Kort geding van Gerechtshof Amsterdam, July 05, 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2011/07/05
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

kort geding; grenzen aan vrijheid van meningsuiting

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Nevenzittingsplaats Arnhem

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.070.842

(zaaknummer / rolnummer rechtbank 287179 / KG ZA 10-429)

arrest in kort geding van de eerste civiele kamer van 5 juli 2011

inzake

[X],

wonende te [woonplaats],

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. F.A.M. Knüppe,

tegen:

[Y],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellant in het incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. S.G. Rissik.

  1. Het geding in eerste aanleg

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis in kort geding van 23 juni 2010 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Utrecht tussen principaal appellante (hierna ook te noemen: [X]) als gedaagde en principaal geïntimeerde (hierna ook te noemen: [Y]) als eiser heeft gewezen; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1 [X] heeft bij exploot van 12 juli 2010 [Y] aangezegd van het hiervoor genoemde vonnis van 23 juni 2010 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [Y] voor dit hof.

    2.2 Bij memorie van grieven heeft [X] vijf grieven (grief V is abusievelijk grief VI genoemd) tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht en heeft zij producties in het geding gebracht. Zij heeft gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, bij arrest zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [Y] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen, althans zijn vorderingen alsnog zal afwijzen, met veroordeling van [Y] in de kosten van beide instanties.

    2.3 Bij memorie van antwoord heeft [Y] de grieven bestreden en producties in het geding gebracht. Hij heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, [X] niet-ontvankelijk zal verklaren in haar beroep tegen het bestreden vonnis, althans dit beroep zal verwerpen en het bestreden vonnis zal bekrachtigen, al dan niet onder aanvulling en/of verbetering der gronden, met veroordeling van [X] in de kosten van [bedoeld zal zijn:] het hoger beroep.

    2.4 Bij dezelfde memorie heeft [Y] incidenteel hoger beroep ingesteld tegen het vonnis, heeft hij daartegen een grief aangevoerd en toegelicht, en heeft hij bewijs aangeboden en een productie in het geding gebracht. [Y] heeft gevorderd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, dat vonnis zal bekrachtigen met inachtneming van de door hem naar voren gebrachte grief ten aanzien van de vastgestelde feiten.

    2.5 Bij memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep heeft [X] verweer gevoerd en geconcludeerd dat het hof het incidenteel hoger beroep zal verwerpen en het bestreden vonnis wat betreft de feitelijke vaststelling waartegen het incidenteel hoger beroep zich richt te bekrachtigen, met veroordeling van [Y] in de kosten van het incidenteel hoger beroep.

    2.6 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

  3. De vaststaande feiten

    Het hof gaat uit van de in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.13 vastgestelde feiten, behoudens voor zover onder 2.1 is opgenomen dat [X] in [jaar] in [plaats] geopereerd is door neurochirurg [A] (dat moet zijn neurochirurg [B]) en voor zover onder 2.12 is vastgesteld dat [stichting] de rechthebbende op de website [website] is. Tegen laatstgenoemde vaststelling heeft [Y] een grief gericht; voor zover van belang zal het hof daar in het hiernavolgende op ingaan.

  4. De motivering van de beslissing in hoger beroep

    4.1 Kort gezegd gaat het in deze procedure om de vraag of aannemelijk is dat [X] onrechtmatig handelt jegens [Y] doordat zij op de door [X] in het leven geroepen website [website] [Y] beschuldigt van zeer ernstige strafbare feiten, en aldus

    – naar de stelling van [Y] – zijn eer en goede naam aantast. Vaststaat dat het tussen de puntjes staande gedeelte in de domeinnaam [website] gelijkluidend is aan [Y] roepnaam en achternaam. [X] stelt dat thans stichting [stichting], welke stichting zij op [datum] heeft opgericht en van welke stichting zij enig bestuurder is, rechthebbende is op...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT