Wraking van Centrale Raad van Beroep, October 24, 2011

Datum uitspraak:2011/10/24
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om wraking. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die specifiek betrekking hebben op de persoon van één of meer van de behandelende rechters in deze zaak en die raken aan de rechterlijke onpartijdigheid. Zoals de Raad eerder heeft overwogen in zijn uitspraken van 28 januari 2005, LJN AS8815 en van 22 augustus 2006, LJN AY8554, is een verzoek om wraking van een ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

10/372 WWB-W

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

B E S L I S S I N G

op het verzoek op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, gedaan door:

[verzoeker], zonder vast woon- of verblijfplaats (hierna: verzoeker),

Datum beslissing: 24 oktober 2011

  1. INLEIDING

    Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 9 december 2009, nr. 09/973 in het geding tussen verzoeker en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom (hierna: College).

    Tijdens het onderzoek ter zitting op 27 september 2011 heeft verzoeker verzocht om wraking van de behandelende rechters N.J. van Vulpen-Grootjans, O.L.H.W.I. Korte en W.F. Claessens (hierna: behandelende rechters), waarna het onderzoek ter zitting is geschorst.

    Verzoeker, het College en de behandelende rechters zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van de Raad op 17 oktober 2011. Verzoeker is daar verschenen. Het College heeft bij brief van 6 oktober 2011 meegedeeld dat het geen gebruik maakt van de gelegenheid te worden gehoord. De behandelende rechters hebben bij brieven van 6 en 11 oktober 2011 meegedeeld dat zij niet in de wraking berusten en dat zij geen gebruik maken van de gelegenheid te worden gehoord.

  2. OVERWEGINGEN

    1. In artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van de Awb (Pg Awb II, p. 410) is de ratio van het instituut wraking gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van rechterlijke partijdigheid.

    2. De Raad stelt voorop dat een wrakingsgrond gelegen dient te zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de (persoon) van de rechter die de zaak behandelt; het wrakingverzoek dient het betrokken lid of de betrokken leden van het rechterlijk college en niet het rechterlijke college als zodanig te betreffen.

      3.1. De Raad heeft bij beslissing van 3 september 2010, reg.nrs 10/3658 WWB-VV-W en 10/3771 WWB-VV-W een verzoek van appellant om wraking in twee andere zaken afgewezen. Aan het thans aan de orde zijnde verzoek om wraking heeft verzoeker blijkens het proces-verbaal van de zitting van 27 september 2011 ten grondslag gelegd dat het eerdere verzoek om wraking niet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT