Eerste aanleg - enkelvoudig van Gerechtshof Amsterdam, 4 augustus 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 4 augustus 2011
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

KB-Luxrekeningen De inspecteur slaagt er niet in het ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011, LJN BN6324, verlangde bewijs te leveren. Dit brengt mee dat het voordeel van de twijfel aan belanghebbende moet worden gegund, zodat de in de navorderingsaanslagen begrepen verhogingen vervallen.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Twaalfde Enkelvoudige Belastingkamer

UITSPRAAK

op de beroepen van X te Z (…), belanghebbende,

tegen

uitspraken van de Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Alkmaar, de inspecteur.

  1. Loop van het geding

    1.1. Van belanghebbende zijn ter griffie twee beroepschriften ontvangen op 4 augustus 2004, ingediend door mr. G.J.M.E. de Bont (Hertoghs advocaten-belastingkundigen te Breda) als gemachtigde van belanghebbende.

    1.2. Het onder kenmerk 04/03073 ingeschreven beroep is gericht tegen de in één geschrift vervatte uitspraken van de inspecteur betreffende de aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PV) voor de jaren 1990 tot en met 1993 en in de vermogensbelasting (hierna: VB) voor de jaren 1991 tot en met 1994 (hierna gezamenlijk: de navorderingsaanslagen), alsmede tegen de uitspraken betreffende de kwijtscheldingsbesluiten ter zake van de in de navorderingsaanslagen begrepen verhogingen.

    Het onder kenmerk 04/03074 ingeschreven beroep is gericht tegen eveneens in voormeld geschrift vervatte uitspraak van de inspecteur betreffende de aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslag IB/PV voor het jaar 1994, alsmede tegen de uitspraak betreffende het kwijtscheldingsbesluit ter zake van de in die navorderingsaanslag begrepen verhoging.

    Voorts worden beide beroepen geacht mede te zijn gericht tegen de uitspraken van de inspecteur betreffende de gelijktijdig met de navorderingsaanslagen genomen beschikkingen inzake in rekening gebrachte heffingsrente (hierna: de beschikkingen heffingsrente).

    1.3. De navorderingsaanslagen zijn onder 3.3 nader gespecificeerd. Na bezwaar zijn de navorderingsaanslagen, de kwijtscheldingsbesluiten en de beschikkingen heffingsrente bij de bestreden uitspraken, gedagtekend 23 juli 2004, gehandhaafd.

    1.4. De beroepen strekken tot vernietiging van de uitspraken, de navorderingsaanslagen, de kwijtscheldingsbesluiten en de beschikkingen heffingsrente.

    1.5. De inspecteur heeft verweerschriften ingediend, waarin hij concludeert tot het ongegrond verklaren van de beroepen.

    1.6. De gemachtigde heeft voor beide zaken gezamenlijk een conclusie van repliek ingezonden. De inspecteur heeft voor beide zaken afzonderlijk conclusies van dupliek ingezonden.

    1.7. De hierna te noemen stukken zijn ten behoeve van beide procedures in enkelvoud ingediend en/of verzonden.

    1.8.1. Naast de door partijen ingezonden pleitnota’s ten behoeve van het onderzoek ter zitting op 2 november 2005, welke zijn vermeld in het van het verhandelde ter zitting opgemaakte proces-verbaal, is door de gemachtigde op 18 oktober 2005 een “Inventarisatiestaat producties” ingebracht, met de daarin genoemde producties als bijlagen. Een afschrift van het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting op 2 november 2005 is uitgereikt aan partijen ter zitting van 10 september 2010.

    1.8.2. De inspecteur heeft bij brief van 21 december 2005 gereageerd op de door de gemachtigde ingebrachte pleitnota’s ten behoeve van de zitting van 2 november 2005. Voor het doorsturen van dit stuk verwijst het Hof naar onderdeel 1.20.

    1.9.1. De Vierde Meervoudige Belastingkamer heeft de beroepen voor wat betreft de "8:29/8:42-procedure" verwezen naar de Derde Meervoudige Belastingkamer.

    Hiertoe zijn de volledige procesdossiers van die beroepen aan de Derde Meervoudige Belastingkamer ter beschikking gesteld.

    1.9.2. Voor het verloop van de onder 1.9.1 genoemde procedure verwijst het Hof naar hetgeen daarover is opgenomen in de door de Derde Meervoudige Belastingkamer gedane tussenuitspraken van 19 april 2006. In die tussenuitspraken is bepaald dat de inspecteur belanghebbende een kopie toezendt van het Draaiboek en de Nieuwsbrieven zoals deze ten behoeve van de inspecteur bij de uitspraken zijn gevoegd en waarin door het Hof is aangegeven in hoeverre een beperking van de kennisname van het Draaiboek en de Nieuwsbrieven gerechtvaardigd is. De Hoge Raad heeft het tegen deze tussenuitspraken ingestelde beroep in cassatie bij zijn arresten van 14 september 2007, nrs. 43.294 en 43.295, niet-ontvankelijk verklaard.

    1.9.3. Na verzending van de tussenuitspraken zijn de procesdossiers weer ter beschikking gesteld aan de Eerste Meervoudige Belastingkamer. Die kamer heeft geen kennis genomen van de aan de Derde Meervoudige Belastingkamer ter beschikking gestelde integrale versies van het Draaiboek en de Nieuwsbrieven, welke versies in verzegelde enveloppen op het gerechtshof worden bewaard. De Eerste Meervoudige Belastingkamer heeft de behandeling van de beroepen overgenomen.

    1.10. Bij brief van 2 februari 2007 heeft de gemachtigde nadere stukken ingezonden. Een afschrift hiervan is op 5 februari 2007 naar de wederpartij gezonden.

    1.11. Bij brief van 7 februari 2007 heeft de gemachtigde aangeboden bewijs te leveren door middel van het horen van getuigen. Een afschrift hiervan is op 8 februari 2007 naar de wederpartij gezonden.

    1.12. Bij faxbericht van 15 februari 2007 heeft de gemachtigde een afschrift ingezonden van de brief die hij op die datum naar de inspecteur heeft gestuurd. De inspecteur heeft ter zitting van 16 februari 2007 de ontvangst van dit stuk bevestigd.

    1.13. Van het verhandelde ter zitting van 16 februari 2007 is proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift op 22 februari 2007 naar partijen is gezonden.

    1.14. Bij brief van 7 juni 2007 heeft de gemachtigde een verzoek ingediend de Staatssecretaris te gelasten uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechtbank Breda van 29 mei 2007, procedurenummer 06/3071 WOB. Dit verzoek is afgewezen bij brief van 12 juni 2007.

    1.15.1. Op 20 juni 2007 zijn [A, B en C] gehoord als getuigen. Het daarvan opgemaakte proces-verbaal is aan partijen gezonden bij brief van 22 juni 2007.

    1.15.2. Van het verhandelde ter zitting van 20 juni 2007 is proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift ter zitting van 10 september 2010 aan partijen is uitgereikt.

    1.16.1. Op 24 augustus 2007 is [D] gehoord als getuige. Het daarvan opgemaakte proces-verbaal is aan partijen uitgereikt ter zitting van 24 augustus 2007.

    1.16.2. Van het verhandelde op deze zitting is proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift op 7 april 2008 naar partijen is gezonden.

    1.17. Bij brief van 7 maart 2008 heeft de griffier de gemachtigde meegedeeld dat het door hem met dagtekening 5 maart 2008 ingediende stuk geen aanleiding geeft tot heropening van het onderzoek. Het stuk is om die reden aan de gemachtigde retourgezonden.

    1.18. Bij brief van 25 augustus 2008 heeft de griffier de gemachtigde in de gelegenheid gesteld te reageren op het in die brief weergegeven voorlopige oordeel van het Hof. De gemachtigde heeft bij brief van 24 oktober 2008 gereageerd op dit voorlopige oordeel, waarna de inspecteur bij brief van 23 december 2008 daarop heeft gereageerd. Een afschrift van deze laatste brief is bij brief van 5 januari 2009 naar Hertoghs advocaten-belastingkundigen te Breda gezonden, t.a.v. mr. P.J. van Hagen. In reactie daarop heeft mr. A.M.E. Nuyens (hierna ook: de gemachtigde) bij brief van 16 januari 2009 bericht geen toestemming te geven voor het achterwege laten van een nadere zitting.

    1.19. Van het verhandelde ter zitting van 10 september 2010 is proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

    1.20. Van het door de inspecteur bij brief van 21 december 2005 ingestuurde stuk heeft de gemachtigde een afschrift ontvangen bij brief van 1 oktober 2010. De gemachtigde heeft hierop gereageerd bij brief van 22 oktober 2010. Van deze reactie heeft de inspecteur een afschrift ontvangen. Beide partijen hebben hierna schriftelijk toestemming verleend een nader onderzoek ter zitting achterwege te laten.

    1.21. In verband met het door de Hoge Raad op 15 april 2011 gewezen arrest onder rolnummer 09/03075 (LJN BN6324) heeft de griffier de inspecteur bij brief van 22 april 2011 in de gelegenheid gesteld nader te reageren op de in het arrest gegeven overwegingen over de boete en de daarbij gegeven verwijsopdracht. Een afschrift van deze brief is op 22 april 2011 naar de wederpartij gezonden. De inspecteur heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 31 mei 2011, waarop de gemachtigde heeft gereageerd bij brief van 24 juni 2011. Partijen hebben het Hof hierna schriftelijk toestemming verleend uitspraak te doen zonder een nadere zitting.

    1.22. De Eerste Meervoudige Belastingkamer heeft de beroepen vervolgens ter verdere behandeling verwezen naar de Twaalfde Enkelvoudige Belastingkamer.

  2. Geschil

    2.1. De navorderingsaanslagen en beschikkingen waarop het geschil betrekking heeft zijn opgelegd in het kader van een door de Belastingdienst uitgevoerd onderzoek naar houders van bankrekeningen, vermeld op door de Belgische autoriteiten bij brief van 27 oktober 2000 aan de Nederlandse belastingdienst verstrekte fotokopieën, het zogenaamde Rekeningenproject. In de uitspraak van dit Hof van 2 juli 2009 met kenmerk P04/03329 t/m 04/03349, gepubliceerd onder LJN BJ1298 op www.rechtspraak.nl, is dit project nader omschreven en heeft het Hof een oordeel gegeven omtrent een aantal algemene, dus niet specifiek op belanghebbende betrekking hebbende, geschilpunten naar aanleiding van de in het kader van dit project opgelegde (navorderings)aanslagen.

    Dit oordeel komt erop neer dat de inspecteur niet gehouden is meer stukken in te brengen dan hij heeft gedaan, de op deze fotokopieën vermelde rekeningen betrekking hebben op bij de KB-Luxbank te Luxemburg aangehouden bankrekeningen, de fotokopieën als bewijsmiddel mogen worden gebruikt, het onderzoek van de Belastingdienst naar de identiteit van de op de fotokopieën vermelde personen betrouwbaar is geweest en dat, onder meer op basis van gegevens van belastingplichtigen die in het kader van het Rekeningenproject openheid van zaken hebben gegeven met betrekking tot de aangehouden rekeningen bij de KB-Luxbank, het vermoeden gerechtvaardigd is dat de als rekeninghouder...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT