Verstek van Gerechtshof 's-Gravenhage, March 14, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/03/14
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

De verdachte heeft samen met een ander gepoogd een bank op te lichten door ter verkrijging van een financiering voor de aankoop van een woning een valse boekhouding op te maken en aan die bank over te leggen. Het Hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

Rolnummer: 22-003142-11

Parketnummer: 11-510121-07

Datum uitspraak: 14 maart 2012

VERSTEK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 5 juli 2007 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortejaar] 1969 te [geboorteplaats],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg, het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 20 februari 2009 en - na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden - het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 29 februari 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het 1, achtste gedachtenstreepje (zaak 11) en het onder 2 primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 voor het overige, 2 subsidiair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en voorts is aan de verdachte de bijkomende straf van ontzetting van het recht tot het uitoefenen van het beroep van financiële dienstverlener en/of het feitelijk leidinggeven aan een financiële onderneming en/of belastingadviseur voor de duur van 5 jaren opgelegd. De benadeelde partijen zijn in hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaard.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Dit gerechtshof heeft bij arrest van 6 maart 2009 het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - vernietigd en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte ter zake van het onder 1, zaken 3, 4, 5, 6, 10, 13, 14, 17, 18 en 20, het onder 2 subsidiair, zaak 16, en het onder 3 tenlastegelegde. Van het onder 2 primair tenlastegelegde is de verdachte vrijgesproken. Ter zake van het onder 1, zaken 2, 8, 15 en 21, het onder 2 subsidiair, zaak 19, en het onder 4 en 5 tenlastegelegde heeft het hof de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is de verdachte ontzet uit het recht tot het uitoefenen van het beroep van financiële dienstverlener en/of het feitelijk leidinggeven aan een financiële onderneming en/of belastingadviseur voor de duur van 5 jaren. De benadeelde partijen zijn - voor zover zij hun vorderingen in hoger beroep hadden gehandhaafd - in de vorderingen niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 21 juni 2011 voormeld arrest, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigd voor wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1, 2 en 5 tenlastegelegde en de strafoplegging en heeft de zaak naar dit gerechtshof teruggewezen teneinde de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Omvang van het hoger beroep

Gelet op voormelde procesgang is de zaak aan het oordeel van het hof onderworpen voor wat betreft het onder 1, 2 en 5 tenlastegelegde en de strafoplegging, ook voor het onder 4 tenlastegelegde.

Het hoger beroep is ingevolge het bepaalde bij artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak ten aanzien van hetgeen onder feit 1, achtste gedachtenstreepje (zaak 11) is tenlastegelegd.

Waar hierna wordt gesproken van 'de zaak' of 'het vonnis', wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans nog aan de orde - tenlastegelegd dat:

  1. zij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT