Kort geding van Gerechtshof 's-Gravenhage, 22 november 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:22 november 2011
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Kort geding Republiek der Zuid-Molukken (RMS) tegen de Staat. Vraag of RMS als staat bestaat. Beleidsvrijheid Staat op gebied van de buitenlandse politiek.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector Civiel recht

Zaaknummer : 200.077.445/01

Zaak-/rolnummer rechtbank : 377038/KG ZA 10-1220

arrest van 22 november 2011

inzake

  1. DE REGERING IN BALLINGSCHAP VAN DE REPUBLIEK DER ZUID-MOLUKKEN (RMS),

    gevestigd te Amsterdam,

    hierna: RMS,

  2. [Naam],

    wonende te [Woonplaats],

    hierna: […],

  3. [Naam], advocaat Team Advokasi Maluku (TAMASU),

    gevestigd te [...],

    hierna: […],

  4. [Naam],

    wonende te [Woonplaats] (...),

    hierna: […],

    appellanten in het principaal appel,

    RMS tevens geïntimeerde in het incidenteel appel,

    hierna gezamenlijk ook aan te duiden als: RMS c.s.,

    advocaat: mr. E. Tahitu te Amsterdam,

    tegen

    DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Algemene Zaken en Ministerie van Buitenlandse Zaken),

    zetelend te 's-Gravenhage,

    geïntimeerde in het principaal appel,

    appellant in het incidenteel appel,

    hierna te noemen: de Staat,

    advocaat: mr. W.I. Wisman te 's-Gravenhage.

    Het geding

    Bij exploot van 2 november 2010 hebben RMS c.s. hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 oktober 2010, in kort geding gewezen tussen RMS c.s. en drie anderen als eisers en de Staat als gedaagde. Bij memorie van grieven (met producties) hebben RMS c.s. tegen het bestreden vonnis twee grieven aangevoerd, die de Staat bij memorie van antwoord heeft bestreden. De Staat heeft onder aanvoering van één grief incidenteel geappelleerd. Bij memorie van antwoord in het incidenteel appel (met producties) hebben RMS c.s. het incidenteel appel weersproken. Op 10 oktober 2011 hebben partijen de zaak voor het hof doen bepleiten door hun hiervoor genoemde advocaten, in beide gevallen aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. RMS c.s. hebben bij die gelegenheid nog producties in het geding gebracht. Ten slotte hebben partijen stukken gefourneerd en arrest gevraagd.

    Beoordeling van het hoger beroep

    1.1 Nu geen grieven zijn gericht tegen de feiten die de voorzieningenrechter onder 2.1 tot en met 2.14 van het bestreden vonnis heeft vastgesteld, zal het hof in hoger beroep eveneens van deze feiten uitgaan. Het gaat in deze zaak, voor zover thans nog van belang, om het volgende.

    1.2 De aanleiding voor het onderhavige geding was het voorgenomen bezoek van de president van de Republiek Indonesië, Susilo Bambang Yudhoyono, aan Nederland van 6 tot en met 8 oktober 2010. RMS c.s., en drie anderen die niet in hoger beroep zijn gekomen, vorderden in de eerste plaats dat de Indonesische president bij aankomst in Nederland zou worden staande gehouden en, met voorbijgaan aan zijn immuniteit, strafrechtelijk zou worden vervolgd wegens schendingen van de mensenrechten. De voorzieningenrechter heeft deze vordering, alsmede de hierna nog te noemen vorderingen, afgewezen. Het staatsbezoek van de Indonesische president is niet doorgegaan.

    1.3 In hoger beroep gaat het in het principaal appel, zoals bij pleidooi desgevraagd ook door RMS...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT