Hoger beroep van Rechtbank Alkmaar, 31 maart 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:31 maart 2011
Uitgevende instantie::Rechtbank Alkmaar
SAMENVATTING

Verzoek ex artikel 69 Fw, inhoudende 6 verzoeken. Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechter-commissaris. In hoger beroep is een deel van de appellanten niet-ontvankelijk verklaard. Overige appellanten: niet-ontvankelijk waar het een verzoek betreft dat voor het eerst in hoger beroep wordt gedaan. Het beroep tegen de resterende verzoeken is verworpen. Reikwijdte... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

beschikking

RECHTBANK TE ALKMAAR

Sector civiel recht, meervoudige kamer

MS/JG/ML/NE

rekestnummers: 122249, 122250, 122251, 122252, 122253 en 122254

Beschikking van 31 maart 2011

in de zaak van

  1. [naam 1],

    wonende te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec,

  2. [naam 2],

    wonende te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec,

  3. [naam 3],

    wonende te Bovenkarspel, gemeente Stede Broec,

  4. de andere 25 schuldeisers volgens de bekende aangehechte lijst,

    appellanten,

    advocaat mr. J.M.R. Vlaar te Eindhoven,

    tegen de beschikkingen van de rechter-commissaris op grond van artikel 69 Faillissementswet (Fw) gegeven op 22 juni 2010 in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid New Tulip Holding B.V., gevestigd te Bovenkarspel (hierna: New Tulip Holding), waarin zijn benoemd mr. B. Breederveld tot curator en mr. S.N. Schipper tot rechter-commissaris.

  5. De procedure

    1.1.De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

    - het aan de rechter-commissaris gerichte verzoekschrift ex artikel 69 Fw van 8 juni 2010, inhoudende zes verzoeken;

    - de brief van 17 juni 2010, inhoudende een beroep tegen een fictieve weigering;

    - de beschikking van de rechter-commissaris van 22 juni 2010;

    - de op 4 februari 2011 ingediende ordner met aanvullende gronden.

    De inhoud van al deze stukken geldt als hier ingelast.

    1.2. Ter terechtzitting van 17 februari 2011 zijn de zaken gezamenlijk behandeld, waarbij appellanten en de curator elk hun standpunt hebben toegelicht. Vervolgens is uitspraak bepaald.

  6. Het beroep en de beoordeling daarvan

    2.1. De rechtbank ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of alle in het beroepschrift genoemde appellanten ontvankelijk zijn in het beroep. In het verzoekschrift van

    8 juni 2010 is opgenomen dat het verzoekschrift tevens "namens de andere 25 schuldeisers volgens de bekende aangehechte lijst" wordt ingediend. De rechtbank constateert dat bij de stukken van het verzoekschrift geen lijst is overgelegd. Het is de rechtbank dan ook niet bekend wie in deze procedure de 25 schuldeisers zijn, zodat deze niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in hun beroep.

    2.2. De curator heeft daarnaast aangevoerd dat appellanten niet-ontvankelijk zijn in hun beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris van 22 juni 2010, omdat zij tegen deze beschikking niet tijdig beroep hebben ingesteld.

    2.3. Appellanten hebben bij brief van 17 juni 2010 beroep ingesteld bij deze rechtbank tegen de fictieve weigering om een beslissing te nemen op het verzoekschrift gedateerd 8 juni 2010. Na de beschikking van de rechter-commissaris van 22 juni 2010 hebben appellanten niet opnieuw een beroepschrift ingediend. De rechter-commissaris heeft in zijn beschikking van 22 juni 2010 aangegeven dat zijn beslissing moet worden beschouwd als een beschikking op de gedane verzoeken. Het had dan ook op de weg van appellanten gelegen om binnen de hoger beroepstermijn van vijf dagen een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT