Voorlopige voorziening van Gerechtshof 's-Gravenhage, 20 maart 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:20 maart 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Incidentele vordering ex artikel 843a RV, verzoek verstekking afschrift van een schriftelijke mededeling die de vrouw heeft ontvangen. Afwijzing nu het verzoek in strijd is met het karakter van een kort geding procedure

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector civiel

Zaaknummer : 200.090.820

Zaak-rolnummer Rechtbank : 377644/KG ZA 2011-379

arrest in het incident d.d. 20 maart 2012

inzake

[appellante]

wonende te `s-Gravenhage,

appellante,

geïntimeerde in het incident,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat : mr. M.P.M. Fruytier te Amsterdam,

tegen

[geintimeerde]

wonende te Spijkenisse,

geïntimeerde,

eiser in het incident,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. L.Ph.J van Utenhove te `s-Gravenhage

  1. Het geding

    Bij exploot van 5 juli 2011 is de vrouw in hoger beroep gekomen van het vonnis van 8 juni 2011 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam tussen de partijen gewezen.

    Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in het bestreden vonnis heeft vermeld.

    In het tweeënzestig pagina`s tellende exploot van dagvaarding heeft de vrouw haar bezwaren tegen het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter geformuleerd.

    Bij memorie van antwoord tevens incidenteel appel heeft de man een incidentele vordering ex artikel 843a Rv geformuleerd althans zijn eis vermeerderd. Tevens heeft hij de grieven van de vrouw gemotiveerd bestreden.

    De vrouw heeft bij memorie van antwoord in incident gereageerd op de vordering van de man ex artikel 843a Rv.

    Partijen hebben hun procesdossier aan het hof overgelegd en arrest gevraagd met betrekking tot de vordering van de man ex artikel 843a Rv.

  2. Beoordeling van de incidentele vordering

    Vordering man ex artikel 843a Rv

  3. De man vordert van de vrouw op grond van artikel 843a Rv verstrekking van een afschrift van de schriftelijke mededeling die de vrouw (naar de man vermoed op of omstreeks juni tot en met september 2011) heeft ontvangen van [een derde] (de brief). Met bedoelde brief deelde [een derde] aan de vrouw mee, dat zij binnen de [een derde] organisatie niet meer welkom zou zijn (of woorden van gelijke strekking).

  4. De vrouw heeft tegen de vordering van de man gemotiveerd verweer gevoerd.

    Enige feiten en conclusies

  5. Om structuur aan te brengen in het conflict van partijen heeft het hof enige feiten op een rij gezet en een aantal aanwijzingen gegeven ter voorkoming dat de procedure volledig gaat verzanden in een stortvloed van feiten en verwijten van partijen. Het belang van partijen is dat er een einde komt aan de jarenlange rechtsstrijd.

  6. Uit de gewisselde stukken volgt dat:

    • partijen met ingang van 1 maart 1997 de vennootschap onder firma [A], gevestigd te...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT