Kort geding van Rechtbank Utrecht, Sector kanton, 17 februari 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:17 februari 2012
Uitgevende instantie::Sector kanton
SAMENVATTING

Loonvordering arbeidsongeschikte werknemer na ontslag op staande voet. I.c. geen loonvordering als bedoeld in art. 7:629 BW, dus vereiste overlegging deskundigenoordeel geldt niet. Ter afwering loonvordering beroept werkgever zich immers op beeindiging arbeidsovereenkomst. Dringende reden (vervalsen werkgeversverklaring, geen gehoor geven aan oproepen werkhervatting) niet aannemelijk gemaakt.... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 790007 UV EXPL 11-524 JES/4072

kort geding vonnis d.d. 17 februari 2012

inzake

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiseres],

eisende partij,

gemachtigde: mr.drs. A. Boumanjal,

tegen:

[gedaagde], h.o.d.n. [bedrijf],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [gedaagde],

gedaagde partij,

gemachtigde: H.K. Knol.

  1. Verloop van de procedure

    [eiseres] heeft [gedaagde] in kort geding doen dagvaarden.

    De zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2012. Beide partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden.

    Van de zitting is aantekening gehouden.

    Hierna is uitspraak bepaald.

  2. De feiten

    2.1. [eiseres] is op 1 juli 2002 in de functie van verkoopster in dienst getreden van [gedaagde], in eerste instantie op basis van een overeenkomst voor bepaalde tijd en na afloop van die termijn voor onbepaalde tijd.

    2.2. [eiseres] is sinds 17 augustus 2010 arbeidsongeschikt.

    2.3. [gedaagde] heeft sinds 17 augustus 2010 aan [eiseres] aan salaris € 3.018,50 bruto per maand betaald.

    2.4. Op 16 september 2011 heeft dhr. P.W.E. Roering, arbeidsdeskundige, een deskundigenoordeel als bedoeld in artikel 7:660a BW gegeven ten aanzien van de re-integratie-inspanningen van [eiseres]. Dit oordeel luidt dat er geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid, dat de door de werknemer uitgevoerde re-integratie-inspanningen niet voldoende zijn en dat de werknemer hiervoor geen deugdelijke grond heeft.

    2.5. Op 1 november 2011 heeft mw. S. Jahangier, bedrijfsarts, werkzaam bij Achmea Vitale, aan [gedaagde] het volgende medegedeeld:

    Uw medewerker mevr. [eiseres] bezocht op dinsdag 1 november mijn spreekuur. Graag informeer ik u over mijn bevindingen en adviseer ik u over het verzuim van uw medewerker.

    Bevindingen en advies

    **Wij hebben van de werkgever begrepen dat door het UWV er bij een DeskundigenOordeel (DO) het advies is gegeven dat er reintegratiemogelijkheden zijn en dat contact onderhouden moet worden tussen werkgever en werknemer. Achmea Vitale heeft hierover echter geen documentatie ontvangen!

    **Volgens het arbeidsdeskundig onderzoek (AD-oz.) van oktober 2011 zijn er geen arbeidsmogelijkheden, niet bij de eigen of bij een andere werkgever.

    **Medewerker moet opgenomen worden, hiervoor staat zij op de wachtlijst.

    Mogelijk kan zij al eerder behandeld worden middels dagbehandeling.

    - Advies: er is sprake van mentaal ernstige beperkingen waardoor arbeid (dwz. meelopen, meekijken, meedoen zonder loonwaarde) ook nog niet verantwoord is. Het advies van DO-UWV is derhalve niet in te vullen, dit is medisch onverantwoord!

    Het contact tussen werkgever en werknemer moet echter wel onderhouden worden. Daar de wachttijd voor klinische opname nog lang kan duren zal zij op korte termijn al starten met dagbehandeling.

    Mevr. Ghabi geeft ons, zodra bekend, de startdatum van de therapie door.

    - Vervolgafspraak: evaluatie over zes weken.

    2.6. [gedaagde] heeft [eiseres] bij brief van 2 december 2011 op staande voet ontslagen. De brief luidt als volgt:

    "Ons is gebleken dat u zich schuldig heeft gemaakt aan het opmaken van een valselijke werkgeversverklaring ter verkrijging van een hypotheek. U heeft zich hierdoor schuldig gemaakt aan een misdrijf, als bedoeld in artikel 7:678, lid 2 sub d BW, waardoor het vertrouwen onherstelbaar is beschadigd en voortzetting van de arbeidsovereenkomst redelijkerwijs niet van de werkgever verlangd kan worden.

    Daarnaast zijn wij van mening dat u in ieder geval al geruime tijd niet (meer) arbeidsongeschikt bent en dat u bij de bedrijfsarts uw gezondheidstoestand anders heeft voorgesteld dan die in werkelijkheid is. Daarmee heeft u zich onttrokken aan de verplichtingen die de arbeidsovereenkomst u oplegt en heeft u uw plichten op grovelijke wijze veronachtzaamd (artikel 7:678, lid 2 sub k BW).

    Voorts heeft u bij herhaling geen gehoor gegeven aan de opdracht van de werkgever om een afspraak te maken omtrent uw werkhervatting. Ook dat vormt een reden voor onverwijlde opzegging (artikel 7:678, lid 2, sub j BW).

    Beide redenen tezamen als ieder voor zich afzonderlijk vormen een dringende reden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT