Herziening van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 september 2011

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:30 september 2011
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Belanghebbende dient een verzoek in waarin zij vraagt om herziening van de uitspraak van het Hof. Uit dit verzoek, dat in eerste instantie werd gezien als een verkeerd geadresseerd beroep in cassatie, blijkt niet van nieuwe feiten of omstandigheden. Het gaat verzoekster om een correcte vaststelling van de proceskostenvergoeding, waarbij verzoekster stelt dat het Hof ten onrechte geen rekening... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector belastingrecht

Tweede meervoudige Belastingkamer

Kenmerk: 11/00063

Uitspraak op het verzoek van

de erven van mevrouw X,

wonende te Y (Spanje),

hierna: verzoekers,

tot herziening in de zin van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, van 12 mei 2010, kenmerk 09/00374, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen de mondelinge uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 8 juli 2009, nummer AWB 08/3796, in het geding tussen de erven van mevrouw X, en de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Limburg, kantoor Buitenland van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) betreffende na te noemen beschikking.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. Aan mevrouw X (erflaatster) is voor het jaar 2006 een beschikking "Niet in Nederland belastbaar inkomen" afgegeven waarbij het wereldinkomen uit werk en woning is vastgesteld op € 4.890, het verzamelinkomen in Nederland op € 332 en het niet in Nederland belastbaar inkomen (hierna ook: NiNbi) op € 4.558.

    Na daartegen gemaakt bezwaar zijn, naar het Hof verstaat, de inkomenselementen van de beschikking bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.

    1.2. De erven van mevrouw X zijn van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. Bij mondelinge uitspraak heeft de Rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

    Tegen deze uitspraak hebben de erven hoger beroep ingesteld bij het Hof.

    Het Hof heeft op 12 mei 2010 uitspraak op het hoger beroep gedaan. Afschriften van de uitspraak zijn op 12 mei 2010 aan partijen verzonden.

    1.3. Bij brief van 17 mei 2010, bij het Hof binnengekomen op 18 mei daaropvolgend, heeft de gemachtigde van de erven het Hof onder meer verzocht de uitspraak van 12 mei 2010 te herzien.

    1.4. Bij uitspraak van 22 november 2010 heeft het Hof ten aanzien van het verzoek om herziening bepaald dat de griffier dit verzoek doorstuurt naar de Hoge Raad. Het Hof heeft hiertoe overwogen:

    2.2. Ingevolge artikel 8:88, lid 1, van de Awb kan op verzoek van een partij binnen de in dat artikel aangegeven grenzen een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien die berust op een ondeugdelijke feitelijke grondslag.

    Onderwerp van een herzieningsverzoek dient dan ook een onherroepelijk geworden einduitspraak te zijn, dat wil zeggen een uitspraak die rechtens onaantastbaar is geworden.

    Vast staat dat ten tijde van het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT