Voorlopige voorziening+bodemzaak van Centrale Raad van Beroep, 11 oktober 2011

Datum uitspraak:11 oktober 2011
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Weigering bijstandsuitkering toe te kennen. Kortsluiting. Verzoeker is directeur van een stichting. De beschikbare gegevens bieden een toereikende grondslag voor het oordeel dat verzoeker in het kalenderjaar 2010 in totaal ten minste 1225 uren werkzaam is geweest. De aanwezigheid tijdens reguliere arbeidstijden op een werkplek in een bedrijf rechtvaardigt de vooronderstelling dat deze daar ook... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

11/4711 WWB

11/4712 WWB-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

U I T S P R A A K

als bedoeld in de artikelen 8:84, tweede lid, en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening van:

[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),

in verband met het hoger beroep van:

verzoeker

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem van 15 juli 2011, 11/1880 en 11/1882 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

verzoeker

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (hierna: College)

Datum uitspraak: 11 oktober 2011

  1. PROCESVERLOOP

    Namens verzoeker heeft mr. R.G.H.M. de Glas, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

    Namens verzoeker heeft mr. De Glas tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

    Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2011. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. De Glas. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.A.M. van Gerwen, werkzaam bij de gemeente Nijmegen.

  2. OVERWEGINGEN

    1.1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Beroepswet hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

    1.2. Ingevolge artikel 8:86 van de Awb en artikel 21 van de Beroepswet kan de voorzieningenrechter, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, tevens onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

    1.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak en dat ook overigens geen sprake is van beletselen om tevens onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

    1. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

      2.1. Verzoeker ontving vanaf 25 april 1996 bijstand, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande. Naar aanleiding van een signaal van de Belastingdienst dat verzoeker zou samenwonen met [B.A.] (hierna: [B.A.]) op het [adres] te Nijmegen is door medewerkers van Bureau Handhaving van de Afdeling Zorg en Inkomen van de gemeente Nijmegen een onderzoek gestart naar de rechtmatigheid van de aan verzoeker verleende bijstand. De resultaten van dit onderzoek, zoals neergelegd in rapportages van 22 juni 2010 en 25 augustus 2010, zijn aanleiding geweest voor het College om de bijstand van verzoeker bij besluit van 21 juli 2010 met ingang van 1 juli 1997 in te trekken op de grond dat verzoeker met [B.A.] een gezamenlijke huishouding voert.

      2.2. In het kader van het onder 2.1 genoemde onderzoek is onder meer naar voren gekomen dat appellant voorzitter is van de op 10 maart 1997 opgerichte Stichting [naam stichting] (hierna: [stichting]). [B.A.] is secretaris/penningmeester. Per 1 juni 2010 is [C.D.] als derde bestuurslid toegetreden.

      2.3. Op 20 september 2010 heeft verzoeker zich gemeld bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor het indienen van een nieuwe aanvraag om bijstand op grond van de WWB. Verzoeker heeft als gewenste ingangsdatum opgegeven 16 juli 2010. Hij woont inmiddels op een ander adres in Nijmegen. Het College heeft deze aanvraag bij besluit van 26 november 2010 afgewezen.

      2.4. Bij besluit van 2 mei 2011...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT