Hoger beroep van Rechtbank Utrecht, September 28, 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2011/09/28
Uitgevende instantie::Rechtbank Utrecht
SAMENVATTING

Faillissementsrecht. Hoger beroep beslissing rechter-commissaris ex art. 67 Fw. Appellant heeft op voorhand bezwaar gemaakt tegen voorgenomen verkoop door de curator van verpande auto’s. Appellant stelt dat sprake is van subrogatie van pandhouderschap door voldoening van de schuld van gefailleerde aan de leasemaatschappij Ontvankelijkheid vloeit voort uit feit dat rc appellabele beschikking heeft ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

zaaknummer: 11/16 F

beschikking van de enkelvoudige kamer van 28 september 2011

Deze beschikking wordt gegeven naar aanleiding van het op 8 juli 2011 ter griffie van deze rechtbank ingediende beroepschrift ex artikel 67 lid 1 van de Faillissementswet (Fw) door:

De heer [appellant],

wonende [woonplaats],

verder te noemen appellant,

gericht tegen de nader te noemen beschikking van de rechter-commissaris in het op 11 januari 2011 door deze rechtbank uitgesproken faillissement van:

[gefailleerde] B.V.,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna te noemen: gefailleerde,

curator: mr. W. Ploeg, hierna te noemen: de curator.

  1. De procedure

    1.1. Appellant heeft bij beroepschrift als voorzien in artikel 67 Fw hoger beroep ingesteld tegen de op 4 juli 2011 genomen beschikking van de rechter-commissaris, waarvan een kopie aan deze beslissing is gehecht, in het onderhavige faillissement. Het beroepschrift is op 8 juli 2011 ter griffie van deze rechtbank ingekomen. Op 22 juli 2011 is het aanvullend beroepschrift door de rechtbank ontvangen.

    1.2. De mondelinge behandeling van dit beroepschrift heeft plaatsgevonden op

    14 september 2011. Ter zitting zijn verschenen appellant vergezeld van zijn advocaat mr. I. van Bekkum en van mevrouw mr. Van Riel van Bedrijfsadvies Op Maat en mr. W. Ploeg, de curator in het faillissement. De aanwezigen hebben ter zitting hun standpunten naar voren gebracht.

    1.3. De rechtbank heeft de uitspraak in hoger beroep bepaald op heden.

  2. Vaststaande feiten

    2.1. Op 28 januari 2008 heeft gefailleerde een Financial leaseovereenkomst gesloten met De Lage Landen (hierna: DLL) voor vijf personenauto’s met de kentekens: [kenteken 1], [kenteken 2], [kenteken 3], [kenteken 4] en [kenteken 5]. Op deze auto’s is ten behoeve van DLL een stil-pandrecht gevestigd.

    2.2. [holding] B.V. (hierna: de Holding) heeft als (mede)schuldenaar deze overeenkomst getekend.

    2.3. Appellant is enig aandeelhouder en bestuurder van de Holding.

    2.4. Tussen het aangaan van de betreffende leaseovereenkomst en de faillietverklaring zijn drie personenauto’s met de kentekens [kenteken 3], [kenteken 4] en [kenteken 5] vervangen door twee personenauto’s met de kentekens [kenteken 5] en [kenteken 6], zonder DLL hiervan in kennis te stellen.

    2.5. Na de faillietverklaring is de Holding aangesproken om het openstaande bedrag van de Financial leaseovereenkomst ad € 16.218,84 te voldoen.

    2.6. Op 25 februari 2011 heeft appellant...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT