Voorlopige voorziening+bodemzaak van Centrale Raad van Beroep, 27 september 2011

Datum uitspraak:27 september 2011
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Kortsluiting. De rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling griffierecht. Ten onrechte menen verzoekers dat zij in beroep niet ieder voor zich griffierecht verschuldigd zijn. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb is slechts eenmaal griffierecht verschuldigd, indien sprake is van een beroepschrift ter zake van twee of meer samenhangende... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

11/3882 WW e.a.

11/3912 WW-VV e.a.

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

U I T S P R A A K

als bedoeld in de artikelen 8:84, tweede lid, en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet naar aanleiding van de verzoeken om voorlopige voorziening van:

[Verzoeker 1], wonende te [woonplaats], en 23 andere verzoekers zoals in het aanhangsel vermeld (hierna: verzoekers)

in verband met het hoger beroep van:

verzoekers

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 1 juli 2011, met de registratienummers zoals in het aanhangsel vermeld (aangevallen uitspraak),

in de gedingen tussen:

verzoekers

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 27 september 2011.

  1. PROCESVERLOOP

    Namens verzoekers heeft [naam vertegenwoordiger] hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak en is tevens een verzoek om het treffen van voorlopige voorzieningen gedaan.

    Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2011, waarbij het verzoek van verzoekers gevoegd is behandeld met een verzoek dat is geregistreerd onder het nummer 11/3911 WW-VV. Verzoeker [verzoeker 2] is verschenen. Verzoekers hebben zich (tevens) laten vertegenwoordigen door [naam vertegenwoordiger]. Namens het Uwv is verschenen L.A.P. ter Laak. Na de zitting zijn de zaken weer gesplitst. In de zaak met nummer 11/3911 WW-VV wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

  2. OVERWEGINGEN

    1.1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

    1.2. Ingevolge artikel 8:86 van de Awb en artikel 21 van de Beroepswet kan de voorzieningenrechter, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, tevens onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

    1.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak en dat ook overigens geen sprake is van beletselen om tevens onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

    2.1. Bij brief van 13 december 2010 hebben verzoekers het Uwv verzocht terug te komen van in 2005 en 2007 genomen besluiten inzake...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT