daarbij een akte gedateerd 1 december 2010 houdende een voorwaardelijke verandering / aanvulling / wijziging eis genomen. Beide partijen hebben daarbij aanvullende stukken overgelegd. Van de comparitie is proces-verbaal opgemaakt.

    In het proces-verbaal van de hiervoor genoemde comparitie blijkt dat aan de schikking die op 7 december 2009 tot stand was gekomen geen verdere uitvoering kan worden gegeven en dat partijen overeenkomen dat die schikking wordt ontbonden. [appellant] heeft ter comparitie zijn wijziging van eis als verwoord in zijn akte van 1 december 2010 ingetrokken.

    Ten slotte hebben partijen wederom arrest gevraagd.

  2. De verdere beoordeling in hoger beroep

    2.1 [appellant] vordert in deze procedure in conventie – kort gezegd – opheffing, althans beperking, van het recht op over¬pad naar het achter zijn perceel gelegen weiland van [geïntimeerde]. In reconventie heeft [geïntimeerde] de onbelemmerde doorgang over [adres] gevorderd teneinde zijn weiland te kunnen bereiken. De reconventionele vordering speelt in hoger beroep geen rol meer.

    2.2 De grondslag voor de vordering van [appellant] is tweeërlei. Ten eerste maakt [geïntimeerde] volgens [appellant] op een zeer hinderlijke wijze gebruik van het recht op overpad over het perceel van [appellant]. Hierdoor is de verhouding tussen partijen ernstig verslechterd. [geïntimeerde] maakt op bezwarende wijze gebruik van het recht op overpad door soms meer dan dertig keer op een dag over het erf van [appellant] te gaan, door te hard te rijden, door het erf van [appellant] te vervuilen en door ook allerlei...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT