Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Leeuwarden, August 10, 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2011/08/10
Uitgevende instantie::Rechtbank Leeuwarden

RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 102628 / HA ZA 10-141

Vonnis van 10 augustus 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. M.A. Jansen te Leeuwarden,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

HET WETTERSKIP FRYSLÂN,

zetelend te Leeuwarden,

gedaagde,

advocaat mr. J.V. van Ophem te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna [eiser] en het waterschap (ook voor zover het gaat om zijn rechtsvoorgangers) genoemd worden.

  1. De procedure

    1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - de dagvaarding

    - de conclusie van antwoord

    - de conclusie van repliek

    - de conclusie van dupliek.

    1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

  2. De feiten

    2.1. [eiser] is sinds 1974 eigenaar van de woning met erf en ondergrond, plaatselijk bekend [adres] te [woonplaats], kadastraal bekend gemeente [woonplaats], sectie A, nummer 2828 (verder mede te noemen: het perceel). Het perceel bevindt zich tussen de Van Ommenpolder en De Skatting en ligt in de nabijheid van de Kerksloot.

    2.2. De woning van [eiser] - die in 1904 is gebouwd - heeft een houten fundering, waarvan de bovenkant op NAP -1.55 m. ligt. Ten tijde van de bouw lag het grondwaterpeil boven de fundering.

    2.3. De waterstaatkundige kaart van 1971-1972 vermeldde als gewenst peil voor de Van Ommenpolder NAP -1.51 m. Medio jaren tachtig (vermoedelijk in 1985) heeft het waterschap in het kader van de ruilverkaveling voor de Van Ommenpolder een peilaanpassing doorgevoerd in verband met de autonome maaivelddaling in het gebied. Hierbij is het vaste peil van NAP -1.51 m. gewijzigd in een winterpeil van NAP -1.60 m. en is een zomerpeil vastgesteld van NAP -1.50 m. Deze peilen zijn nadien vastgelegd in het peilbesluit "Derde waterlopenbestek ruilverkaveling Wymbritseradeel" (verder te noemen: het peilbesluit). Het peilbesluit is op 17 juni 1993 vastgesteld door het college van volmachten van het waterschap en is bij besluit van 9 juni 1998 goedgekeurd door het college van gedeputeerde staten van Fryslân.

    2.4. Rond 1993 zijn peilverlagingen doorgevoerd in het gebied dat zich iets verder van de woning van [eiser] bevindt. Op een afstand van meer dan 150 m. ten noordoosten van het perceel bevindt zich een peilvak met een (sindsdien) vast peil van NAP -2.05 m. en op meer dan 500 m. ten noorden van het perceel bevindt zich een peilvak met een vast peil van (sindsdien) NAP -2.40 m. Deze peilen zijn eveneens vastgelegd in het peilbesluit.

    2.5. Sinds 1998 bevindt zich in de Kerksloot een gemaaltje, dat tot functie heeft een teveel aan oppervlaktewater weg te pompen. Zodra het peil te hoog wordt treedt het gemaal in werking. Het gemaal stond zodanig afgesteld dat het in de winter uitsloeg bij NAP -1.69 m. en aansloeg bij NAP -1.58 m. In de zomer gebeurde dit bij peilen van respectievelijk NAP -1.59 en NAP -1.48 m.

    2.6. Omstreeks 2000 heeft [eiser] scheuren in enkele muren van zijn woning ontdekt. Bouwbedrijf De Groot heeft vervolgens in opdracht van [eiser] een funderingsonderzoek gedaan en geconcludeerd dat de koppen van de houten fundering zijn gaan rotten door droogstand, met als gevolg scheurvorming in de muren. Het grondwaterpeil stond ten tijde van het onderzoek ongeveer 23 cm. onder de kesp, het overgangsdeel tussen de palen en het vloerhout.

    2.7. Bij brief van 1 juli 2004 heeft [eiser] het waterschap aansprakelijk gesteld voor de schade en de totale schade op dat moment begroot op een bedrag van € 300.000,00. Het waterschap heeft in reactie hierop een schadeformulier aan [eiser] gezonden. Het nadien door [eiser] ingevulde formulier is door het waterschap aangemerkt als een verzoek om vergoeding van schade die is veroorzaakt door een rechtmatige overheidsdaad en is door hem voor advies voorgelegd aan de Schadecommissie. [eiser] heeft op het formulier vermeld dat de omvang van de schade circa € 125.000,00 bedraagt.

    2.8. De Schadecommissie heeft - voor zover hier van belang - geconcludeerd dat rond 1935 voor het eerst droogstand van de fundering optrad en dat de aantasting toen begonnen moet zijn. Volgens de commissie bedroeg de aantasting in 2005 90% (waarbij 100% ziet op de volledige aantasting van de bovenkant van de fundering). De commissie heeft geadviseerd om de omvang van de schade bij wijze van nadeelcompensatie vast te stellen op een bedrag van € 1.335,00.

    ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT