Herziening van Centrale Raad van Beroep, 24 april 2012

Datum uitspraak:24 april 2012
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht is niet aan te merken als een feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

 
GRATIS UITTREKSEL

11/360 WWB

11/361 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21, eerste lid van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[verzoeker], wonende te [woonplaats] (verzoeker),

van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Raad van 14 oktober 2008, 08/2969, 08/2970 WWB

in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Beesel (college)

Datum uitspraak: 24 april 2012

  1. PROCESVERLOOP

    Verzoeker heeft bij brief van 14 december 2010 om herziening verzocht.

    Het college heeft een verweerschrift ingediend.

    Het verzoek is behandeld ter zitting van 13 maart 2012. Verzoeker is in persoon verschenen. Het college is, met bericht, niet verschenen.

  2. OVERWEGINGEN

    1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

      1.1. Verzoeker ontving sinds 1988 bijstand, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een belastingsignaal heeft de sociale recherche een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de aan verzoeker verleende bijstand. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen dat verzoeker beschikt over een, bij het college niet bekende, spaarrekening bij de Rabobank. Bij besluit van 3 augustus 2007 heeft het college de bijstand van verzoeker met ingang van 1 juli 2007 beëindigd (lees: ingetrokken) op de grond dat verzoeker beschikt over vermogen boven de voor hem geldende grens van het vrij te laten vermogen van destijds € 5.245,--. Bij besluit van 5 november 2007 heeft het college het bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard.

      1.2. Bij uitspraak van 16 april 2008, 07/1558 en 07/1681, heeft de rechtbank, voor zover van belang, het beroep tegen het besluit van 5 november 2007 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, en het college opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat verzoeker beschikte over vermogen in de vorm van een spaarrekening, dat niet aannemelijk is geworden dat verzoeker het tegoed op deze spaarrekening heeft opgebouwd door te sparen van zijn bijstandsuitkering, dat de te beoordelen periode loopt van 1 juli 2007 tot en met de datum van het primaire besluit en dat niet is komen vast te staan dat verzoeker in deze gehele periode beschikte over vermogen boven de grens van het vrij te laten vermogen.

      1.3. Bij zijn uitspraak van 14 oktober 2008, LJN BF9294, voor zover van belang, heeft de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT