Verzet van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, March 06, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/03/06
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Griffierecht. Reconventionele vordering c.q. vordering in incidenteel appel niet van invloed op hoogte griffierecht.

 
GRATIS UITTREKSEL

Rekestnummer 200.090.278

BESCHIKKING VAN HET GERECHTSHOF 'S-HERTOGENBOSCH

van 6 maart 2012,

gegeven op het verzetschrift ex artikel 25 van de Wet tarieven burgerlijke zaken van:

mr. O.P.N.M. Tennebroek, advocaat te Dongen.

  1. Het verdere procesverloop

    Het hof verwijst naar de tussenbeslissing van 29 november 2011.

    Mr. Tennebroek heeft bij brief van 12 december 2011 nadere gegevens verstrekt als onder 2.2 van dat arrest verzocht. De griffier heeft bij brief van 10 januari 2012 meegedeeld dat het verweerschrift d.d. 12 september 2011 geen nadere aanvulling behoeft.

    Een mondelinge behandeling heeft niet plaatsgehad.

  2. De verdere beoordeling

    5.1. Gelet op artikel 56a Wet griffierechten in burgerlijke zaken is – nu de zaak is geïntroduceerd op de rol van 19 augustus 2008, dus vóór 1 november 2010 – op deze zaak de Wet Tarieven in Burgerlijke zaken van toepassing, anders dus dan het hof in zijn tussenbeslissing had opgenomen.

    De zaak zal verder worden beoordeeld naar laatstgenoemde wet.

    5.2. Volgens artikel 25 WTBZ kan gedurende een maand na de mededeling van de uit het voorschot verrekende rechten en verschotten, en bij rechtstreekse betaling daarvan, binnen een maand na die betaling, hij van wie de rechten en verschotten zijn geheven alsmede, in het eerste geval de voorschotgever, in het tweede geval hij die de rechten en verschotten betaalde, bij het gerecht ter griffie waarvan voorschot werd gestort of werd betaald tegen de beslissing van de griffier, bij verzoekschrift in verzet komen.

    Mr. Tennebroek heeft op 24 mei 2011 de factuur met het volgens hem onjuiste griffierecht ontvangen en heeft vervolgens op 31 mei 2011 eerst telefonisch en vervolgens bij fax gereageerd. In de fax wordt opgemerkt dat mr. Tennebroek de nota niet kan plaatsen en hij verzoekt het griffierecht te herberekenen.

    Daarna is een correspondentie met de griffie van het hof gevolgd, waarin door de griffie is opgemerkt dat er geen reden was tot restitutie en is op 5 juli 2011 een (formeel) verzetschrift ingediend.

    Naar het oordeel van het hof kan echter reeds de fax van 31 mei 2011 waarin mr. Tennebroek om herberekening heeft verzocht als verzetschrift worden aangemerkt. Daaruit blijkt immers dat mr. Tennebroek het niet eens is met de beslissing van de griffier.

    Nu deze fax binnen een maand na de ontvangst van de factuur is verzonden, is het verzet tijdig ingesteld.

    5.3. [X.] in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 13 februari 2008, gewezen tussen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT