Raadkamer van Rechtbank Utrecht, April 05, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/04/05
Uitgevende instantie::Rechtbank Utrecht
SAMENVATTING

Vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling. De rechter-commissaris stelt, gelet op het ontbreken van een overgangsregeling, ambtshalve de vraag of de regeling van artikel 14fa Sr al dan niet buiten toepassing moet blijven wegens strijd met het legaliteitsbeginsel, bij een voorwaardelijke veroordeling van vóór 1 april 2012. De regeling brengt naar het oordeel van de ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Rechtbank Utrecht

rechter-commissaris in strafzaken

BEVEL

(voorlopige tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling)

Parketnummer: 16/204065-11

RC-nummer: 12/2726

De rechter-commissaris heeft kennisgenomen van de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie in Utrecht van 3 april 2012 in de strafzaak tegen:

[veroordeelde]

Geboortedatum : [1969] te [geboorteplaats]

OVERWEGINGEN

De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis van 28 oktober 2011 onder meer veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar, welke proeftijd nog niet is geëindigd. De officier van justitie heeft op 3 april 2012 de hiervoor genoemde vordering ingediend omdat de officier van justitie meent dat de veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde zoals omschreven in artikel 14c lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Naast de vordering heeft de officier van justitie een proces-verbaal van de politie ingediend waaruit een en ander zou blijken. Hij zou op 2 april 2012 te Utrecht de koplamp van een fiets hebben gestolen dan wel vernield.

De rechter-commissaris heeft de officier van justitie, de veroordeelde en diens raadsvrouw gehoord.

De rechter-commissaris stelt, gelet op het ontbreken van een overgangsregeling, ambtshalve de vraag of de regeling van artikel 14fa Sr al dan niet buiten toepassing moet blijven wegens strijd met het legaliteitsbeginsel, zoals onder meer neergelegd in artikel 1 Sr en/of artikel 7 EVRM, bij een voorwaardelijke veroordeling van vóór 1 april 2012. De rechter-commissaris neemt in overweging dat, gezien het arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2011 (LJN BP6878), voor regels die zowel het specifieke strafmaximum als meer algemene regels met betrekking tot de sanctieoplegging kunnen betreffen, heeft te gelden dat een sinds het plegen van het delict opgetreden verandering door de rechter met onmiddellijke ingang moet worden toegepast, indien en voor zover die verandering in de voorliggende zaak ten gunste van de verdachte werkt en dat de regel buiten toepassing blijft indien het tegendeel het geval is.

Voor de beantwoording van de hiervoor gestelde vraag is gezien het hiervoor overwogene, van belang om vast te stellen wat het karakter van de onderhavige regeling is. De regeling brengt naar het oordeel van de rechter-commissaris geen verandering in de zwaarte of aard van de straf of de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT