Herziening van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 juni 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:24 juni 2011
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Uitspraak in verwezen zaak na herziening. Vrijspraak van het (in herziening) aan het oordeel van het hof onderworpen feit. Niet-ontvankelijkverklaring benadeelde partij.

 
GRATIS UITTREKSEL

Sector strafrecht

Parketnummer : 20-004230-10

Uitspraak : 24 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen, na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad in verband met de gegrondverklaring van de aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof te Arnhem van 7 februari 2006, parketnummer 21-004005-05 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1961],

wonende te [woonplaats], [adres].

Herziening

De verdachte is bij voormeld arrest van het gerechtshof te Arnhem ter zake van

- de onder 1 bewezen verklaarde diefstal

- de onder 2 subsidiair bewezen verklaarde oplichting

- het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde medeplegen van oplichting

- het onder 4 subsidiair bewezen verklaarde medeplegen van oplichting

- de onder 5 bewezen verklaarde diefstal in vereniging

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht en met toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 3].

Bij arrest van 2 november 2010, nr. S 00479/07 HS, heeft de Hoge Raad der Nederlanden de aanvraag tot herziening van genoemd arrest gegrond verklaard, voor zover zij betrekking heeft op het onder 5 bewezen verklaarde feit, met bevel voor zover nodig tot opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voornoemd arrest van het gerechtshof te Arnhem en met verwijzing van de zaak naar dit gerechtshof ten einde op grond van artikel 467, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering opnieuw te worden behandeld en afgedaan teneinde hetzij het gewijsde te handhaven, hetzij met vernietiging daarvan recht te doen en daarbij mede voor de overige feiten op de voet van artikel 476, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de straf te bepalen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is - na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad - gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, in hoger beroep bij het gerechtshof te Arnhem en ter terechtzitting van dit hof in hoger beroep na herziening.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft betrekking op het gedeelte dat na deze verwijzing thans nog aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof in herziening de verdachte zal vrijspreken van het onder 5 ten laste gelegde en ten aanzien van het onder 1 primair, het onder 2 subsidiair, het onder 3 subsidiair en het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT