Voorlopige voorziening van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, August 02, 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2011/08/02
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

"Ongewoon voorval" ex artikel 17.1 Wm; de gemeente Moerdijk handelt onrechtmatig jegens Wilchem door het niet vergoeden van de opslagkosten en het verwijderen van het verontreinigd bluswater uit het schip de Pafos.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.086.537

arrest van de eerste kamer van 2 augustus 2011

in de zaak van

DE GEMEENTE MOERDIJK,

zetelend te Zevenbergen,

appellante in het principaal appel,

verweerster in het incidenteel appel,

advocaat: mr. W.Th. Braams,

tegen:

WILCHEM B.V.,

gevestigd te Papendrecht,

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

advocaat: mr. L.H.A.M. Andriessen,

en tegen:

AFVALSTOFFEN TERMINAL MOERDIJK B.V.,

gevestigd te Moerdijk,

gevoegde partij aan de zijde van Wilchem,

tussenkomende partij in het principaal en in het incidenteel appel,

advocaat: mr. A.J. van Steenderen,

op het bij exploot van dagvaarding van 29 april 2011 ingeleide hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda gewezen vonnis van 6 april 2011 tussen principaal appellante - de Gemeente - als gedaagde (naast Chemie-Pack Nederland B.V. en Chemie-Pack Onroerend Goed B.V., hierna gezamenlijk in enkelvoud aan te duiden als Chemie-Pack) en principaal geïntimeerde - Wilchem - als eiseres.

  1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 231673/ KG ZA 11-127)

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1. Bij voormeld exploot heeft de Gemeente onder overlegging van producties negen grieven aangevoerd, en geconcludeerd:

    primair tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot terugbetaling van al hetgeen de Gemeente op grond van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis aan Wilchem heeft betaald, met veroordeling van Wilchem in de proceskosten van beide instanties;

    subsidiair, voor zover de grieven falen en het vonnis van 6 april 2011 in stand blijft, veroordeling van Wilchem tot zekerheidstelling voor hetgeen de Gemeente op grond van dit vonnis heeft betaald en nog dient te betalen.

    2.2. De Gemeente heeft het hof verzocht de zaak als spoedappel te behandelen, welk verzoek door het hof is ingewilligd. De Gemeente heeft tevens pleidooi gevraagd. Het hof heeft de datum voor behandeling van het pleidooi vastgesteld op 21 juni 2011.

    2.3. Bij memorie van antwoord heeft Wilchem de grieven bestreden. Voorts heeft Wilchem incidenteel appel ingesteld, daarin twee grieven aangevoerd en gevorderd veroordeling van de Gemeente tot het verwijderen van het bluswater uit het schip de Pafos en het schip gereinigd (op dusdanige wijze dat het schip schoon genoeg is voor het transport van diesel of gasolie, zulks ter beoordeling van de verhuurder van het schip) ter beschikking te stellen aan Wilchem, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van de Gemeente in de kosten van het principaal en het incidenteel appel.

    2.4. Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V. (hierna: ATM) heeft het hof bij brief van 3 juni 2011 bericht dat zij op de rol van 7 juni 2011 een incidentele memorie tot voeging en tussenkomst in het principaal en in het incidenteel appel wenste te nemen.

    2.5. Het hof heeft partijen bij brieven van 6 juni 2011 bericht dat het hof ter zitting van 21 juni 2011 op de incidentele vorderingen van ATM zal beslissen, dat indien de incidentele vorderingen van ATM worden toegewezen (ook) ATM de gelegenheid zal worden gegeven haar standpunten ter zitting van 21 juni 2011 te bepleiten, en dat Wilchem en de Gemeente ter zitting een memorie van antwoord in het incident kunnen nemen.

    2.6. De Gemeente heeft op de rol van 7 juni 2011 in incidenteel appel geantwoord en daarbij producties overgelegd.

    2.7. Op dezelfde roldatum heeft ATM onder overlegging van producties een incidentele memorie tot voeging en tussenkomst in het principaal en in het incidenteel appel genomen. ATM heeft in deze memorie gevorderd:

    primair machtiging van ATM om de in de Pafos en de landtank opgeslagen partij (vervuild) bluswater van in totaal circa 5.000 ton te (doen) verwerken, met veroordeling van de Gemeente tot betaling van een bedrag van € 1.750.000 (al dan niet bij wijze van voorschot) ter zake van onder meer de kosten van opslag en verwerking van dit bluswater;

    subsidiair veroordeling van de Gemeente tot het verwijderen van het (vervuild) bluswater uit de landtank van ATM en het schip de Pafos en het schip gereinigd (op dusdanige wijze dat het schip schoon genoeg is voor het transport van diesel of gasolie, zulks ter beoordeling van de verhuurder van het schip) ter beschikking te stellen, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van de Gemeente tot betaling van een bedrag van € 500.000 (al dan niet bij wijze van voorschot) ter zake van de kosten van opslag van dit bluswater; en

    zowel primair als subsidiair veroordeling van de Gemeente in de proceskosten.

    2.8. Wilchem heeft bij brief van 15 juni 2011 te kennen gegeven dat zij tegen toewijzing van de incidentele vorderingen van ATM geen bezwaar heeft.

    2.9. De Gemeente heeft ter zitting van 21 juni 2011 een memorie van antwoord in het incident tot voeging en tussenkomst in het principaal en in het incidenteel appel genomen en zich hierin gerefereerd ter zake van de door ATM ingediende verzoeken tot voeging en tussenkomst.

    2.10. Het hof heeft hierna ter zitting, met toepassing van artikel 232 lid 2 aanhef en sub b

    Rv, een mondeling tussenarrest gewezen waarbij de incidentele vorderingen van ATM zijn toegewezen.

    2.11. De Gemeente heeft vervolgens ter zitting een memorie van antwoord na tussenkomst en/of voeging in het principaal en in het incidenteel appel genomen. ATM heeft bij gelegenheid van het pleidooi een akte houdende overlegging producties genomen en Wilchem heeft bij akte een drietal producties in het geding gebracht.

    2.12. Partijen hebben ter zitting hun standpunten aan de hand van pleitnota’s doen bepleiten: de Gemeente door mrs. W.T. Braams en E.H.P. Brans; Wilchem door mrs. L.H.A.M. Andriessen en B. Maat; en ATM door mr. A. Stendahl.

    2.13. Partijen hebben uitspraak gevraagd. Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof recht zal doen op de door de Gemeente ten behoeve van het pleidooi aan het hof overgelegde kopie-gedingstukken.

  3. De gronden van het hoger beroep

    Hiervoor wordt verwezen naar de appeldagvaarding, de memorie van grieven in het incidenteel appel en de incidentele memorie tot voeging en tussenkomst in het principaal en in het incidenteel appel.

  4. De beoordeling

    in principaal en incidenteel appel

    4.1. Naar het oordeel van het hof is met de aard van het geschil ook in hoger beroep het spoedeisend belang gegeven.

    4.2. Grief 1 in principaal appel richt zich tegen de door de voorzieningenrechter in

    rechtsoverweging 3.1. van het bestreden vonnis vastgestelde feiten. De Gemeente heeft hiertoe gesteld dat de voorzieningenrechter bij de weergave van de vastgestelde feiten niet volledig is geweest en ten onrechte een aantal relevante feiten niet heeft vastgesteld. De Gemeente miskent met haar grief dat het vaststellen van feiten aan de rechter is overgelaten. Grief 1 in principaal appel faalt mitsdien.

    4.3. Nu de door de voorzieningenrechter vastgestelde feiten voor het overige niet worden betwist of met een grief worden bestreden, strekken deze feiten in hoger beroep tot uitgangspunt. Het hof zal deze feiten, die als hier herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd, hierna enigszins verkort weergeven en zo nodig aanvullen.

    4.4. Het gaat in deze zaak om het volgende.

    (a) Op 5 januari 2011 is brand ontstaan op het bedrijfsterrein van Chemie-Pack te Moerdijk, waarbij zwaar verontreinigd bluswater op het bedrijfsterrein van Chemie-Pack en op naastgelegen bedrijfsterreinen terecht is gekomen.

    (b) Op vrijdagmiddag 7 januari 2011 van omstreeks 17.00 uur tot 20.15 uur heeft tussen de Gemeente en de directie van Chemie-Pack een crisisbijeenkomst plaatsgevonden op het gemeentehuis te Zevenbergen.

    Van de zijde van Chemie-Pack was bij deze bijeenkomst onder meer aanwezig haar advocaat mr. R. van ‘t Zelfde, en van de zijde van de gemeente onder meer haar advocaat mr. W. Kroon, C. Punt (loco-burgemeester), [X.], [Y.](Hoofd Actie Centrum Milieu van de Gemeente) en [Z.].

    Tijdens deze bijeenkomst heeft de Gemeente met een beroep op het bepaalde in artikel 17.1 Wet milieubeheer (Wm) en onder aanzegging van het intreden van de gevolgen van onder meer hoofdstuk 17 Wm Chemie-Pack gesommeerd het bluswater te (doen) verwijderen.

    In het opgemaakte (en vastgestelde) verslag van deze crisis-bijeenkomst (prod. 6 bij inleidende dagvaarding) is, voor zover van belang, het volgende vermeld:

    “() De advocaat van de gemeente geeft aan dat het wellicht te overzien is qua kosten en dat de maatregelen misschien wel door het bedrijf genomen kunnen worden. ‘U zou kunnen kijken wat het kost. U zou bijvoorbeeld een opdracht kunnen geven tot een bepaald bedrag. Als het dan niet klaar is en u geeft geen vervolg opdracht, zal de gemeente alsnog bestuursdwang kunnen toepassen.’()

    De advocaat van de gemeente geeft aan dat het totale kostenplaatje nu niet te zien is. Hij meldt dat er nu maatregelen genomen moeten worden. Hij stelt nogmaals voor dat Chemie Pack nu opdracht geeft om de werkzaamheden uit te voeren. Als blijkt dat het niet te betalen is, komt er toch formeel bestuursdwang. ()

    De advocaat van Chemie-Pack () stelt voor om namens het bedrijf, in samenspraak met de gemeente, opdracht te geven om te doen wat nodig is. Met dien verstande dat zij alleen garant kunnen staan voor € 300.000,--. Mocht het bedrag hoger worden dan alsnog bestuursdwang inzetten. Op deze manier willen zij het doen.

    De advocaat van de gemeente meldt dat dit een goede start is. De gemeente zal samen met het bedrijf contact opnemen met het juiste bedrijf om schoon te gaan maken. Dat bedrijf zal waarschijnlijk financiële zekerheid willen hebben dus men moet goed bedenken hoe daar mee om te gaan.

    De gemeente gaat er nu dus vanuit dat Chemie-Pack de opdracht geeft. Op het moment dat blijkt dat Chemie Pack de werkzaamheden niet wil afronden, zal (spoed)bestuursdwang worden toegepast. ()

    Afgesproken wordt dat er door Chemie Pack onmiddellijk een bedrijf zal worden benaderd om de werkzaamheden uit te voeren.

    ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT