Hoger beroep kort geding van Centrale Raad van Beroep, April 17, 2012

Datum uitspraak:2012/04/17
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Herziening bijstandsuitkering. Geen duidelijkheid omtrent de verblijfstitel van appellante. Appellante kan niet worden aangemerkt als een vreemdeling in de zin van artikel 11, tweede en derde lid, van de WWB. Appellante heeft de op haar rustende inlichtingenverplichting geschonden door het dagelijks bestuur niet op de hoogte te houden van het verloop en de afloop van haar vreemdelingrechtelijke... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

09/6493 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 4 november 2009, 09/2915 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (dagelijks bestuur)

Datum uitspraak: 17 april 2012

  1. PROCESVERLOOP

    Namens appellante heeft mr. P. Goettsch, advocaat, hoger beroep ingesteld.

    Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

    De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 6 maart 2012. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

  2. OVERWEGINGEN

    1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

      1.1. Appellante en haar echtgenoot hebben vanaf 11 januari 2008 bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor gehuwden. Bij besluit van 1 augustus 2008 heeft het dagelijks bestuur de bijstand herzien en aan appellante per 11 januari 2008 bijstand toegekend naar de norm voor een alleenstaande ouder.

      1.2. Bij besluit van 24 november 2008 heeft het dagelijks bestuur het recht op bijstand van appellante opgeschort vanaf

      1 november 2008. Aan dit besluit ligt ten grondslag dat geen duidelijkheid bestaat omtrent de verblijfstitel van appellante, waardoor appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden. Bij besluit van 15 december 2008 heeft het dagelijks bestuur de bijstand van appellante met ingang van 11 januari 2008 ingetrokken. Daarbij heeft het dagelijks bestuur overwogen dat uit recent onderzoek is gebleken dat appellante geen verblijfstitel meer heeft in Nederland, waardoor zij geen recht heeft op bijstand. Gelet op de omstandigheden van dit geval heeft het dagelijks bestuur voorts besloten de gemaakte kosten van bijstand voor wat betreft de periode tussen 11 januari 2008 en 31 oktober 2008 niet van appellante terug te vorderen.

      1.3. Bij besluit van 6 april 2009 (bestreden besluit) heeft het dagelijks bestuur de gemaakte bezwaren tegen de besluiten van 24 november 2008 en 15 december 2008 respectievelijk niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard.

    2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

    3. Appellante heeft zich tegen deze uitspraak gekeerd. Zij heeft, samengevat en voor zover van belang, aangevoerd dat de bijstand ten onrechte is ingetrokken nu er...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT