Kort geding van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, July 26, 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2011/07/26
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Kort geding loondoorbetaling op grond van artikel 7: 629 BW. Werkgever accepteert ziekmelding niet en betwist deze.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.077.111

arrest van de achtste kamer van 26 juli 2011

in de zaak van

[X.],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

advocaat: mr. M.M. van den Boomen,

tegen:

[Y.],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. P.J.G. Goumans,

op het bij exploot van dagvaarding van 9 november 2010 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Venlo gewezen vonnis in kort geding van 18 oktober 2010, op de voet van artikel 31 Rv. verbeterd bij vonnissen van 24 november 2010 en 19 januari 2011, tussen appellant - [X.] - als gedaagde en geïntimeerde - [Y.] - als eiseres.

  1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 287470\CV EXPL 10-3538)

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1. Bij memorie van grieven met producties heeft [X.] acht grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van 18 oktober 2010 en, kort gezegd, tot toewijzing alsnog van de vordering van [X.] (bedoeld zal zijn: afwijzing alsnog van de vorderingen van [Y.], zoals geformuleerd in het petitum van de appeldagvaarding, hof), met veroordeling van [Y.] in de proceskosten van beide instanties.

    2.2. Bij memorie van antwoord met producties heeft [Y.] de grieven bestreden.

    2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

  3. De gronden van het hoger beroep

    Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

  4. De beoordeling

    4.1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

    [Y.], geboren op 1 november 1948, is op 15 april 1986 in dienst getreden van [X.] als verkoopmedewerkster. Haar salaris bedroeg laatstelijk € 10,13 bruto per uur. [Y.] werkte part time en een wisselend aantal uren per maand in het filiaal van [X.] te [vestigingsplaats].

    Op 20 januari 2010 heeft [X.] een anonieme brief (prod. 10 bij pleitnota [X.]) ontvangen waarin de slechte sfeer en de werksituatie in het filiaal in [vestigingsplaats] aan de orde worden gesteld, waarvoor de bedrijfsleider en diens assistente volgens de anonieme briefschrijvers verantwoordelijk zijn. Na ontvangst van deze brief is het personeel bijeen geroepen teneinde te achterhalen van wie deze brief afkomstig was en of de aantijgingen op waarheid berustten. Alle personeelsleden, waaronder [Y.], hebben op 25 januari 2010 een verklaring ondertekend waarin zij zich distantieerden van de inhoud van de anonieme brief. [X.] heeft op enig moment een paragnost ingeschakeld om te achterhalen wie de anonieme brief had geschreven. De paragnost wees [Y.] als de briefschrijfster aan. [Y.], daarmee op 9 juni 2010 door [X.] geconfronteerd, heeft ontkend de brief te hebben geschreven.

    [Y.] heeft zich op 10 juni 2010 ziek gemeld. Bij brief van 10 juni 2010 (prod. 12 bij pleitnota [X.]) heeft [X.] aan [Y.] bericht dat de ziekmelding niet wordt geaccepteerd. [X.] heeft verder laten weten dat indien [Y.] haar werk op 14 juni 2010 niet zou hervatten, er verder geen uitbetalingen meer zouden plaatsvinden. [X.] heeft de salarisbetaling met ingang van 14 juni 2010 gestaakt.

    Bij brief van 28 juni 2010 (prod. 2 inl. dagv.) heeft de bedrijfsarts van Maetis het volgende aan [X.] bericht: “Op 28-06-2010 was uw medewerker Mw. [Y.] bij mij voor een arbeidsomstandighedenspreekuur. Zij geeft aan wegens ziekte niet te kunnen werken sinds 10-06-2010. Na een gesprek met...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT