Verzet van Gerechtshof 's-Gravenhage, 23 december 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:23 december 2011
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Verzet gegrond. Het hoger beroepschrift voldoet aan de wettelijke vereisten. Belanghebbende is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector belasting

nummer BK-09/00806

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer van 23 december 2011

op het verzet van [X] te [Z], belanghebbende, tegen de hierna vermelde uitspraak.

Uitspraak en verzet

Belanghebbende is in verzet gekomen tegen de uitspraak na vereenvoudigde behandeling van de zesde enkelvoudige belastingkamer van het Hof van 8 juli 2011 op het hoger beroep van belanghebbende tegen de (mondelinge) uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 14 september 2009, nummer AWB 08/3355 BPM.

Het verzet is mondeling behandeld ter zitting van het Hof van 13 december 2011, gehouden te ’s-Gravenhage. Daar is verschenen mr. [A], advocaat te [Z], namens belanghebbende.

Beoordeling van het verzet in hoger beroep

Het proces-verbaal van de uitspraak van de rechtbank is op 22 september 2009 aan partijen verzonden. De advocaat heeft het hoger beroep bij brief van 3 november 2009, derhalve tijdig, ingesteld. Hierin is vermeld:

”Met deze uitspraak [van de rechtbank ’s-Gravenhage, Hof] kan belanghebbende zich niet verenigen op nader aan te geven gronden. Ik verzoek u mij voor de nadere gronden van het beroepschrift enig uitstel te verlenen.”

Bij brief van 12 november 2009 is de advocaat erop gewezen dat het hogerberoepschrift niet de gronden van het hoger beroep bevat en is hij in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Nadien is de termijn voor zodanig herstel enkele malen verlengd.

Tot de stukken behoort een aan het Hof gerichte en binnen de termijn voor herstel ingekomen brief van de advocaat van 10 oktober 2010, onder meer met een verzoek strekkende tot verlenging van de termijn voor het indienen van een aanvulling op het beroepschrift. In de brief is tevens te kennen gegeven: ”Zekerheidshalve wordt vermeld dat volledige BPM-heffing in strijd [is] met het EG-Recht omdat geen rekening wordt gehouden met de duur van het gebruik van de weg in Nederland en dat derhalve de naheffing BPM onterecht is opgelegd. De rechtbank is ten onrechte hieraan voorbij gegaan.”

Met deze laatste passage is het hogerberoepschrift alsnog van een motivering voorzien en is het verzuim dat het hogerberoepschrift aanvankelijk niet was voorzien van gronden, tijdig en adequaat hersteld. Het hoger beroep voldoet dus aan de wettelijke vereisten. Belanghebbende is derhalve ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Het verzet moet gegrond worden verklaard. Daarmee komt de uitspraak van 8 juli 2011 te vervallen.

...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT